Nieuws
3 februari 2015
WAS-lijn voor NEPROM-leden
Het voorstel voor de Wet aanpak schijnconstructies is bij de Tweede Kamer ingediend. De WAS is een uitwerking van het sociaal akkoord (2013) en het actieplan ‘Bestrijden van schijnconstructies’.

Het voorstel voor de Wet aanpak schijnconstructies is voor de Kerstvakantie bij de Tweede Kamer ingediend. De WAS is een uitwerking van het sociaal akkoord (2013) en het actieplan ‘bestrijden van schijnconstructies’. Men wil hiermee ongewenste concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegengaan. 

Om leden te faciliteren en een vinger aan de pols te kunnen houden heeft de NEPROM een WAS-lijn geopend. Je kunt daar je vragen stellen, opmerkingen of suggesties doorgeven en te zijner tijd ervaringen over de uitvoering delen.

De input wordt geïnventariseerd en verwerkt, bijvoorbeeld in de vorm van een lijstje met ‘veel gestelde vragen’ op de website, alsmede nader overleg met kamerleden en ter gelegenheid van een evaluatie. Houd er wel rekening mee dat het op dit moment (begin februari 2015) nog maar een voorstel betreft waarop de Staten-Generaal nog moeten beslissen. Er kunnen dus nog wezenlijke wijzigingen plaatsvinden
.
De WAS-lijn wordt beheerd door Nicolette Zandvliet. Uw berichten, vragen of suggesties kunt u aan haar doorgeven.

WAS-lijn: veel gestelde vragen

1. Wat is het doel van de Wet aanpak schijnconstructies?
De regering heeft met het wetsvoorstel aanpak schijnconstructies tot doel bij te dragen aan het voorkomen van oneerlijke concurrentie tussen bedrijven, het versterken van de rechtspositie van werknemers en aan een beloning voor werknemers, conform wet- en regelgeving, cao of afspraken bij individuele arbeidsovereenkomst.

2. Wat staat er in de Wet aanpak schijnconstructies?
Het wetsvoorstel bestaat uit de volgende onderdelen: 

a. Het wijzigen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en het Burgerlijk Wetboek (BW), namelijk: 

  • Het verduidelijken van de eisen die aan de loonstrook worden gesteld, waaronder het verplichten van werkgevers tot het specificeren van onkostenvergoedingen;
  • Het beter verankeren in de wetgeving van het recht op het wettelijk minimumloon en de uitbetaling daarvan; 
  • Het verplichten van werkgevers om het wettelijk minimumloon giraal uit te betalen; 
  • Het in principe niet meer toestaan van verrekeningen met en inhoudingen op het minimumloon;
b. Het mogelijk maken van openbaarmaking van inspectiegegevens; 
c. De invoering van een ketenaansprakelijkheid voor het aan de werknemer verschuldigde loon; 
d. Het verbeteren van de cao-naleving en –handhaving. Dit gebeurt door de algemeen verbindend verklaring (avv) van een cao eenmalig voor dezelfde duur maar maximaal een jaar te verlengen indien cao-partijen daar gezamenlijk om verzoeken en door reeds aanwezige inspectiegegevens door de Inspectie SZW te laten gebruiken voor een onderzoek zoals genoemd in artikel 10 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (Wet avv); 
e. Het verbeteren van de publiekprivate informatie-uitwisseling door vermoedens van de Inspectie SZW van niet-naleving van cao’s door te geven aan (handhavingsinstanties van) cao-partijen; 
f. Het verbeteren van de handhaafbaarheid van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) door expliciet in de wet op te nemen dat de werkgever moet meewerken aan de vaststelling van de identiteit van de werknemer.

3. Wanneer is de ketenaansprakelijkheid van toepassing?
De ketenaansprakelijkheid voor voldoening van het verschuldigde loon is van toepassing wanneer in een keten waarin een werknemer arbeid verricht, sprake is van een (of meer) overeenkomst(en) van opdracht of aanneming van werk. De regeling geldt alleen als de arbeid van de werknemer wordt verricht ter uitvoering van die overeenkomst(en). De ketenaansprakelijkheid geldt dus niet indien door een zelfstandige werkzaamheden worden verricht onderaan een keten. De ketenaansprakelijkheid geldt wel voor het op grond van de uitzendovereenkomst verschuldigde loon en voor andere vormen van ter beschikking stellen van arbeid.

4. Hoe werkt de ketenaansprakelijkheid?
Het wetsvoorstel gaat uit van een hoofdelijke aansprakelijkheid van de werkgever en diens opdrachtgever ter zake van onderbetaling (of niet betalen) van het verschuldigde loon. De opdrachtgever is niet aansprakelijk als hij aannemelijk kan maken dat hem niet verweten kan worden dat het loon niet betaald is.

Als de vordering niet wordt voldaan kan de werknemer – onder de in de wet genoemde voorwaarden - vervolgens hogere schakels in de keten volgtijdelijk aanspreken, van onder naar boven. Die voorwaarden zijn:
a. de werkgever en/of diens opdrachtgever, of een volgende schakel heeft geen bekende woon-of verblijfplaats en kan zodoende niet worden aangesproken;
b. de werkgever en/of diens opdrachtgever, of een volgende schakel, is niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of in enig buitenlands register voor ondernemingen;
c. de werkgever en/of diens opdrachtgever, of een volgende schakel, is failliet verklaard;
d. na een onherroepelijke uitspraak van de rechter, waarin de werkgever en/of diens opdrachtgever is veroordeeld tot voldoening van het loon, kan de werknemer zijn recht op voldoening jegens de werkgever (of een volgende schakel) niet effectueren;
e. indien de rechter heeft bepaald dat een aansprakelijk gestelde opdrachtgever niet kan worden verweten dat het aan de werknemer verschuldigde loon niet is voldaan. Ook hier geldt dat men niet aansprakelijk is als men aannemelijk kan maken dat men niet-verwijtbaar gehandeld heeft.

Daarnaast kan een werknemer in bepaalde gevallen, nadat een vordering tegen zijn werkgever en/of diens opdrachtgever niet is geslaagd, de hoofdopdrachtgever aansprakelijk stellen, zonder dat de hierboven genoemde ketenvolgorde doorlopen hoeft te worden. De werknemer heeft deze mogelijkheid in de situatie waarin sprake is van ernstige onderbetaling (na een wachttijd van zes maanden waarin de hoofdopdrachtgever corrigerend kan optreden) of een jaar nadat de werkgever en/of diens opdrachtgever is aangesproken voor het verschuldigde loon. De hoofdopdrachtgever kan zich ook in deze situatie(s) beroepen op niet-verwijtbaarheid.

5. Hoe zit het met de Wet arbeid vreemdelingen?
De werkgever wordt op grond van het voorstel verplicht om binnen 48 uur na een vordering van een toezichthouder de identiteit vast te stellen en te verstrekken van de persoon waarvan op grond van feiten en omstandigheden het vermoeden bestaat dat hij arbeid voor hem verricht of heeft verricht. 

Werkgevers die gebruikmaken van de handreiking ‘stappenplan verificatieplicht’ raakt dit niet.

6. Waar kan ik de stukken die betrekking hebben op het wetsvoorstel nalezen?
Op de website van de Tweede Kamer kun je via deze link de relevante publicaties inzien.

7. Wat is het standpunt van de NEPROM over de WAS?

Het standpunt van de NEPROM ziet vooral op de invoering van de ketenaansprakelijkheid voor loon en de aanscherping van de Wet arbeid vreemdelingen die het voorstel bevat.

Het doel van de wet (het voorkomen van onderbetaling en oneerlijke concurrentie) wordt gesteund door de NEPROM. Wel vindt de NEPROM dat het voorstel te ver gaat en zijn doel voorbij schiet. De NEPROM wijst daarbij op aspecten als proportionaliteit, de mogelijkheid van alternatieve stelsels, de rol van de Inspectie, de invulling van het begrip ‘verwijtbaarheid’ en administratieve lasten.

Lees hier het officiële NEPROM-standpunt 
Lees ook een column (van de NEPROM) in de Cobouw over dit onderwerp


Update (25 - 3 2015)

De Wet Aanpak Schijnconstructies is op 3 maart 2015 met algemene stemmen aangenomen in de Tweede Kamer. Het voorstel beoogt bij te dragen aan het voorkomen van oneerlijke concurrentie tussen bedrijven, aan het versterken van de rechtspositie van werknemers en aan een beloning voor werknemers conform wet- en regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) of afspraken bij individuele arbeidsovereenkomst.

Werkgever en opdrachtgever worden hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het (juiste) loon. Daarnaast bevat het voorstel regels over hoe en wanneer het loon ook hoger in de keten gevorderd kan worden, waarbij in sommige gevallen de hoofdopdrachtgever direct aangesproken kan worden.
 
De Tweede Kamer nam nog een amendement van Van Weyenburg (D66) aan dat de werkgever verplicht om in voorkomende gevallen aan de Inspectie SZW een afschrift te verstrekken van het document aan de hand waarvan de identiteit is vastgesteld, indien de Inspectie SZW daar om vraagt op grond van artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen.

Op 31 maart staat het wetsvoorstel geagendeerd in de eerste kamer voor voorbereidend onderzoek. Naar verwachting treedt het voorstel 1 juli in werking.


Interessante links 

1. Beleid aanpak schijnconstructies krijgt handen en voeten (Maarten Stekelenburg, CMS-DSB)
2. Ook opdrachtgevers verantwoordelijk voor betaling cao-loon (Rijksoverheid)
3. Wet aanpak schijnconstructies (Flexnieuws.nl)
4. Wetsvoorstel aanpak schijnconstructies heeft grote impact (BDO)