Nieuws
12 april 2013
Projectontwikkelaars: stagnatie woningbouw nog niet voorbij
De projectontwikkelaars, verenigd in de Neprom, waarschuwen voor te veel optimisme bij het vandaag verschenen rapport van de Taskforce Woningbouwproductie.

Voorburg, 5 februari 2002

De projectontwikkelaars, verenigd in de Neprom, waarschuwen voor te veel optimisme bij het vandaag verschenen rapport van de Taskforce Woningbouwproductie. Zij onderschrijven de conclusies uit het rapport, maar vinden de jarenlange politieke en bestuurlijke desinteresse in de woningbouw de belangrijkste oorzaak van het inzakken van de woningbouwproductie. Pas wanneer de politiek een einde maakt aan de veelheid aan verstikkende regelgeving en de markt meer ruimte geeft om tegemoet te komen aan de woonwensen van de consument, dan mag op termijn het aantrekken van de woningbouwproductie worden verwacht.

De Neprom verwacht dat de politiek de aanbevelingen van de Taskforce zal overnemen omdat anders steeds grotere problemen op de woningmarkt zullen ontstaan. Zo zullen de prijzen van koopwoningen verder oplopen, waardoor starters op de woningmarkt steeds moeilijker een woning kunnen vinden. Ook zullen de wachtlijsten voor sociale huurwoningen verder groeien en zal ook de noodzakelijke stedelijke vernieuwing niet van de grond komen.

Aanleiding voor het instellen van de Taskforce Woningbouwproductie vorig najaar door staatssecretaris Remkes was het sterk achterblijven van de woningbouwproductie ten opzichte van de politieke ambities. Zo wordt door de Taskforce in 2002 een productie van 60.000 woningen verwacht, terwijl de ambitie van het kabinet was om 100.000 woningen te bouwen. De projectontwikkelaars zijn bang dat bij het achterwege blijven van maatregelen de productie nog verder zal inzakken.

Belangrijke oorzaak van de stagnatie in de woningbouw is volgens de Taskforce de sterk toegenomen en zeer gecompliceerde regelgeving en in het verlengde daarvan de sterke toename van beroeps- en bezwaarprocedures. Volgens de Taskforce wordt bij het invoeren van nieuwe regelgeving het belang van de woningbouwproductie onvoldoende meegewogen. Vandaar dat de Taskforce ervoor pleit dat bij nieuwe regelgeving eerst wordt onderzocht wat de gevolgen zijn voor de woningbouwproductie. Volgens de Neprom moet de overheid zeer terughoudend zijn bij nieuwe regelgeving en het belang van de woningbouwproductie daarin voortaan zwaarder laten wegen. In dat verband vindt de Neprom de toezegging van staatssecretaris Remkes om invoering van het nieuwe Bouwbesluit uit te stellen tot 1 januari 2003, teneinde nieuwe vertragingen en onvoorziene kostenstijgingen te voorkomen, een stap in de goede richting.

Een tweede belangrijke oorzaak van de stagnatie is volgens de Taskforce dat de overgang van meer marktwerking en minder overheidssturing op de woningmarkt, die begin jaren negentig werd ingezet, niet volledig is doorgevoerd. De projectontwikkelaars zijn van mening dat veel gemeenten zich nog te sterk met tal van zaken bij de woningbouw bemoeien, waardoor langdurige onderhandelingen en vertragingen optreden. Als voorbeeld noemt de Neprom de gedetailleerde voorschriften voor de indeling en uitrusting van woningen, het duurzaam bouwen en de prijscategorieën waarin gebouwd moet worden. Hierdoor komt het nog veel te vaak voor dat ontwikkelaars worden gedwongen om woningen op de markt te brengen, waar consumenten eigenlijk niet op zitten te wachten. Volgens de projectontwikkelaars dient de landelijke politiek de bevoegdheden van de gemeenten op dit terrein sterk te beperken. De Neprom onderschrijft daarom de conclusie van de Taskforce dat gemeenten zich dienen terug te trekken op hun kerntaken en dat zij daarvoor betere instrumenten moeten krijgen.