Nieuws
14 juni 2019
Van NOVI naar Regionale Investeringsagenda
Op 20 juni lanceert minister Ollongren de langverwachte Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Nu de uitvoering nog. De NOVI-Alliantie, een initiatief van de NEPROM, doet concrete voorstellen.

Op 20 juni lanceert minister Ollongren de langverwachte Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Nu de uitvoering nog. Een alliantie van maatschappelijke organisaties, waaronder NEPROM, ROVER, Staatsbosbeheer, VNO-NCW, gemeente Nijmegen, Tilburg en Heerhugowaard en de Leerstoel Gebiedsontwikkeling heeft inmiddels concrete voorstellen gedaan om de NOVI in de regio handen en voeten te geven. Op 6 juni jl. vond er op de Provada een debat plaats over de voorstellen van de NOVI-Alliantie.  

'Van NOVI naar RIA' is de titel van het Provada-debat. Daarbij staat RIA voor Regionale Investeringsagenda. Volgens de NOVI-Alliantie moeten er de komende maanden in tientallen Regionale Investeringsplannen scherpe keuzes worden gemaakt. Dit alles binnen het kader van een Rijksinvesteringsstrategie.

Gespreksleider Hans de Jonge (directievoorzitter Brink Groep) introduceert de vier vertegenwoordigers van de NOVI-Alliantie die aan het debat deelnemen: Desirée Uitzetter (voorzitter NEPROM), Monique Stam (wethouder Heerhugowaard), Walter Etty (voorzitter Rover) en Harry Boeschoten (Programmadirecteur Groene Metropool Staatsbosbeheer). Ook Emile Reiding (directeur Nationale Omgevingsvisie, BZK) is aanwezig. Hij geeft commentaar op de stellingen die geponeerd worden door de vertegenwoordigers van de alliantie.



Woningbouw als rode motor van de NOVI
Volgens Desirée Uitzetter is woningbouw bij uitstek de motor om de uitvoering van de NOVI aan te jagen. Uit een snelle peiling blijkt dat het aanwezige publiek het voor de volle 100 procent eens is met deze stelling. Hans de Jonge vraagt zich wél af of het bedrijfsleven ook bereid is om te investeren in moeilijke binnenstedelijke woningbouwprojecten. "Die opgave is haalbaar als er ook voldoende 'makkelijke' projecten overblijven, zodat er uiteindelijk onder de streep een plusje overblijft voor de bedrijven die deze taak oppakken," aldus Desirée Uitzetter.



Monique Stam poneert de stelling dat alle opgaven samenkomen in de regio. Er moeten steeds meer zaken op regionaal niveau worden afgestemd, zoals de energiestrategie, het mobiliteitsprogramma en ook de woningbouw. "We zitten als gemeente in een regionaal overleg waar we met ontwikkelaars, beleggers, woningcorporaties en bouwers om de tafel zitten om samen te bespreken hoe het nou komt dat we de woningbouw nog steeds niet kunnen versnellen. Alleen al het inventariseren van de problemen blijkt in de praktijk vrij lastig. Daarna moeten we ervoor gaan zorgen dat we de verschillende plannen beter op elkaar afstemmen, koppelkansen meepakken en zo efficiënt mogelijk gaan werken." Hans de Jonge wil weten waar nou precies de grens van een regio loopt. Volgens Monique Stam is dat een semantische kwestie: "Het gaat erom dat je elkaar vindt op de juiste plek op het juiste moment."


Langere files en overvolle treinen
"Als er heel veel woningen bij gaan komen, dan moeten er echt nieuwe mobiliteitsoplossingen komen. Anders komt het verkeer op de weg helemaal stil te staan en krijgen we nog meer overvolle treinen," waarschuwt Walter Etty. "Desirée Uitzetter heeft helemaal gelijk als ze zegt dat woningbouw de motor is. Het gaat er dus om dat het Rijk moet gaan investeren in openbaar vervoer. Wij hebben als lijn gekozen dat er minstens een verdubbeling van het openbaar vervoer moet komen. De NOVI bevat goede uitgangspunten, maar er is geen financiële paragraaf en geen uitvoeringsparagraaf. In het huidige regeringsakkoord is afgesproken dat er niks extra's komt voor openbaar vervoer, terwijl we inmiddels weten dat er vóór 2030 nog een heleboel moet gebeuren. Bijvoorbeeld als je kijkt naar de reductie van het aantal auto-kilometers die is vastgelegd in het Klimaatakkoord. Daarom moeten er nu al beslissingen worden genomen, omdat die pas na een aantal jaren tot concrete investeringen zullen leiden. Dat is uiteraard ook van groot belang voor het versnellen van de woningbouw."



Groen als nutsvoorziening
"Natuur is iets waar niemand op tegen is," vindt Harry Boeschoten. "En iedereen kent Staatsbosbeheer, maar wat lang niet iedereen zich realiseert is dat wij ongeveer 50.000 hectare grond beheren in de nabijheid van steden, en soms ook binnen de steden. Wij denken na over hoe we die ruimte zo goed mogelijk kunnen inzetten voor zaken als sport, recreatie, waterberging en biodiversiteit. Wij streven ernaar om de groene elementen in en om de stad met elkaar te verbinden tot een groot groen netwerk, waar je woningen als het ware op aansluit alsof het een nutsvoorziening is." Hans de Jonge is benieuwd of er mooie geïntegreerde business cases te vinden zijn waarin 'groen' al vanaf het begin is meegenomen. Boeschoten constateert tevreden dat projectontwikkelaars inmiddels - mede door aan te sluiten bij het gedachtegoed van Staatsbosbeheer - tenders winnen.



NOVI-Alliantie is sterk idee
Emiel Reiding wordt door Hans de Jonge uitgenodigd om als 'Mister NOVI' te reageren op de standpunten die door de NOVI-Alliantie naar voren zijn gebracht. "Ik vind het idee van een NOVI-Alliantie heel sterk" zegt Reiding. "We moeten de NOVI nu inhoud gaan geven in de regio's en dat moet vaak gebeuren in flexibele verbanden, tussen de verschillende schaalgroottes in, dus niet altijd binnen harde, bestaande grenzen. Als die regionale plannen zijn uitgewerkt zal er niet één grote pot met geld komen, maar het Rijk zal wel structureel meer moeten gaan investeren."  

'Topografische ziekte'
Waar op de kaart trek je de grenslijnen tussen de verschillende regio's? Die lastige vraag keert regelmatig terug in het debat. Harry Boeschoten noemt het vanuit zijn achtergrond als ecoloog zelfs 'de topografische ziekte' omdat in de natuur de verschillende schaalniveaus en 'regio's' naadloos op elkaar aansluiten en samen één groot netwerk vormen. Als Emiel Reiding dan toch een vrij harde grenslijn trekt door te stellen dat de woningbouw-opgave in eerste instantie binnenstedelijk bekeken moet worden, vindt Desirée Uitzetter dat een typisch geval van de topografische ziekte. "We moeten oppassen dat we niet alleen met z'n allen aan moeilijke binnenstedelijke projecten gaan werken waar veel geld voor nodig is. Je moet ook het juiste moment kiezen om plekken aan de randen van de stad aan te wijzen. Daar kun je niet mee wachten totdat het echt veel te laat is. Ik hoop dat de NOVI ons daarbij gaat helpen."