Nieuws
12 juli 2017
De Wet arbeid vreemdelingen in één woord
Bewijs. Dat is de uitkomst van twee uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, die aansluiten bij een eerdere conclusie van de Advocaat-Generaal.
Bewijs. Dat is de uitkomst van twee uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (5 juli; ECLI:NL:RVS:2017:1818 en ECLI:NL:RVS2017:1819). Die aansluiten bij een eerdere conclusie van de Advocaat-Generaal (ECLI:NL:RVS:2017:1034).

Het ging om vreemdelingen die zonder tewerkstellingsvergunningen werkten aan de bouw (van schepen). Ging het hier om de het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit uitvoering Wav?

Hamvraag in deze procedures was of de Minister aangetoond heeft (met een boeterapport en bijbehorende verklaringen) dat er sprake is van een overtreding van de Wet Arbeid Vreemdelingen en het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen.
 
In de lijn van eerdere jurisprudentie, geldt als uitgangspunt dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust van een overtreding en dat, in geval van twijfel, aan de betrokkene het voordeel van de twijfel dient te worden gegund. Het beroep werd in beide zaken om die reden gegrond verklaard. Ondanks dat de uitspraken casuïstisch zijn, zijn ze relevant voor de praktijk. Vergelijkbare verweren werden in het verleden nogal eens gemakkelijk terzijde geschoven.

Gaat deze vlieger straks ook op voor andere toezichthouders en (bestuursrechtelijke) wetgeving/boetes? We houden het in de gaten.