| Voorburg, 29 januari 2001 | |
Vijfde Nota ruimtelijke ordening belemmert stedelijke vernieuwing |
|
Persbericht De projectontwikkelaars vinden dat het Kabinet zijn huiswerk over de Vijfde Nota en de Nota Grondbeleid over moet doen. In beide nota's is te weinig aandacht voor de effectiviteit van het voorgestelde instrumentarium om ruimtelijke ontwikkelingen te sturen. Hierdoor ontstaat volgens de Neprom een ongewenste toename van verstedelijking in gebieden waar dit juist niet beoogd is en tot een afname van investeringen in de noodzakelijke herstructurering van de bestaande stad. In de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, die woensdag 31 januari door minister Pronk wordt gepresenteerd, gaat het Kabinet er volgens de Neprom terecht van uit dat de invulling van ruimtelijke ordening niet meer vanuit de VROM-toren mag plaatsvinden. Provincies en gemeenten - overheden die de lokale ruimtebehoefte kennen - krijgen hierin een belangrijke taak. Het Kabinet verzuimt echter om aan de lagere overheden werkbare instrumenten te geven waarmee zij de lokale ruimtelijke ontwikkeling kunnen sturen. Het door het Kabinet voorgestelde rode contourenbeleid - bebouwingsgrenzen om steden, die vijfjaarlijks herzien worden - is hiervoor te vrijblijvend. Gemeenten kunnen - zo blijkt in de praktijk - wanneer er planologische bebouwingsmogelijkheden door de verschuivende contour ontstaan, de bebouwingsdruk op zulke gebieden moeilijk weerstaan. Hierdoor ontstaat er bebouwing in gebieden waar dit veelal niet gewenst is. Dit leidt er toe dat investeringen in bestaande steden niet meer rendabel zijn en dat het herstructureringsproces van met name de naoorlogse woonwijken in gevaar komt. Om op lange termijn meer zekerheid te krijgen over waar gebouwd mag worden en waar natuur onbedreigd blijft, dringt de Neprom er op aan om de herzieningstermijn van de rode contour te verlengen naar eens in de tien jaar. Verder moeten de stedelijke netwerken - het overlegplatform van samenwerkende gemeenten waarbinnen de ruimte wordt verdeeld - een minder vrijblijvend karakter krijgen. Om gemeenten en provincies ruimere mogelijkheden te geven om bindende samenwerkingsafspraken te maken en van uitvoeringsinstrumenten te voorzien, stelt de Neprom voor om de Kaderwet en de Wet Gemeenschappelijke Regeling uit te breiden. Ook dient het Kabinet de regionale samenwerking te stimuleren door meer financiële middelen vrij te maken, bijvoorbeeld via de ICES. Bovengenoemde maatregelen zijn belangrijke voorwaarden om het ruimtelijk beleid effectief te maken. Daarbij is volgens de Neprom meer aandacht nodig voor de positie van de provincie. Door de verzwaring van de provinciale rol in het ruimtelijk beleid, zonder de hierbij horende facilitering, dreigt bij de provincies een knelpunt in de uitvoering van het beleid te ontstaan. Niet alleen het instrumentarium van de Vijfde Nota moet worden aangescherpt, ook in de bijbehorende Nota Grondbeleid laat het Kabinet mogelijkheden liggen. Vorig jaar hebben VNG en Neprom in samenwerking met het Instituut voor Bouwrecht een regeling uitgewerkt die voorziet in een oplossing voor het belangrijkste knelpunt op de grondmarkt, het kostenverhaal bij grondexploitatie. Met de door VNG en Neprom voorgestelde regeling zouden gemeenten in staat worden gesteld om de kosten van openbare voorzieningen bij de bouw van een nieuwe locatie bij de ontwikkelaars en bouwers in rekening te brengen. Het gaat daarbij niet alleen om de kosten van bestrating, groen en riolering, maar ook om een flinke bijdrage aan goedkope huurwoningen. Het Kabinet heeft deze regeling - die in de ogen van de direct betrokkenen op de grondmarkt direct ingevoerd zou moeten worden - dusdanig verzwaard met allerhande nieuwe eisen dat invoering hiervan nog jaren op zich kan laten wachten en wellicht zelfs helemaal onhaalbaar wordt. Bovendien leiden de voorstellen van het Kabinet tot een enorme verzwaring van de bestuurslast bij gemeenten. Noot voor de redactie: Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Neprom, drs. ing. J. Fokkema, tel. 070 386 62 64. De Neprom (Vereniging van Nederlandse Projectontwikkelingsmaatschappijen) is in 1974 opgericht en heeft als belangrijkste doelstelling het bevorderen van de samenwerking tussen de overheid en projectontwikkelingsmaatschappijen bij de totstandkoming van vastgoedprojecten. Er zijn ruim 50 ondernemingen aangesloten bij de Neprom waaronder nagenoeg alle grote ontwikkelaars. De leden van de Neprom realiseren gezamenlijk ca. 33% van de nieuwe woningen in ons land, 60% van de metrage nieuwgebouwde kantoorruimte en ca. 75% van de metrage in nieuwe winkelcentra. Het gezamenlijk investeringsvolume bedraagt jaarlijks ca. ƒ 12 miljard.
|
|