Dinsdag heeft een brede meerderheid van de Tweede Kamer de motie-Grinwis c.s. aangenomen over het toepassen van de residuelewaardemethodiek bij het bepalen van de inbrengwaarde van grond bij gebiedsontwikkeling. NEPROM is blij met de brede steun voor deze motie. Het is een belangrijke stap richting een grondbeleid dat beter aansluit bij wat nodig is om woningbouw- en gebiedsontwikkelingen financieel haalbaar te maken.
De prijs van grond is van grote invloed op de financiële haalbaarheid en het tempo van woningbouw- en gebiedsontwikkelingen. NEPROM begrijpt de zorgen over de huidige comparatieve waardebepalingsmethode. Deze systematiek kan een prijsopdrijvende werking hebben en grondspeculatie in de hand werken, doordat grondwaarden sterk worden beïnvloed door gerealiseerde transacties in de omgeving. Eerder lieten we hier al een expertnotitie over opstellen door Friso de Zeeuw en Arjan Bregman.
Juist in een tijd waarin we de woningbouwproductie fors moeten opschalen, is het belangrijk dat de waarde van grond in verhouding staat tot wat er daadwerkelijk op een locatie kan worden gerealiseerd. De residuelewaardemethodiek, waarbij de grondwaarde wordt afgeleid van de opbrengsten van een ontwikkeling minus de kosten die nodig zijn om die ontwikkeling mogelijk te maken, kan bijdragen aan realistischere grondwaarden en een betere financiële haalbaarheid van woningbouwprojecten.
Met het commissiedebat Grondbeleid op 11 november in het vooruitzicht, ziet NEPROM de aangenomen motie ook als een belangrijke oproep aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Elanor Boekholt-O'Sullivan. Kies bij de verdere uitwerking van het grondbeleid voor instrumenten die de woningbouw daadwerkelijk verder helpen: uitvoerbaar, voorspelbaar en gericht op versnelling.
Daarbij past terughoudendheid met ingewikkelde nieuwe instrumenten die juist extra onzekerheid, complexiteit en vertraging kunnen veroorzaken. De woningbouwopgave vraagt namelijk om grondbeleid dat ontwikkelingen financieel haalbaar maakt en partijen in staat stelt sneller van plan naar realisatie te komen.
De Kamer geeft met deze motie een duidelijke richting aan. Nu is het aan de minister om die richting te vertalen naar effectief en uitvoerbaar grondbeleid waarmee we woningbouw en gebiedsontwikkeling kunnen helpen te versnellen. Om in de termen van het Actieplan te blijven: meer, sneller, beter.
Lees een interview van NEPROM directeur Fahid Minhas met Stadszaken over dit onderwerp hier.