"Waar is Adriaan Geuze?", vroeg Felix Rottenberg aan het begin van het politiek café, het afsluitende debat van het NEPROM Biënnale festival 'Munt uit water' in de Cruise Terminal Rotterdam. Elf politici, projectontwikkelaars en hoge ambtenaren zaten aan een lange tafel, maar de landschapsarchitect Adriaan Geuze, curator van de Tweede Architectuurbiënnale, zat nog in de volle zaal. Nadat ook hij was aangeschoven om te debatteren over de gevolgen van het wassende water voor de ruimtelijke ordening, begon Rottenberg met de constatering dat de waterproblematiek een weinig urgent thema is in de Nederlandse politiek en samenleving. Hoe is dat toch in hemelsnaam mogelijk, vroeg hij.
Jan Geluk, VVD-Kamerlid en toekomstig dijkgraaf Hollandse Delta, ontkende dat de politiek het belang van het waterprobleem onderschatte. ,,Maar de samenleving heeft genoeg aan de urgente problemen als veiligheid en terrorisme'', beweerde Geluk. ,,Daar kan het waterprobleem niet nog eens bij. Bovendien moeten we ons ook niet laten bang maken door de media die worden geregeerd door de waan van de dag. Angst is een slechte raadgever. De dijken zijn nog nooit zo sterk geweest.
Ook PvdA-kamerlid Co Verdaas vond dat Nederland wel grotere problemen kende dan het wassende water. "Het staat niet in mijn Top 3 van grootste problemen", bekende hij. "Bovendien worden er wel allerlei plannen ontwikkeld om bijvoorbeeld de grotere toevoer van water in de grote rivieren op te lossen."
De Groningse gedeputeerde (en boer) Mark Calon voegde hier aan toe dat er inderdaad wel plannen werden gemaakt, maar dat ze vaak geen einddatum hadden: "De overheid moet niet alleen beleid maken, maar ook uitvoeren." De Haagse wethouder ruimtelijke ordening en stedelijke ontwikkeling, Marnix Norder, sloot zich hierbij aan. "Er zijn heel weinig concrete projecten als het om de waterproblematiek gaat", stelde hij vast. "Er worden eindeloos studies gemaakt, maar echte plannen worden niet gemaakt. Wat we nodig hebben in de waterproblematiek, is ontwikkelingsplanologie."
Op Rottenberg's vraag of de uitgebreide Nederlandse en Europese regelgeving niet blokkerend werkte, antwoordde de Rotterdamse wethouder Marco Pastors dat de Raad van State tegenwoordig bijna elk project 'aftoetste wegens bijvoorbeeld de luchtkwaliteit'. Norder gaf een ander voorbeeld van blokkerende regelgeving: "Bouwen langs spoorwegen is onmogelijk. Iedereen wil woningen langs het spoor; dat is handig voor de bewoners want vlakbij het station en je voegt extra woningen toe aan de stad. Maar het mag niet wegens de veiligheid." Ineke Bakker, Directeur-Generaal Ruimte van het ministerie van VROM, was minder somber. "Tien jaar geleden zei iedereen dat de stad op slot ging wegens de verscherpte eisen aan de bodemsanering. Daar zijn oplossingen voor gevonden. Ik geloof dat we nu ook oplossingen gaan vinden voor de regels voor luchtkwaliteit. Een ploegje van mijn departement gaat kijken of alle mogelijkheden wel worden benut." Maar ook Huub Smeets, directeur van Vesteda, stelde vast dat de uitspraken van de Raad van State remmend werkte bij veel bouwprojecten: "Het kabinet wil de boel aanjagen, maar vervolgens deelt de Raad van State klap op klap uit wegens de regels over fijn stof. We moeten het verlenen van bouwvergunningen loskoppelen van de Europese regels. We zijn het enige Europese land met zo'n koppeling." Na enig aandringen van Rottenberg bleek de directeur-generaal van VROM bereid tot ontkoppeling. "Maar dan loop je natuurlijk wel de kans dat de burgers zich gaan roeren", voegde Bakker hier wel aan toe. Eerder al had ze laten weten dat ze een voorstander is van differentiëring in de Europese regelgeving. "Lapland is tenslotte geen Griekenland." Wouters van V en W pleitte zelfs voor differentiëring binnen Nederland. "Maar dat vereist moed. Dan moet het kabinet wel zo moedig zijn om uit te leggen dat de veiligheid van de ene groep bewoners ten koste kan gaan van die van een andere."
De suggestie van Rottenberg dat de verhouding tussen overheid en marktpartijen remmend werkte bij de projecten, vond weerklank bij gedeputeerde Calon. "De overheid vindt nog steeds dat de projectontwikkelaars snel willen cashen en de projectontwikkelaars zeggen: de overheid zeurt alleen maar. Dat moet veranderen." Dietmar Werner, voorzitter van de NEPROM, viel hem bij: "We moeten af van de tegenstelling markt-overheid. Maar dat zie ik ook wel veranderen. We maken nu echt vernieuwende projecten, en projectontwikkelaars zijn nu meer dan vroeger bezig met de lange termijn."
Smeets zag juist een obstakel in de toenemende democratisering. "Het dualisme, referenda, gekozen burgemeesters - ze leiden allemaal tot minder slagvaardigheid." Calhon vond dat niet dualisme het probleem was, maar een zwakke overheid: "De overheid moet zijn doelen scherp stellen en deze goed duidelijk maken aan de bevolking. En de overheid moet vooral niet doen alsof ze geen risico loopt. Wie geen risico wil nemen, moet niets doen."
Hierop kwam Geuze met de stelling dat alle mooie woningbouwprojecten aan het water die nu in de maak zijn uiteindelijk weer gewone buitenwijken worden. "Het wordt suburbia aan het water. We gaan hetzelfde bouwen aan het water als nu langs de snelwegen. Zo'n plan als Meerstad in Groningen ziet er op papier prachtig uit, maar zal uiteindelijk niet van de grond komen. Het duurt nog zeker 15 jaar voor er echt iets verandert. Daar is een andere generatie voor nodig." Vesteda directievoorzitter Smeets bestreed dit. "Er is nu al sprake van differentiatie", zei hij. "Wat op het Céramique-terrein in Maastricht is gebouwd, is echt iets anders dan in de buitenwijken." Maar ook wethouder Norder waarschuwde voor middelmatigheid. "De waterproblematiek heeft zo veel probleemeigenaren dat de planvorming heel versnipperd wordt. Er zijn zoveel hoepels dat wat als een vierkant plan begint, toch weer rond eindigt."
Wat is het grootste risico dat de overheid loopt bij de waterproblematiek, was de laatste vraag die Rottenberg het panel voorlegde. Kamerlid Geluk zag als grootste gevaar dat de burgers afzijdig zouden blijven: "Er moet een draagvlak worden gecreëerd en dat krijg je alleen maar door heel goede communicatie. Mensen hikken nu bijvoorbeeld vaak aan tegen de heffingen van waterschappen. Ze begrijpen niet waarom ze die moeten betalen. Je moet duidelijk maken dat ze betalen voor droge voeten." Wethouder Pastors was juist bang dat het water wél hoog op de agenda komt. "Dan breekt de paniek uit en dan bestaat het gevaar dat er veel te veel regels worden uitgevaardigd en projecten vastlopen." Ineke Bakker van VROM beschouwde overleg als een risico bij de waterproblematiek. "We hebben te maken met heel complexe opgaven, maar de rijksoverheid moet niet de hele tijd blijven overleggen. We moeten meer overlaten aan de lagere overheden en marktpartijen. Die kunnen heel veel voor elkaar krijgen."
Tot slot van het debat, zo'n twee uur voor het begin van de voetbalinterland Finland-Nederland, richtte Rottenberg zich weer tot Geuze en vroeg hem of hij zich niet een soort Marco van Basten voelde. "Ja, ik zie wel iets in die vergelijking", antwoordde Geuze. "Je merkt dat de waterproblematiek schuurt en dat het een enorme uitdaging is."
Bernard Hulsman
Verslag politiek cafe (69kb)