Voorburg, 1 november 2001
 

Nieuwe Wet voorkeursrecht gemeenten tast rechtszekerheid aan

Volgens de Neprom, de vereniging van Nederlandse projectontwikkelaars, leidt het recente wetsvoorstel van enkele kamerleden voor het aanscherpen van de Wet voorkeursrecht gemeenten tot rechtsonzekerheid en bemoeilijkt het de samenwerking tussen gemeenten en marktpartijen. Het wetsvoorstel beoogt een einde te maken aan de speculatie met bouwgronden, maar de Neprom voorspelt juridische gevechten tot aan het Europese Hof.

Onlangs heeft een aantal kamerleden een wijziging van de Wet voorkeursrechts gemeenten (Wvg) ingediend, die tot gevolg heeft dat eerdere uitspraken van de Hoge Raad over de Wvg worden teruggedraaid. Het wetsvoorstel komt erop neer dat contracten tussen grondeigenaar en ontwikkelaar nietig worden verklaard, wanneer deze afgesloten zijn na het vestigen van het voorkeursrecht in een bepaald gebied. De contracten worden door de kamerleden beschouwd als een ongewenste ontduiking van de Wvg. Het wetsvoorstel zal echter naar de mening van de Neprom tot grote problemen leiden. Ondanks het feit dat er veel contracten uit het verleden zijn die onder het nieuwe regime gaan vallen, wordt er in het wetsvoorstel een onrealistisch korte overgangsregeling gehanteerd. Contracten – in veel gevallen nog van 1996 – die vaak in goed overleg met de gemeente zijn gesloten onder het regime van de oude Wvg kunnen nu opeens nietig worden verklaard. Hiermee wordt de rechtszekerheid ernstig aangetast. Het wetsvoorstel is zo’n grote bedreiging voor het eigendomsrecht dat het zelfs in strijd lijkt met het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens. De Neprom verwacht daarom dat met dit wetsvoorstel een nieuwe serie gerechtelijke procedures aanbreekt en de onzekerheid over de Wvg alleen nog maar wordt vergroot. Daarom doet de Neprom de komende weken op het kabinet en de kamerleden een klemmend beroep om niet met dit wetsvoorstel akkoord te gaan.

De Wet voorkeursrecht gemeenten werd in 1996 van kracht verklaard voor nieuwbouwwijken op uitleglocaties buiten bestaand stedelijk gebied, met als doel gemeenten een voorkeurspositie te geven bij de koop van grond. Met de wet kunnen gemeenten gemakkelijker publieke doelstellingen realiseren. De Wvg heeft de afgelopen jaren tot veel discussie en rechtszaken geleid. Belangrijkste discussiepunt was of een grondeigenaar, op locaties waar het voorkeursrecht geldt, met een projectontwikkelaar nog een contract mag aangaan gericht op realisatie van de door de gemeente bepaalde bestemming. Die discussie werd eind vorig jaar afgesloten met een aantal uitspraken van de Hoge Raad. Zij bepaalde dat grondeigenaar en projectontwikkelaar een dergelijk contract mogen afsluiten, mits zij bereid zijn om de gerechtvaardigde belangen van de gemeente te respecteren. Met de uitspraak was een einde gekomen aan de onduidelijkheid. Het nieuwe wetsvoorstel brengt met terugwerkende kracht hierin verandering, hetgeen volgens de Neprom opnieuw grote onduidelijkheid en rechtsonzekerheid tot gevolg heeft.

De Neprom vertegenwoordigt de grote projectontwikkelaars in Nederland, die jaarlijks gezamenlijk 40% van de nieuwe woningen realiseren, 60% van de nieuwe kantoorruimte en 75% van de winkelcentra. Deze projectontwikkelaars realiseren hun projecten in goed overleg met de gemeenten waar zij actief zijn. Zij hebben alle baat bij een goede werking van de Wvg gericht op het versterken van de regiefunctie van de gemeenten.

 
vorige pagina