Nieuws
29 mei 2012
Inzicht vragen in hoogte bouwleges loont
Steeds vaker leidt de heffing van bouwleges tot vragen bij projectontwikkelaars en woningcorporaties. Waarom zijn de leges zo hoog in relatie tot de door de gemeente verrichte dienst?

Steeds vaker leidt de heffing van bouwleges tot vragen bij projectontwikkelaars en woningcorporaties. Waarom zijn de leges zo hoog in relatie tot de door de gemeente verrichte dienst? En wat kun je er als belanghebbende aan doen?

Door de toegenomen weerstand tegen de hoge bouwleges ontstaat meer jurisprudentie, waardoor we een steeds duidelijker beeld krijgen van de eisen die aan deze heffing worden gesteld. Zo deed de Hoge Raad op 13 april 2012 uitspraak inzake de legesverordening van de Gemeente Utrecht. NEPROM en AEDES gingen in gesprek met Peter van der Muur en Sjoerd Bosma van Ernst & Young die de ontwikkelingen op de voet volgen. Hun reactie op de uitspraak in het kort:

"De Gemeentewet bepaalt dat een gemeente via legesheffing niet meer kosten mag verhalen dan zij in het kader van de dienstverlening zoals opgenomen in de Legesverordening maakt. Kern van de uitspraak van de Hoge Raad op 13 april is, dat deze bewijsplicht zeer ver gaat en dat gemeenten belanghebbenden als projectontwikkelaars volledig inzicht moeten verstrekken. Doet de gemeente dit niet, dan kan dit leiden tot algehele onverbindendheid van de Legesverordening en vernietiging van de betreffende aanslagen bouwleges, zo oordeelde de Hoge Raad.

Dit betekent dan ook dat het gerechtvaardigd is dat ontwikkelaars en corporaties de legesverordeningen van gemeenten kritisch tegen het licht houden en dat het zeker kan lonen informatie op te vragen over ontvangen legesnota’s wanneer er twijfel bestaat over de hoogte”.

Wat bepaalt de gemeentewet over heffing van bouwleges?
De Gemeentewet bepaalt dat een gemeente via legesheffing niet meer kosten mag verhalen dan zij in het kader van de dienstverlening zoals opgenomen in de Legesverordening maakt. Deze zogenoemde opbrengstnorm moet worden beoordeeld op basis van de bij de begroting vastgestelde ramingen van baten en lasten. Indien een belanghebbende wil controleren of een gemeente binnen deze norm is gebleven dan dient de gemeente inzicht te verstrekken in die geraamde baten en lasten. Als de belanghebbende vervolgens van een of meerdere posten in twijfel trekt of er wel sprake is van ‘lasten ter zake’ dan dient de gemeente deze twijfel naar vermogen weg te nemen, zo oordeelde de Hoge Raad reeds in 2009.

Hoe oordeelde de Hoge Raad onlangs inzake de legesverordening Utrecht?
De Hoge Raad heeft op 13 april 2012 in navolging van Gerechtshof Arnhem geoordeeld dat de gemeente Utrecht niet aan bovenstaande verplichtingen had voldaan. Het gevolg hiervan was dat de rechter bij gebrek aan inzicht niet kon toetsen of de betreffende Legesverordening voldeed aan de opbrengstnorm. Volgens de Hoge Raad diende dit te leiden tot algehele onverbindendheid van de Legesverordening. De betreffende aanslagen bouwleges werden derhalve vernietigd door de Hoge Raad.  

Wat betekent dit arrest van de Hoge Raad?
Tot het voornoemde arrest van 13 april 2012 bestond er onduidelijkheid over hoever de bewijsplicht voor gemeenten op dit gebied gaat. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat deze bewijsplicht zeer ver gaat. Het gevolg hiervan voor gemeenten is dat zij goed op een rijtje moeten hebben welke kosten zij via legesheffing verhalen. Indien zij dit niet goed in beeld hebben kan de rechter bij gebrek aan inzicht de Legesverordening geheel onverbindend verklaren, zoals de gemeente Utrecht is overkomen.

Daarnaast moeten gemeenten zorgen dat zij geen kosten aan leges toerekenen die worden gemaakt in het kader van het algemeen belang, zoals beleidskosten, kosten van toezicht en kosten van bezwaar- en beroep. De wetgever heeft namelijk van deze kosten bepaald dat zij door de samenleving als geheel moeten worden gedragen en niet door de individuele aanvrager van legesplichtige dienstverlening. Indien de gemeente deze kosten wel toerekent dan dienen deze bij toetsing aan de opbrengstlimiet te worden geëlimineerd. Ook deze eliminaties kunnen uiteindelijk leiden tot algehele onverbindendheid van de Legesverordening indien de kostendekkendheid  na voornoemde eliminaties meer dan 110% is én het de gemeente op voorhand duidelijk moet zijn geweest dat deze kosten niet mochten worden verhaald.

Hoe kunnen projectontwikkelaars en corporaties hier het beste naar handelen?
Bovenstaand arrest staat niet op zichzelf. Inmiddels heeft de rechter naast de Legesverordening van de gemeente Utrecht ook de Legesverordeningen van de gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Amersfoort, Vianen en Wijchen geheel onverbindend verklaard om nagenoeg dezelfde reden. Alle betreffende aanslagen zijn vernietigd door de rechter.

Bovenstaande betekent dat het gerechtvaardigd is dat projectontwikkelaars en corporaties de Legesverordeningen van gemeenten kritisch tegen het licht houden. Daartoe zullen zij binnen de wettelijke termijn van zes weken bezwaar moeten aantekenen tegen door hen ontvangen legesnota’s. Daarna kunnen zij bij de gemeente informatie opvragen inzake de ramingen. Indien deze ramingen twijfel oproepen zal de betreffende gemeente een nader inzicht moeten verstrekken. Afhankelijk van de door de gemeente verstrekte informatie en de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken kan een projectontwikkelaar of corporatie vervolgens kiezen voor een gang naar de rechter indien zij het oneens blijft met de gemeente.

Sinds de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) per 1 oktober 2010 wordt aangenomen dat de opbrengstnorm moet worden beoordeeld op enkel het hoofdstuk van de omgevingsvergunning. Voorheen, zoals in voornoemde procedures, werd de opbrengstnorm beoordeeld op het niveau van de gehele Legesverordening. Op die manier was bijvoorbeeld kruissubsidiëring mogelijk tussen paspoorten en bouwvergunningen. Nu de ruimte voor kruissubsidiëring door de Wabo fors is beperkt zal een gemeente nog scherper op haar kostentoerekening moeten letten.