Nieuws
18 februari 2011
Woningbouwproductie in 2010 met 50% gestegen
Volgens de NEPROM, de vereniging van projectontwikkelaars, werden afgelopen jaar 26.500 nieuwbouwwoningen verkocht in Nederland, tegen 17.700 in 2009.

Volgens de NEPROM, de vereniging van projectontwikkelaars, werden afgelopen jaar 26.500 nieuwbouwwoningen verkocht in Nederland, tegen 17.700 in 2009. Het herstel in de nieuwbouw was mede mogelijk doordat ontwikkelaars op grote schaal goedkopere woningen op de markt brachten.
 
Vooral starters profiteerden daarvan; zij konden in 2010 de stap van de huur- naar de koopsector maken. In 2011 dreigt de verkoop opnieuw in te zakken door beperking van de hypotheekverstrekking en de oplopende rente.

Terwijl in de nieuwbouw de verkoop in 2010 met de helft toen nam, bleef in de bestaande woningvoorraad het aantal kooptransacties op het zelfde niveau als het jaar daarvoor. Het vermogen van projectontwikkelaars om hun producten aan te passen aan de nieuwe woningmarktsituatie blijkt doorslaggevend voor het herstel van de nieuwbouwmarkt. Particuliere huizenverkopers kunnen dit uiteraard niet. Nieuwbouwwoningen die in 2010 op de markt zijn gebracht worden aanzienlijk beter verkocht dan woningen uit de oude verkoopvoorraad. Na ruim twee jaar crisis valt ook duidelijk op dat in regio’s waar de ontwikkelaar relatief weinig mogelijkheden had om projecten aan te passen, het herstel van de nieuwbouwmarkt flink achterblijft. Zo ligt in Noord-Holland (sterk bepaald door Amsterdam) het aantal verkochte nieuwbouwwoningen nog steeds 40% onder het niveau van voor de crisis tegen 25% landelijk.

De NEPROM baseert haar woningmarktrapportages op de cijfers afkomstig uit het onderzoek Monitor Nieuwe Woningen dat in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken elk kwartaal wordt uitgevoerd. Daaruit blijkt ook dat in het derde kwartaal van 2010 de nieuwbouwmarkt kortstondig wat teruggezakte, maar dat dit vooral werd veroorzaakt doordat in de zomer aanzienlijk minder nieuwe projecten in verkoop werden gebracht.

Starters katalysator van marktherstel
Volgens de NEPROM zijn de koopstarters de katalysator van het woningmarktherstel. Eerdere berekeningen tonen aan dat als een starter een bestaand huis koopt dit leidt tot gemiddeld mimimaal drie andere verhuisbewegingen. Aan het eind van de verhuisketen bevindt zich in veel gevallen een nieuwbouwwoning. Het is dan ook zeer ongelukkig dat uitgerekend starters het meeste last hebben van de beperking in de hypotheekverstrekking. Als gevolg van de aanscherping van de regels van Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en het verscherpte toezicht van de AFM op tophypotheken zijn banken steeds terughoudender geworden. Vooral inkomens beneden modaal – waar de meeste starters zijn te vinden - zijn daar de dupe van. Hun leencapaciteit is fors afgenomen, oplopend tot zelfs 25%.

De NEPROM heeft samen met Bouwend Nederland de politiek opgeroepen om starters tijdelijk vrij te stellen van overdrachtsbelasting. Dat moet er toe leiden dat fors meer starters de stap naar de koopmarkt kunnen zetten. Als starters een bestaande woning kopen, dragen de vertrekkende eigenaren daarvan uiteraard wel overdrachtsbelasting af bij de aankoop van hun volgende huis, en zo verder. Dat betekent dat één van overdrachtsbelasting vrijgestelde starter minimaal twee of drie verhuizingen genereert waarbij wel overdrachtsbelasting wordt afgedragen. In één beweging verlaagt de overheid de hypotheeklasten voor starters en vergroot ze per saldo de inkomsten voor de staatskas. De laatste jaren zijn de overheidsinkomsten uit overdrachtsbelasting al gehalveerd omdat de woningmarkt op slot zit.