Skip Navigation LinksArtikel

DVDP-Nieuws
19 februari 2020
NOVI-uitvoering en Regionale Investeringsagenda’s
De NOVI-Alliantie bestaat uit een aantal partijen afkomstig van gemeenten, maatschappelijke organisaties en marktpartijen die aan de slag zijn gegaan in een vijftal pilots, waarin op regionaal niveau concrete gezamenlijke regionale Investeringsagenda’s (RIA’s) worden opgesteld. Daarmee probeert de NOVI-Alliantie een brug te slaan van de NOVI naar de uitvoeringspraktijk van concrete gebiedsontwikkelingen. Harriët Tiemens en Desiree Uitzetter presenteren de uitgangspunten en resultaten tot nu toe. 

Achtergrond NOVI Uitvoering
In de ontwerp-NOVI gaat het over samenwerking en uitvoering. De NOVI krijgt pas echt betekenis als duidelijk wordt wat nodig is om opgaven te realiseren en hoe, waar en met welke instrumenten de verschillende overheden samen met bedrijfsleven en maatschappelijke partijen invulling (kunnen/moeten) geven aan samenwerking. In de op te stellen Uitvoeringsagenda maakt het Rijk de beleidskeuzes concreet, die in de vier prioriteiten van de NOVI zijn beschreven. De Uitvoeringsagenda bevat de instrumenten die nodig zijn om werkingskracht te geven aan de NOVI. Ook onderwerpen als financiering en monitoring van de opgaven worden verder beschreven in de uitvoeringsagenda. De Uitvoeringsagenda is tegelijkertijd met de NOVI klaar.
Voor de vijf landsdelen (Noord, Oost, Zuid, Zuid-West en Noord-West) worden Omgevingsagenda’s opgesteld. Daarin agenderen Rijk en regio de gezamenlijke opgaven en de gewenste aanpak. Binnenkort zullen vijf landsdelige Omgevingsagenda’s gepubliceerd worden. 

In de NOVI worden ook zogenoemde NOVI-gebieden aangewezen. Dat zijn gebieden met complexe, omvangrijke en urgente opgaven, waarvoor extra aandacht nodig is bij het door ontwikkelen van een geïntegreerde, gebiedsgerichte werkwijze. Meerdere nationale belangen uit de NOVI komen in deze gebieden samenkomen, waarvoor een meerjarige aanpak nodig is waarvoor de inzet van het Rijk en de betrokkenheid van verschillende overheden, markt- en/of maatschappelijke partijen noodzakelijk is. 

NOVI-Alliantie: een ‘coalition of the willing
De NOVI-Alliantie bestaat uit: Middelgrote steden (G40 en in het bijzonder Tilburg, Nijmegen, Eindhoven, Breda, Heerhugowaard), NEPROM, Rover, Staatsbosbeheer, TU Delft. Partijen verenigd in de NOVI-Alliantie zijn op eigen initiatief aan de slag om te werken aan een praktische uitvoeringsstrategie voor de NOVI, waarbij overheden, maatschappelijke organisaties en uitvoerende partijen op regionaal niveau de handen ineen slaan. Zij bundelen hun investeringen met als doel een mooier Nederland met duurzame kwaliteit én zij streven tegelijkertijd naar meer stabiliteit in de woningmarkt en bij de verstedelijkings- en de woningbouwopgave. Zo komen investeringen van iedere partij beter tot hun recht. 

De NOVI vraagt om een uitwerking in regionale investeringsagenda’s (RIA’s): welke urgente regionale opgaven worden op welke manier opgepakt om bij te dragen aan het adresseren van de nationale opgaven zoals die in de NOVI geformuleerd zijn. De omvangrijke investeringen in de verstedelijking en met name in de woningbouw zijn daarbij de aanjager en katalysator voor investeringen in de bereikbaarheid, de energietransitie, de klimaatopgaven, de verbetering van de landschappelijke kwaliteit en de herstructurering van de landbouw. 

In de zomer van 2019 sprak Minister Ollongren haar waardering uit voor het initiatief van de NOVI-Alliantie. Afgesproken is dat enkele regio’s deze werkwijze in de tweede helft van 2019 in de praktijk verder ontwikkelen. Intussen wordt in verschillende regio’s gewerkt aan RIA’s, waarbij het tempo waarin en de schaal waarop verschilt. 

In vijf regio’s stellen betrokken overheden en marktpartijen de Regionale Investeringsagenda’s op. In de verschillende regio’s wordt allereerst helder waar de regio staat in haar ontwikkelingen en opgaven, en wordt aangegeven wat er nodig is om die opgaven op te lossen. Daarbij staat het perspectief voorop: ‘waar wil de regio heen en hoe komen we daar’. Essentieel is dat het aanscherpen van de opgave niet gegijzeld wordt door de vraag over het geld. 

In de regio’s wordt een nieuwe werkwijze ontwikkeld, waarbij publiek en privaat zich verbinden aan een perspectief op lange termijn, afspraken maken over investeringen, rendement en risico’s vanuit de overtuiging dat dit voor eenieder en dus voor Nederland tot meerwaarde leidt. Dit proces vraagt om geduld, enige coördinatie en bestuurlijke sensitiviteit. Het gewenste resultaat laat zich niet dwingen door één van de partners. De verleiding is groot om dan in ‘de onderhandelingsmodus’ te schieten, maar dat werkt averechts en zal andere partijen afschrikken om de krachten te bundelen. Coördinatie is nodig, omdat enerzijds de eigenheid en opgaven van de regio voorop moeten staan, maar anderzijds het nodig is om een bredere herkenbare aanpak te initiëren tussen overheden en private partners. En dat vergt bestuurlijke sensitiviteit omdat departementen en partijen niet gewend zijn aan een dergelijke, ontkokerde wijze van werken. 

In vijf verschillende regio’s wordt op dit moment gewerkt aan de opzet en de verdere uitwerking van de regionale investeringsagenda’s. Dit traject met de vijf regio’s sluit aan op de motie Ronnes/Regter-schot van 5 december 2019: 
“…verzoekt de regering, om gemeenten en provincies te stimuleren om met relevante maatschappelijke partners waaronder investeerders op regionale schaal te komen tot beleidsagenda’s die zijn gekoppeld aan een ruimtelijk perspectief en aldus uitvoering te geven aan de bestaande ambities en de bouw van woningen daarmee een impuls te geven….” 

Het is duidelijk dat een dergelijk traject uiteindelijk alleen goed kan landen als ook op het hoogste niveau hiervoor steun is. In de vijf regio’s zijn en worden verschillende bestuurders van gemeenten, provincies en waterschappen en van verschillende maatschappelijke organisaties (landschappen, vervoerders, energiebedrijven etc.) en marktpartijen (ontwikkelaars, corporaties en beleggers) aangehaakt. In elke regio vindt in feite een zoektocht plaats naar een uitvoeringstrategie in samenhang, waarbij verschillende accenten worden gezet en er ook verschil in tempo en fasering is. Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van afspraken die in het kader van de Woondeals zijn/worden gemaakt en van eerdere samenwerkingsafspraken rond regionale verstedelijkingsstrategieën en Regiodeals. De verwachting is dat rond de zomer de eerste resultaten geschikt zijn voor presentatie in bredere kring. Dat zal geen eindbod zijn. In het traject moet ruimte zijn voor reflectie en experimenteren. Werkende weg worden de investeringsagenda’s verdiept, verbonden met andere initiatieven en wordt ook vanuit het Rijk inzet en betrokkenheid gevraagd. 

https://intern.neprom.nl/Afbeeldingen/dvdp/NOVI1.jpg