Nieuws
30 januari 2019
“We moeten elkaar stimuleren, inspireren en opjutten”
Hoe kunnen we samen complexe binnenstedelijke gebiedstransformaties realiseren? Tijdens het jaarcongres Stedelijke Transformatie op 14 februari debatteert Desirée Uitzetter over deze vraag in de plenaire paneldiscussie.

Tijdens het jaarcongres Stedelijke Transformatie op 14 februari a.s. debatteert Desirée Uitzetter (Directeur Gebiedsontwikkeling BPD en voorzitter NEPROM) over de vraag hoe we samen complexe binnenstedelijke gebiedstransformaties kunnen realiseren. Lees nu alvast het interview hierover met Desirée Uitzetter. “De uitdaging is enorm. Het vergt alles van onze creativiteit en onze vermogens om goed samen te werken.”

Wat zie je als de belangrijkste opgaven bij de binnenstedelijke woningvraag?
“Het versnellen en opschalen van de binnenstedelijke woningproductie staan bovenaan mijn lijstje. Daar werken we met ontwikkelaars, gemeenten, corporaties, bewoners en vele andere partijen op heel veel binnenstedelijke plekken keihard aan. Dat is ontzettend mooi werk, maar de harde realiteit is dat het vaak heel complex is en dat ontzettend veel tijd en energie kost voordat je resultaten ziet. We moeten ook slimmer worden en nog beter samenwerken: écht meer tempo maken en opschalen. Dat kan ook op heel veel plaatsen. Daar moeten we onze energie en middelen op inzetten, elkaar stimuleren, inspireren en opjutten. Maar daar waar dat niet kan – waar het toch niet lukt de neuzen dezelfde kant op te krijgen – moeten we kritisch zijn en eerder bereid zijn afscheid te nemen. Zodat we onze gezamenlijke energie goed inzetten en tastbare resultaten kunnen boeken die ook anderen weer inspireren mee te doen.

De binnenstedelijke woningvraag binnen Nederland is heel divers. Ik pleit daarom ook voor een goed begrip van de vraag; wat willen de mensen en wat kan op welke plek? Zo kun je vervolgens ook op maat daarop inspelen. Daarbij geldt: bouwen in de stad kan en moet, maar niet alles kan binnenstedelijk. We redden het gewoonweg niet in Nederland als we niet ook aan de randen van de steden gebieden tot ontwikkeling brengen.”

Wat staat er verder op jouw lijst bij de woningvraag?
“Ik vind het essentieel dat we inspelen op de wensen van potentiële toekomstige bewoners en dat we die bij onze ontwikkelingen betrekken. We moeten verantwoordelijkheid nemen voor de langjarige aantrekkelijkheid en betaalbaarheid van woningen, buurten en wijken voor de komende decennia. Tegelijkertijd moeten we in onze ontwerpen ermee rekening houden dat woonwensen ook kunnen veranderen; uitgekiende concepten met goede, gedeelde voorzieningen en veel woonkwaliteit behouden waarschijnlijk hun waarde, maar geldt dat ook voor uitgeklede woongebouwen met te krappe appartementjes? Die vinden nu wellicht huurders en kopers omdat er geen andere keuze is of omdat er geen betaalbare alternatieven zijn. Maar op de lange termijn krijgen we daar spijt van. Daarom is goed en toekomstgericht programmeren zo belangrijk. Daarvoor staan gemeenten en de marktpartijen gezamenlijk aan de lat.”

Aan welke andere maatschappelijke opgaven raakt dat?
“Wonen is de basis voor mensen. Vandaaruit kunnen ze zich ontplooien: sociaal, economisch en persoonlijk. Dus het raakt aan heel veel vlakken. Steden worden sterker als ze bewoners weten te binden. Nieuwe binnenstedelijke ontwikkelingen moeten de ruimtelijke structuur van de stad versterken, bijdragen aan diversiteit, aan onderscheidend vermogen, leefbaarheid en inclusiviteit. Ook moet juist in de steden de energietransitie vorm en inhoud krijgen en moeten we concrete oplossingen implementeren voor de grote mobiliteitsopgaven. Daarnaast moeten we klimaatadapatief bouwen en door middel van groen en blauw de leefbaarheid van onze dagelijkse leefomgeving versterken. De uitdaging is enorm. Het vergt alles van onze creativiteit en onze vermogens om goed samen te werken. Maar tegelijkertijd is het natuurlijk een fantastische uitdaging voor jonge ontwikkelaars, architecten, stedenbouwkundigen en gemeentelijke medewerkers om hieraan te mogen werken. Ik kan me niets leuker voorstellen!”

Wat is je rol of verantwoordelijkheid in het realiseren van die opgaven? Wat ga je de komende tijd doen?
“Als directeur gebiedsontwikkeling bij BPD en als bestuursvoorzitter van NEPROM heb ik meerdere rollen en ben ik op verschillende niveaus betrokken bij veel binnenstedelijke ontwikkelopgaven en onderzoeks- en beleidstrajecten. Ik vind dat ontzettend leuk, omdat je dit soort werk altijd met zoveel verschillende mensen samen doet. Het is ongelooflijk hoeveel nieuwe inzichten en kennis je met elkaar opdoet, maar ook hoeveel nodig is voordat dingen goed gaan. De uitdaging is iedereen enthousiast en betrokken houden en als professionals van elkaar weten te profiteren. We moeten ook kunnen voortbouwen op de ervaringen van onze collega’s en voorgangers. Daardoor kunnen we samen dromen en zingeving in ons werk vinden, maar blijven we ook realistisch. Het is belangrijk om elkaar scherp te houden, zodat we samen tempo kunnen maken en kunnen opschalen. Daarmee kunnen we tastbare resultaten boeken voor de mensen waar het uiteindelijk om draait: de bewoners en gebruikers van die vernieuwde gebieden.”

Wat is volgens jou de rol van het programma Stedelijke Transformatie hierin?
“Het programma is mede door de NEPROM in het leven geroepen om gezamenlijk te zoeken naar antwoorden op de vele kleine en grote uitdagingen en knelpunten die verbonden zijn aan de binnenstedelijke transformatieopgave. Door kennisontwikkeling en kennisdeling kunnen we sneller en op grotere schaal verouderde gebieden in onze steden transformeren naar nieuwe woon-, werk- en leefgebieden. Wat ik tot nu toe heb gezien van het programma zijn mooie perspectieven, maar ik wil meer tastbare resultaten zien. Dat kan door de in het programma opgedane inzichten en nieuwe kennis te delen, maar vooral door elkaar te stimuleren om die ook echt in de praktijk te brengen. Aan het eind van 2019 moeten toch minstens vijf concrete oplossingen voor de belangrijkste knelpunten bij stedelijke transformatie door gemeenten en opdrachtgevers geïmplementeerd zijn. Het revolverend fonds vind ik een goed voorbeeld van zo’n oplossing. Ik wens vurig dat voor het einde van 2019 het fonds zo succesvol blijkt, dat het is uitgeput. Daar ga ik voor. En ik hoop dat tijdens het jaarcongres Stedelijke Transformatie op Valentijnsdag de passie voor de stedelijke transformatieopgave verder aansterkt en de deelnemers aanzet tot concrete actie!”

Aanmelden voor het Jaarcongres Stedelijke Transformatie