Nieuws
26 mei 2019
DVDP-verslag: Modulair bouwen op z’n Japans
De grootste bouwers van Japan laten per jaar tienduizenden woningen van de lopende band rollen. In hoeverre is het Japanse modulaire model te vertalen naar de Nederlandse situatie?

“Japanese developer enters UK housing market” kopt de Financial Times op 14 mei 2019; twee dagen voor de Dag van de Projectontwikkeling. De deal tussen het Japanse Sekisui en de Britse regering onderstreept de groeiende belangstelling voor industrialisatie en modulair bouwen. Ook in de UK kampen ze met een fors woningtekort. Minister Kit Malthouse (Huisvesting) hoopt dat industrieel bouwen leidt tot meer, betere en snellere woningbouw “to ensure a new generation can realize the dream of home ownership”. Aardig detail: een delegatie van concurrent Daiwa was dit jaar te gast op de DVDP.
 
De combinatie van een enorm woningtekort én een gebrek aan gekwalificeerd personeel leidde in het na-oorlogse Japan tot een industrialisatieslag in de woningbouw. De grootste bouwers van Japan laten per jaar tienduizenden woningen van de lopende band rollen: in 2018 bouwde Sekisui zo’n 44.000 prefab woningen en over de afgelopen 60 jaar heeft het bedrijf in totaal zo’n 2,4 miljoen woningen gerealiseerd. In hoeverre is het Japanse modulaire model te vertalen naar de Nederlandse situatie?

Partijen als VolkerWessels (MorgenWonen), Van Wijnen (Fijn Wonen) en Dijkstra Draisma hebben inmiddels serieuze stappen gezet richting prefab woningbouw, maar de Nederlandse aanpak is niet zonder meer te vergelijken met de Japanse manier van werken. Er zijn bijvoorbeeld enorme culturele verschillen - om over de kracht van de Japanse aardbevingen nog maar te zwijgen. In de DVDP-sessie “Lessons from Japan: Industrieel bouwen zonder saai te worden” vertellen Daan van der Vorm (eindbaas VORM Holding) en Wienke Bodewes (voormalig CEO Amvest) over hun reis naar het land van de rijzende zon, en over de voors en tegens van modulair bouwen op z’n Japans.     

Cultuur snuiven
Wienke Bodewes begint zijn verhaal in stijl met de Japanse groet “konnichiwa” en een buiging naar de zaal. Dan volgt er een disclaimer: “Dit verhaal is niet bedoeld voor hardcore technici. We hebben een reis gemaakt, en vooral ook gekeken naar de cultuur van Japan. We wilden uitvinden hoe ze deze industrie van de grond hebben gekregen, die enorm goed is in klantbinding en in het vertalen van individuele koperswensen naar een massaproduct.”

“Een verschil met de Europese cultuur is dat er niet echt wordt gebouwd voor de eeuwigheid. Architectuur is minder belangrijk in Japan. Je merkt wél de ongelofelijke discipline, het perfectionisme, en dat vind je ook terug in de bouwindustrie.” Bodewes laat een foto zien van hoveniers die in een park “met een nagelstaartje” bomen bijknippen, naaldje voor naaldje. “Het rare van Japan is de combinatie van hi-tech en traditie. Dat vind je ook terug in het ontwerp van de woningen.”

“Industrieel bouwen is na de oorlog al begonnen, er waren toen simpelweg heel weinig mensen om huizen te bouwen. Dat heeft de industriële bouw gestimuleerd. Het na-oorlogse Amerikaanse bestuur heeft waarschijnlijk invloed gehad op het omarmen van de T-Ford mentaliteit in de productie.”

Grote conglomeraten
Daan van der Vorm vervolgt: “Panasonic, bij ons vooral bekend van de consumentenelectronica, zit ook in de woningbouw. En Sekisui is eigenlijk een groot chemisch bedrijf; ze zitten ook in Limburg, op Chemelot. Dit soort conglomeraten kunnen alles zelf, van installatietechniek tot hypotheek. Je koopt geen huis maar een merk. Als consument ga je naar een parkje, waar een stuk of twintig modelwoningen staan in de verschillende klassen en kwaliteiten. Je krijgt eerst een film te zien van een kwartier, dan gaat er een deur open en je loopt zo het park in om je keuze te maken. Ze maken het helemaal klaar voor je binnen een paar weken. Indrukwekkend.”

Circulair?
“Woningen worden ongeveer om de dertig jaar vervangen. Let wel, dat is geen gevolg van de natuurrampen die het land regelmatig teisteren; het zit em vooral in de Japanse cultuur. De oude woning wordt weggehaald en de materialen worden tot het laatste vezeltje gescheiden en hergebruikt. We stelden vragen bij Sekisiu over circulair bouwen, maar ze begrepen het woord niet eens. Het is daar volkomen vanzelfsprekend dat je spullen hergebruikt. Woningen zijn ook zeer aardbevingsbestendig, tot kracht 7. Dat is niet te vergelijken met de situatie in Groningen, waar de huizen al scheuren bij kracht 3. En dan geven ze ook nog eens dertig jaar garantie op alles en ze hebben géén afdeling nazorg want ze doen het in één keer goed. Alles wordt lean gedaan, niets wordt aan het toeval overgelaten. Ze zijn schoon, veilig, noem maar op."

"Japanse nul-op-de-meter is inmiddels ook in een stroomversnelling gekomen. Dit is mede een gevolg van de tsunami. Men wil minder afhankelijk zijn van kernenergie en van buitenlandse fossiele energiebronnen.”

Q&A
Gespreksleider Mario Broos (directeur BAM Bouw en Vastgoed Nederland) nodigt de zaal uit om te reageren op de reisindrukken van Wienke en Daan. Er zijn allerlei vragen over de eigenaardigheden van de Japanse markt, maar de belangrijkste kwestie is toch in hoeverre het Japanse model toepasbaar is op de Nederlandse situatie. Daan van der Vorm: “Als je 40.000 woningen per jaar kunt doen is dat geweldig. Wij moeten in Nederland transformeren van kampioen duur bouwen naar kampioen middelduur of goedkoop bouwen. Maar ik denk dat we alleen in nationaal of EU-verband tot een dergelijke schaalvergroting kunnen komen. Ook een partij als BAM zou joint ventures moeten sluiten om dit voor mekaar te krijgen. We kunnen ons laten inspireren, maar door de cultuurverschillen kun je vergeten dat we dit kunnen kopiëren.”

Wienke Bodewes: “Bij ons begint het bij het eindproduct. Onze prefab kan niet goed gemuteerd worden als de woonwensen veranderen, bijvoorbeeld door gezinsuitbreiding. Japanners kunnen een individuele wens omzetten naar een industrieel product, en dat product kan ook nog eens gemakkelijk aangepast worden. Als je dat kunt koppelen aan schaalgrootte, dan ben je er. Dat is wat mij betreft de kern van het verhaal. In Nederland heb je een compleet uit elkaar gerafelde keten. Voor één woning heb je 80 verschillende leveranciers, die iedere keer anders zijn samengesteld. De grote Japanse holdings kunnen veel meer snelheid te maken, en hun ketenafspraken met bijvoorbeeld de electricien zo ongeveer 'voor eeuwig' maken.”

Tekst: Anton Coops