Nieuws
12 december 2012
Fokkema reageert op plan verhuurderheffing
Corporaties en beleggers moeten erop vertrouwen dat de nieuwe huursystematiek van minister Blok meer ruimte zal bieden dan het bestaande woningwaarderingsysteem om huren te verhogen.

Corporaties en beleggers moeten het vertrouwen hebben dat de nieuwe huursystematiek van minister Blok meer ruimte zal bieden dan het bestaande woningwaarderingsysteem om de huren te verhogen, aldus Jan Fokkema, directeur van de NEPROM.

Fokkema zei dit in een interview met Cobouw dat vandaag is gepubliceerd. “Blok zal de huursystematiek zodanig aanpassen dat het straks goed mogelijk is de verhuurderheffing binnen te halen, zeker in combinatie met een efficiëntie-slag bij corporaties. Die nieuwe systematiek voor huurberekening is nog niet bekend. Misschien rekent Blok straks met de WOZ-waarde uit 2008, verhoogt hij het maximale percentage van de WOZ-waarde, gaat hij differentiëren tussen verschillende regio’s of wordt het een combinatie daarvan. Hoe het ook zij, de uitkomst zal in ieder geval zijn dat de huren zodanig verhoogd kunnen worden, dat de heffing betaald kan worden.”

Fokkema kan zich niet voorstellen dat het nieuwe huurbeleid van minister Blok ertoe zal leiden dat particuliere huurwoningen die nu in het geliberaliseerde marktsegment vallen weer zullen terugvallen in het gereguleerde deel, vanwege een nieuw in te voeren maximale huurgrens gebaseerd op WOZ-waarde. “Dat kán en mág nooit de bedoeling van het kabinet zijn.”

Investeringsstop voorbarig
Fokkema wijst erop dat door de te verwachten nieuwe huursystematiek corporaties ook in de toekomst ruimte houden om te investeren, maar dat die ruimte wel minder wordt dan voorheen als gevolg van de verhuurderheffing. Volgens Fokkema was de investeringsstop waarvan bij sommige partijen sprake was begrijpelijk, maar ook een beetje voorbarig. Hij verwacht dat ook het CVF en WSW snel terugkomen op hun overhaaste reactie, mede naar aanleiding van de brief van minister Blok aan de Tweede Kamer afgelopen maandag, waaruit bleek dat de minister bereid is om de systematiek voor het huurbeleid zo nodig aan te passen.

"Punt blijft dat een heffing ook commerciële beleggers, los van de feitelijke hoogte, zal afschrikken om hun investeringen in de huurwoningenmarkt te verhogen."

Fokkema vindt het begrijpelijk dat corporaties en beleggers kanttekeningen plaatsen bij de uiteindelijke hoogte van de verhuurdersheffing, die 2 miljard moet opbrengen. De wijze waarop de 2 miljard opbrengst dwingend in deze tijd wordt neergelegd is contraproductief en versterkt en verlengt de zware crisis op de bouwmarkt. Een geleidelijke invoering in overleg met de sector bij herstel van de woningmarkt, was verstandiger geweest.

Particuliere verhuurders ook aangeslagen
Het bevreemdt Fokkema dat ook particuliere verhuurders worden aangeslagen voor de heffing: “Het is niet logisch en onredelijk dat een woningmarktsegment dat geen staatssteun ontvangt of heeft ontvangen toch wordt aangeslagen voor deze heffing. Ook het gebruik van huurtoeslag in dit segment is zeer beperkt. Daar komt bij dat in het particuliere segment de potentie om de huren te verhogen niet of nauwelijks aanwezig is.

Particuliere verhuurders en institutionele beleggers zijn vanwege rentabiliteits¬overwegingen altijd gedwongen om op het maximaal in de markt mogelijk huurniveau te gaan zitten. Het nieuwe huurbeleid zal hen feitelijk geen of zeer weinig ruimte geven om de huren te verhogen. Dat betekent dat de heffing echt ten laste van het rendement zal gaan. Het is duidelijk dat het kabinet hiermee het paard achter de wagen spant. Pensioenfondsen en verzekeraars, maar ook buitenlandse investeerders, zullen de Nederlandse woningmarkt de rug toekeren. Het rendement loopt terug en de dreiging dat in de toekomst de verhuurderheffing nog weer eens verder wordt verhoogd, schrikt investeerders sterk af. Daarmee verspeelt het kabinet de kans om het middensegment te versterken.