Nieuws
16 oktober 2019
Sector vraagt aanpassing stikstofnormen
Een groot aantal partijen in de woningsector vraagt het kabinet zo spoedig mogelijk met een tijdelijke maatregel te komen, met als doel de woningbouw weer vlot te trekken. Lees het persbericht hieronder.

​Een groot aantal partijen in de woningsector vraagt het kabinet zo spoedig mogelijk met een tijdelijke maatregel te komen, met als doel de woningbouw weer vlot te trekken. Hiermee moet een einde komen aan de impasse in de woningbouw als gevolg van de onlangs verscherpte stikstofregels. 

Brancheverenigingen van bouwers, projectontwikkelaars, woningcorporaties, institutionele beleggers en huurders doen een klemmend beroep om een einde te maken aan de crisis die de woningbouwsector beheerst. Volgens de partijen ligt de vergunningverlening bij gemeenten en provincies nagenoeg geheel stil. In een gezamenlijke brief aan het kabinet schrijven de partijen dat door de stikstofcrisis massaontslagen in de bouw aanstaande zijn en de woningmarkt geheel ontwricht raakt, waardoor woningzoekenden geen enkel zicht meer hebben op een geschikt huis. 
 
Drempelwaarde
Sinds de stikstofuitspraak van de Raad van State van 29 mei is voor ieder project een natuurvergunning vereist, zodra de depositie in het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ook maar een klein beetje meer toeneemt dan 0,00 mol per hectare per jaar. Gemeenten en provincies durven daardoor nauwelijks nog vergunningen te verlenen, hoewel de stikstofdepositie van woningbouw uiterst beperkt is, zo schrijven de brancheverenigingen in een brief aan het kabinet en de Tweede Kamer. 
 
Om snelheid te maken doen de woningbouworganisaties zelf een voorstel voor een tijdelijke drempelwaarde voor stikstofdepositie. Het kabinet zou via een ministeriële regeling moeten bepalen dat woningbouwprojecten met een stikstofdepositie onder die drempelwaarde gewoon door kunnen gaan zonder natuurvergunningplicht en zonder uitgebreide en kostbare stikstofberekeningen.
 
Bij de meeste woningbouwprojecten ligt de stikstofdepositie onder de 0,05 mol per hectare per jaar, berekende ingenieursbureau Sweco op verzoek van de schrijvers van de brief. De stikstofdepositie in de gebruiksfase wordt bij nieuwe woningen, zonder gasaansluiting geheel bepaald door het autoverkeer van en naar de woningen. De woningbouworganisaties stellen voor de tijdelijke drempelwaarde vast te stellen op die 0,05 mol per hectare per jaar. Die waarde komt overeen met één zakje Pokon van 4 gram per hectare per jaar. Op basis van onderzoeksgegevens concludeert ingenieursbureau Sweco dat dergelijke kleine hoeveelheden geen meetbaar effect hebben op Natura 2000-gebieden. 
 
De brancheverenigingen bepleiten in hun voorstel aan het kabinet dat de tijdelijke stikstofdepositie van een project tijdens de bouw van de woningen buiten beschouwing mag blijven, mits die gedurende een periode van maximaal drie jaar onder de 1 mol per hectare per jaar blijft. In die aanlegfase moeten de bouwers dan wel kiezen voor het best beschikbare materieel met de laagste stikstofuitstoot. Ook dat voorstel vindt volgens de organisaties een basis in het Sweco-onderzoek, waarin berekend is dat de tijdelijke uitstoot van de bouw van 75.000 woningen per jaar niet zal leiden tot meetbare effecten op Natura 2000-gebieden.
 
Langer uitstel is onverantwoord
Begin van deze maand kondigde Minister Carola Schouten van Landbouw aan dat er voor het einde van het jaar een algemene drempelwaarde voor stikstofdepositie in heel Nederland moet komen. De brancheverenigingen verwachten dat die drempelwaarde op 1 mol per hectare per jaar zal komen te liggen. Zij zien daarom hun eigen voorstel met een tijdelijke, twintig maal lagere drempel als zeer veilig en zonder enig risico voor de natuur. 
 
Die regeling van het kabinet is er echter nog lang niet, schrijven de brancheorganisaties. Ze verwachten dat de definitieve drempelwaarde op z’n vroegst begin 2020 beschikbaar zal zijn, maar ook dat het veel langer kan duren omdat het een politiek gevoelige zaak betreft. De brancheverenigingen beklemtonen dat vergunningprocedures inmiddels al bijna vijf maanden nagenoeg geheel stilliggen en dat de economische en maatschappelijke schade niet te overzien is als daar nog eens een half jaar bijkomt.