Nieuws
13 maart 2019
BENG en de optimale schil
De concept voorgenomen BENG 1-eis is veel minder zwaar dan de sector had verwacht. Waar de projecten in ons BENG-onderzoek van 2016 alles uit de kast moesten trekken om de BENG 1-eis te halen, lukt het nu zonder inspanning.

Deze column van Claudia Bouwens (NEPROM, Lente-akkoord) verscheen op 12 maart in Cobouw.

De concept voorgenomen BENG 1-eis is veel minder zwaar dan de sector had verwacht. Waar de projecten in het Lente-akkoord BENG-onderzoek van 2016 alles uit de kast moesten trekken om de BENG 1-eis te halen, lukt het nu zonder inspanning.

De optimale schil
Alle twaalf onderzochte projecten (rijwoningen, maar ook hoogbouw en vrijstaand) in ons recente BENG-onderzoek voldoen aan BENG-1 met Bouwbesluit-maatregelen. De primaire reactie is dan: roepen om aanscherping. Is dat de beste oplossing?

Ter geruststelling van Kamerleden en de lezers van Trouw: nieuwbouwhuizen krijgen in de basis altijd een goede schil, onafhankelijk van wat de BENG-1 eis ook wordt. Daar zorgen de vangneteisen in het Bouwbesluit voor. Wel zijn er twee eisen die wat achterlopen bij de huidige bouwpraktijk: de isolatiewaarde van het raam en de luchtdoorlatendheid. Deze zouden naar mening van de Lente-akkoord-partijen snel op het nu gangbare niveau gebracht mogen worden: 1,4 of 1,2 voor u raam en 0,4 voor de qv;10 van alle woningtypen. Daarmee realiseren we in de basis een kierdichte, goede schil zonder koudeval van het glas.

Al jaren vraag ik me af: wat is de optimale schil voor een nieuwbouwwoning? En eindelijk weet ik hoe we deze vraag moeten beantwoorden. Meestal laten we ons leiden door kosten. In het onderzoek in 2016 lieten we ons leiden door de scherpe BENG 1-eis. Maar het enige zinnige antwoord is natuurlijk: de bewoner. Wat geeft de bewoner het optimum aan wooncomfort: geen tocht, geen koudeval, gewenste temperatuur in winter èn zomer, met de laagste energierekening? Daar beginnen we langzamerhand een beeld bij te krijgen. Qua wooncomfort is dat een binnenklimaat met vlakken van dezelfde temperatuur, zonder uitschieters naar beneden (van bijvoorbeeld glas) en zonder tocht (door goede kierdichting). Volgens mij kunnen we dit in de basis met de voorgestelde vangneteisen realiseren. Daarmee is de eerste stap van de Trias Energetica gezet.

Optimale schil is afhankelijk van installatie
En hoe krijgt de bewoner vervolgens een lage energierekening met de minste investeringskosten? Voor woningen met een bodemwarmtepomp, dus met koeling in de zomer, zijn de vangnet-eisen al behoorlijk optimaal. Voor woningen met een luchtwaterwarmtepomp met een kleiner vermogen, is het slimmer om iets méér te isoleren. En overweeg je om je hele huis elektrisch te verwarmen (wat ik niet wil aanraden)? Denk dan aan een passiefhuis-pakket. Hebben we hiervoor een aangescherpte BENG 1 nodig? Nee, vooral je gezond verstand gebruiken. De optimale schil is afhankelijk van de installatie.

De eerste BENG-eis gaat dan anders werken dan iedereen vooraf had gedacht. BENG-1 is dan alléén kritisch voor woningen waarvan de gebouwvorm of bouwmassa flink afwijkt. Houtskeletbouwwoningen moeten dus wèl extra maatregelen nemen. Maar blijven als bouwvorm wel mogelijk. Gelukkig maar, want als we óók circulair willen bouwen hebben we hsb hard nodig.

ir. Claudia Bouwens, Programmaleider Lente-akkoord