Nieuws
19 september 2014
"Niet bouwen met de handrem erop, maar plankgas."
Bouwen met de handrem erop zou betekenen dat we niets van het verleden hebben geleerd schrijft Friso de Zeeuw vandaag in De Volkskrant.

Dit artikel van Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft  en directeur Nieuwe Markten Bouwfonds Ontwikkeling, verscheen op 18 september in De Volkskrant.

“Gemeente, ga nu niet bouwen”, kopt de Volkskrant afgelopen zaterdag. Het artikel slaat op het pleidooi van het Planbureau voor de Leefomgeving voor een rem op nieuwbouw van woningen. Dit plan is onjuist en onverantwoordelijk. Zo ontstaat schaarste op de woningmarkt en rijzen de koopprijzen straks weer de pan uit, waarschuwt Friso de Zeeuw.
 
Na acht jaar crisis komt er eindelijk weer beweging in de woningmarkt en nu al maant het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gemeenten om toch vooral voorzichtig zijn te zijn met het bouwen van nieuwe huizen. De generatie babyboomers is namelijk binnen enkele decennia overleden en dan zijn er meer dan genoeg woningen op de markt, zo redeneert het PBL. Deze analyse faalt.   

Niet nog eens kunstmatige schaarste
Bouwen met de handrem erop, juist nu de markt opkrabbelt, zou betekenen dat we niets van het verleden hebben geleerd. De Nederlandse woningmarkt is decennialang in de tang gehouden met een kunstmatige schaarste waardoor de prijzen de pan uitrezen en consumenten amper keuzevrijheid hadden. Die fout moeten we niet nog een keer maken.

Het lijkt erop als het PBL zich verslikt in de eigen cijfers. Want in hetzelfde rapport constateert het bureau dat er tot 2040 nog ongeveer 1 miljoen huishoudens bijkomen, waarna de bevolking mogelijk stabiliseert. Natuurlijk moeten we deze ramingen voorzichtig en met ruime marges hanteren. Maar van een forse toename kunnen we veilig uitgaan, en die zullen toch moeten wonen. Daarnaast bestaat een jaarlijkse vervangingsbehoefte van rond de 15.000 gesloopte woningen.

Herbestemmen helpt een beetje
Herbestemmen van lege kantoren kan een alternatief zijn voor nieuwbouw, zo stelt het PBL. Er staat zo n 7,6 mln. m2 kantoorruimte leeg. Stel dat - heel optimistisch geraamd - 30% daarvan leent voor transformatie naar een woonfunctie, dan levert dat totaal 20.000 woningen op. Dat is 2% van de totale behoefte. Herbestemmen moeten we vooral doen, maar denk niet dat het kwantitatief veel zoden aan de dijk zet.

Misverstanden
In alarmerende toonzetting stelt het PBL dat in 2030 ongeveer 50.000 koopwoningen per jaar vrij komen, omdat de ouderen die er wonen overlijden. So what? Jongere huishoudens zullen die woningen kopen. En die 50.000 is geen dramatisch hoog getal. Momenteel bieden 65-plussers 80.000 woningen te koop aan. Het gaat om doorgaans populaire woningentypen die inmiddels weer aftrek vinden bij verschillende doelgroepen.

Een ander misverstand schuilt in de veronderstelling dat alleenstaanden - de groep die de komende jaren het hardst groeit - massaal in een appartement willen wonen. Onderzoek wijst niet in die richting, in tegendeel. Eengezinswoningen blijven populair, ook jonge mensen kiezen qua woningvoorkeur nog traditioneler dan hun ouders.

Verschuivingen en onderscheid tussen regio's
We constateren wel een verschuiving naar de steden en de plaatsen daaromheen. Ook daar zullen geleidelijk aan meer typische stadswoningen (grondgebonden woningen in een hogere dichtheid en met slimme parkeeroplossingen) gebouwd worden.

Wij koersen in ons land naar een groter onderscheid tussen groeiregio’s, stabiele gebieden en enkele krimpregio’s, ook al zijn die laatste in vergelijking met andere landen beperkt. Natuurlijk moeten  bouw- en vernieuwingsprogramma’s daarop worden afgestemd. In een groeiregio als Amsterdam bestaat alle reden om volop en met kracht in te zetten op een gevarieerd bouwprogramma op een variëteit aan locaties. De prijzen stijgen al weer fors, Utrecht volgt. Het recept luidt hier niet ‘’voorzichtig, met de handrem erop’’, maar: "haidewietska, vooruit geeft gas!"

Betaalbaarheid
De betaalbaarheid van het wonen staat op het spel. Als we over een jaar of vijf toe zijn aan een nieuw parlementair onderzoek naar de enorme stijging van de huizenprijzen in de periode 2014-2018, kan de commissie haar onderzoek in een dag afronden: "Het rapport ‘Nieuwe uitdagingen op de woningmarkt’ van het PBL, daar begon het mee".