Nieuws
22 september 2015
Kwaliteit in de Calamiteitenpolder
Jan Fokkema blogt over kwaliteit van de openbare ruimte n.a.v. de Zomeravondgasten uitzending met de internationaal befaamde stedenbouwkundige Adriaan Geuze.
Een paar dagen voor ons vertrek naar Istanbul, familiereünie, zag ik Zomeravondgasten met Adriaan Geuze. Vol afschuw sprak deze internationaal befaamde stedenbouwkundige, landschapsarchitect en ingenieur over een in zijn ogen lelijk stukje A4 bij Leiderdorp. Voor velen blijkt die afschuw heel herkenbaar.

Ik woon in het Wateringseveld. Eén van de meest geslaagde Vinex-locaties in ons land en een raszuivere PPS. Ik woon daar met dank aan mijn Iraanse vrouw en onze dochter. Voor hen is nieuw beter. Geen valse romantiek, van piep, kraak en tocht in onze vroegere parterre uit 1916 in het Haagse Bezuidenhout. Ik woon eigenlijk aan afslag 12 van de A4. Als we ’s nachts ons raam open hebben, dan hoor ik de A4. Ik ergerde me daar de eerste jaren vreselijk aan. Ik vond dat we een kat in de zak hadden gekocht. Nu zet ik het raam slechts op een kier en ben ik er enigszins aan gewend. Je zou het geruis haast voor de zee aan kunnen horen. Mijn vrouw hoort het niet en als ze het al hoort dan kan het haar niets schelen. Als ik ‘s avonds met de auto thuis kom en uitstap dan hoor ik de A4, waar ik net zelf over reed. Afhankelijk van de wind, soms hard en soms helemaal niet. En ’s ochtends vroeg idem dito. Toen ik eens aan mijn buurman vroeg of hij zich daar ook zo aan ergerde zei hij dat hem dat nog nooit was opgevallen!

Bij de ingang van de wijk hebben wij een 380 kV koppelstation staan. Uiterst modern. Er zijn er maar een paar van in Nederland. En volgens mij is die van ons het grootste, staat het dichtst bij de bebouwing en is dus het best te bewonderen. Iedereen die de A4 afdraait naar de N211 ziet dit kunstwerk. Hoge masten, veel hoogspanningsleidingen, grote schakelaars en grote transformatoren. Niet te missen, al helemaal niet als je vervolgens onze wijk inrijdt. En als je er weer uit gaat, want het is het overheersende silhouet boven de bebouwing dat je vanuit grote delen van onze wijk kunt zien. Het staat op een lapje Westland (voormalig Wateringen), terwijl onze wijk als gevolg van de gemeentelijke herindeling in Den Haag is ontwikkeld.

Dat dit kunstwerk precies hier een plek heeft gekregen, ver buiten het zicht van alle Westlanders, is uiteraard de erfenis van een smerig staaltje gemeentepolitiek. Twee Haagse wethouders dachten dat ze dat koppelstation wel even tegen konden houden, maar nee dus. De kunst voor mij is om er van te genieten (maar het is afschuwelijk). Een enorm knap stukje ingenieurswerk (Adriaan!). Van boven (Google!) ziet het er met zijn geometrische figuren fantastisch uit. Bijna geen enkele gemeente heeft dat. Wij wel. Trots moeten we er op zijn. Zo probeer ik mijn paniek te onderdrukken.

Overigens kunnen we ook trots zijn op een van de grootste en modernste rioolzuiveringsinstallaties van Europa die daar tegenover aan de andere kant van de A4 ligt en waar omheen Rijswijk Buiten wordt gebouwd. Eigentijdse Nul-op-de-Meter woningen. Straks (eigenlijk nu al) liggen deze prachtige ingenieurswerken - A4, 380 kV-station en zuiveringsinstallatie - midden in ons stedelijk gebied. Met dank aan onze grootse planologische traditie.



Mijn hardlooprondje voert door de Calamiteitenpolder - die laat men bij te veel regen onderlopen - en geeft een goede blik op deze ingenieurswerken. Nog steeds lukt het mij niet om het paniekgevoel geheel weg te drukken als ik mijn kilometers draai. De polder zelf is prachtig, met veel groen, wilgen, schapen, paarden, fazanten, water, riet, heel veel watervogels en een fraaie oude molen die bij mooi weer bespannen wordt met doeken en ook zijn rondjes fluitend draait. Een ingenieus paradijsje, die calamiteitenpolder. Maar in zo’n schril contrast met die A4, met het knooppunt naar de N211 (een van de drukste provinciale wegen van de Randstad), het 380 kV koppelstation en de rioolzuivering.

Veel Vinex-locaties hebben van die afschuwelijke randen. (Er is zelfs ooit eens een heel boek over uitgegeven. We wonen tenslotte in Nederland.) Maar mijn vrouw weet niet waar ik het over heb. Ze vindt me ontevreden. Gelijk heeft ze. Ruimtelijke kwaliteit, het is zo’n persoonlijke beleving. Maar tegelijkertijd zo belangrijk voor geluk en welbevinden.

Tijdens de Zomeravondgasten uitzending vroeg Adriaan Geuze retorisch aan Wilfried de Jong, “Heb jij dat besteld?”. En daar gaat het om: hoe komen we tot “een bestelling”, als het gaat om ruimtelijke kwaliteit. De komende 25 jaar moeten er nog zo’n miljoen woningen bij komen. Met alles wat daar bij hoort, aan infrastructuur en voorzieningen.

Volgens sommigen is er daarvoor voldoende ruimte in bestaand stedelijk gebied. Zodat het gebied buiten de stad open kan blijven en haar kwaliteit kan houden. Dat is een illusie. Maar zelfs al zou je de helft van alle nieuw te bouwen woningen in de stad kwijt kunnen, dan zal dat zo veel extra geld kosten aan verwerving, transformatie en herontwikkeling én zoveel extra tijd kosten dat het haast onmogelijk is.

En wie zal dat betalen? Tot nu toe waren we gewend dat de nieuwbouw alle extra kosten opbrengt. Maar dat kan alleen in tijden van schaarste. En het grote nadeel daarvan is dat de maatschappelijke kosten zeer hoog en zeer ongelijk verdeeld zijn. De gearriveerden met hun huizen in bestaand stedelijk gebied zien de waarde door die schaarste stijgen en de nieuwkomers betalen het volle pond. Kwaliteit kost geld. Ook als het gaat om het open houden van de ruimte. Kwaliteit van de openbare ruimte wordt daarmee steeds meer een politieke strijd tussen de haves en de have-nots.

Tags