In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen vond op 4 maart -onder bezielende leiding van Maarten Bouwhuis- in de Zuiderkerk Het Grote Amsterdamse Woondebat plaats. Het debat bracht politiek, corporaties, ontwikkelaars en beleggers samen rond één centrale vraag: hoe krijgt Amsterdam weer tempo in de woningbouw en wat gaan de politieke partijen daarvoor doen? Het werd duidelijk dat bijna alle partijen de ernst van de woningnood erkennen, maar dat de routes naar een oplossing nog sterk uiteenlopen.
Tijdens het debat onderstreepten vrijwel alle lijsttrekkers dat de woningproductie in de stad omhoog moet. De vraag is echter hoe dat kan in een stad waar ruimte schaars is, bouw- en programmeringseisen hoog zijn, procedures lang duren en de ambtelijke capaciteit achter blijft. Daarbij kwamen verschillende perspectieven op de rol van overheid en markt naar voren.
Voor partijen aan de linkerzijde ligt de nadruk vooral op het vergroten van het aandeel sociale en betaalbare woningen en het verder reguleren van de woningmarkt. Andere partijen benadrukten juist dat versnelling alleen mogelijk is wanneer de samenwerking met marktpartijen wordt versterkt en ruimte wordt gemaakt om meer woningen te bouwen in het midden- en hogere prijssegment. Zonder investeringskracht van ontwikkelaars en beleggers, zo werd gesteld, is het simpelweg niet haalbaar om de benodigde aantallen woningen te realiseren.
Naast ideologische verschillen was er ook opvallend veel overeenstemming. Zo werd breed erkend dat de huidige doorlooptijden van woningbouwprojecten te lang zijn en dat procedures vaak jaren in beslag nemen. Ook werd door meerdere deelnemers benadrukt dat woningbouwprojecten alleen succesvol zijn wanneer overheid, corporaties en marktpartijen intensief samenwerken en polarisatie wordt vermeden. Een ander terugkerend thema was de ruimtelijke toekomst van de stad. Verdichting binnen de bestaande stadsgrenzen wordt door velen gezien als noodzakelijk, maar roept tegelijkertijd vragen op over leefbaarheid, groen en voorzieningen.
Het debat liet zien dat de verschillen in visie groot kunnen zijn. Tegelijkertijd was er ook een duidelijke gedeelde ambitie: meer woningen realiseren voor de groeiende stad, samen met marktpartijen. De komende bestuursperiode zal moeten blijken hoe deze ambitie wordt vertaald naar concrete keuzes en een uitvoerbaar Amsterdams woonbeleid.
Voor NEPROM bevestigt het debat vooral dat de urgentie breed wordt gevoeld. De woningnood in Amsterdam vraagt om kortere procedures, minder strenge programmeringsregels en meer realisme in de bovenwettelijke bouweisen. Het bouwen van voldoende woningen (voor alle doelgroepen) kan alleen als publieke en private partijen elkaar weten te vinden in een gezamenlijke aanpak. NEPROM blijft zich daarbij inzetten voor een constructieve dialoog tussen politiek, overheid en marktpartijen, met als doel om samen te werken aan een stad waar ook toekomstige generaties een woning kunnen vinden.
Het woondebat is een gezamenlijk initiatief van Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC), IVBN, Vereniging van Vastgoedbeleggers Amsterdam (VVA), Makelaarsvereniging Amsterdam (MVA), Vastgoed Belang en NEPROM.