Skip Navigation LinksArtikel

DVDP-Nieuws
14 februari 2020
Publieksdebat woningmarkt

Er is een enorm tekort op de woningmarkt, dat inmiddels is opgelopen tot 300.000 woningen. Ondanks grote inspanningen lukt het onvoldoende om de bouwproductie verder te verhogen, terwijl de vraag, onder andere als gevolg van de migratie, verder toeneemt. De enorme spanningen leiden er toe dat de prijzen van woningen in de huur- en in de koopsector oplopen en voor veel huishoudens met lagere of gemiddelde inkomens niet meer betaalbaar zijn. Het vergroten van het aanbod zou de oplossing moeten zij voor het beheersbaar houden van de prijzen, maar de komende jaren zal dat onvoldoende lukken. ABF en Capital Value verwachten zelfs dat het woningtekort in 2022 nog verder op zal lopen richting de 360.000 of meer oploopt. Daarom zien steden en het Rijk zich genoodzaakt om de prijzen en het gebruik van de woningen in de bestaande voorraad te reguleren. Amsterdam overweegt de zelfbewoningsplicht voor koopwoningen in te voeren en de beleggers hebben in Amsterdam reeds ingestemd met een vrijwillige matiging van de huren in het middensegment in de komende 5 jaar. Het is de vraag echter of dit voldoende is. 

Politieke partijen zijn bezig met de voorbereidingen van hun nieuwe verkiezingsprogramma en in een recente studie pleit het wetenschappelijk bureau van het CDA er voor om het puntensysteem voor huurwoningen uit te breiden naar het middensegment. Er wordt over gesproken om het woningwaarderingssysteem zelfs door te trekken naar 240 punten en richting de 1300 euro huur per maand. Hiermee komen meer huurwoningen onder de huurprijsbescherming en het beslag van de huurcommissie. 
Het directe effect van huurbegrenzing is een lager rendement voor de verhuurders van woningen in de vrije sector. Omdat er minder huur ontvangen wordt, daalt de waarde van het vastgoed. Dit heeft ook effect op de prijzen van grond, voor zover de gemeente die bestemt voor huurwoningen. Of commerciële partijen en beleggers bereid zijn om onder deze vergaande vorm van huurregulering betaalbare woningen voor de middeninkomens te ontwikkelen, zal moeten blijken. 

Huurprijsregulering is beslist niet zonder problemen. Het kan leiden tot minder nieuwbouw, leegstand, achterstand in onderhoud, minder mobiliteit, een grotere mismatch tussen woningen en huurders (‘scheefwonen’), discriminatie, illegale onderhuur en het ondermijnen van de normale werking van vraag en aanbod in de woningmarkt. Dat maakt verdere regulering – als daartoe wordt besloten - tot iets wat op een voorzichtige en verstandige manier moet worden aangepakt. 

Alle grote steden en het Rijk hebben de afgelopen jaren in hun beleid zwaar ingezet op de bouw van middeldure huurwoningen, terwijl uit het laatste WOON-onderzoek van BZK blijkt dat woningzoekenden een veel grotere behoefte hebben aan betaalbare koopwoningen. De grondprijskortingen die nodig zijn om middeldure huur betaalbaar te houden zouden ook aangewend kunnen worden voor betaalbare koop; wellicht zelfs met een veel groter volume effect voor de totale nieuwbouw. Door middel van anti-speculatiebedingen en dergelijke zou voorkomen kunnen worden dat de eerste bewoners met de winst er vandoor gaan. Recentelijk pleitten CDA en D66 in een recente motie voor meer aandacht voorde bouw van middeldure koopwoningen en woningen voor koopstarters.

1) Het rijk moet de huurprijsbescherming uitbreiden naar het middensegment

2) Rijk en gemeenten moeten maximaal inzetten op de bouw van middeldure koopwoningen 

De zaal debatteert over de geponeerde stellingen op basis van een opgelegd standpunt. De helft van de zaal verdedigt de stellingen, de andere helft valt die aan.

https://intern.neprom.nl/Afbeeldingen/dvdp/woningmarkt.png, https://intern.neprom.nl/Afbeeldingen/dvdp/woningmarkt.pnghttp://