Gebiedsuitbreiding voor de projectontwikkelaar? Een onderzoek naar de gehanteerde rolverdeling bij gebiedsontwikkelings- processen op VINEX-locaties met daarbij een toetsing aan de wens van meer marktwerking op de woningmarkt. Afstudeeronderzoek regiefunctie overheid Afstudeeronderzoek van ir. Chris Huisman, student Civiele Techniek en verbonden aan de Universiteit Twente. In het kader van zijn afstudeerrichting bouwprocesmanagement heeft hij van oktober tot juni 2004 een afstudeeronderzoek uitgevoerd naar de regiefunctie van de overheid bij gebiedsontwikkeling in opdracht van de NEPROM. De laatste jaren is er in het ruimtelijk beleid van de overheid een tendens te bespeuren naar meer marktwerking bij gebiedsontwikkeling. Als gevolg hiervan is onduidelijkheid ontstaan omtrent de invulling van de taken en bevoegdheden van gemeenten bij gebiedsontwikkeling. Gemeenten zijn, verklaarbaar vanuit historisch perspectief, in sommige situaties geneigd om die bevoegdheid vrij ruim te interpreteren. Marktpartijen zijn op hun beurt, ondanks die onduidelijkheid, dikwijls geneigd om die bevoegdheid te respecteren. De onduidelijkheid zorgt echter aan beide zijden voor onzekerheid, frustratie en vertraging. Met het onderzoek is getracht de gehanteerde rolverdeling op een aantal VINEX-locaties in kaart te brengen en op basis daarvan een beoordeling te geven of deze verdeling aansluit bij de wens van meer marktwerking op de woningmarkt. De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn als volgt samen te vatten: - De verandering in het rijksbeleid inzake de volkshuisvesting aan het begin van de jaren negentig heeft een ingrijpende betekenis gehad op de bestaande verhoudingen. Met name de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra zette in op een ‘marktgerichte’ productie. Het onderzoek toont echter aan dat er – ondanks de private grondverwervingen op VINEX-locaties – van het vergroten van de marktwerking bij gebiedsontwikkeling nog weinig is terechtgekomen.
- Gemeentelijke overheden blijken in veel gevallen nog steeds de dominante partij in het gehele ontwikkelingstraject te zijn door zich krampachtig vast te houden aan hun publieke en private bevoegdheden. Marktpartijen wordt weinig vrijheid geboden en de vrijheid die zij krijgen, wordt vaak ingeperkt en verankerd in alle regelgeving.
- De overheid dient op basis van het door haar voorgestane ruimtelijk beleid daadwerkelijk een terugtrekkende beweging te maken en meer aan de vrije marktwerking over te laten, teneinde te komen tot producten die veel beter aansluiten bij de wensen van de consument.
- Om dit te bewerkstelligen is het van belang dat er op korte termijn een brede discussie op gang komt omtrent de wenselijk geachte rolverdeling tussen de gemeentelijke overheid en marktpartijen bij het ruimtelijke inrichtingsproces. De decentralisatie van het rijksbeleid heeft er tot op heden immers nog niet toe geleid dat er een heldere scheiding van verantwoordelijkheden is doorgevoerd tussen de onderdelen in het woningbouwproces. Het is echter van belang dat deze scheiding op korte termijn transparant wordt gemaakt, zodat duidelijk is tot waar gemeenten bevoegd zijn om eisen aan locatie- en opstalontwikkeling te stellen.
U kunt het volledige onderzoek aanvragen bij het bureau van de NEPROM, bureau@neprom.nl. Gezien de omvang van het rapport kunt u dit niet downloaden. U kunt wel een gecomprimeerde versie van het verslag downloaden, hierin zijn de afbeeldingen en bijlagen weggelaten. Verslag
|