Nieuws
31 maart 2020
Vertraging door corona dreigt over de hele linie
Op verzoek van BZK hebben wij een enquête uitgezet om gevolgen van de coronaproblematiek voor de bouw, projectontwikkeling en anderen in kaart te brengen. De respons was overweldigend. Het beeld dat hieruit naar voren komt, is dat er over de hele linie vertragingen dreigen te ontstaan.

BZK brengt de gevolgen van de coronaproblematiek voor de bouw, projectontwikkeling, medeoverheden en anderen in kaart. Op verzoek van BZK hebben wij hiervoor een enquête uitgezet onder de NEPROM-lidbedrijven. De respons was overweldigend (ruim veertig ingevulde enquêtes). Het beeld dat hieruit naar voren komt, is dat er over de hele linie vertragingen dreigen te ontstaan. De focus ligt geheel op de lopende projecten waarvoor contractuele verplichtingen gelden. Op de bouwplaatsen gaat het werk zoveel als mogelijk door, maar verloopt het werk minder efficiënt door het afstand moeten houden, beperktere personele bezetting en problemen met leveranties. Planvorming verloopt moeizamer en besluitvorming wordt uitgesteld. Voor nieuwe projecten is op dit moment geen aandacht. Er zijn maatregelen nodig om te voorkomen dat de productie op middellange en lange termijn geheel opdroogt. 

Algemeen beeld
Iedereen houdt zich strikt aan de richtlijnen van de RIVM en overheid. Verschillende leden merken al duidelijk de gevolgen van de corona-crisis. Anderen geven aan dat ze op dit moment nog niet veel last ondervinden, maar verwachten dat dit binnen een aantal weken wel het geval zal zijn. De eerste indruk is dat bouwbedrijven wat voorlopen op ontwikkelbedrijven. Branche breed leven er zorgen over het niet kunnen halen van de geplande productie door verlaging van de arbeidsproductiviteit en door de vertraging en uitval van projecten. 

Personele situatie
Bij ontwikkelbedrijven en beleggers zijn er (nog) geen of weinig zieken. Bij de bouwbedrijven ligt het aantal ziekmeldingen hoger, waarbij niet altijd duidelijk is of het werkelijk gaat om ziekte of dat men preventief thuis blijft om geen risico's te lopen. Bouwbedrijven hebben maatregelen genomen om besmettingsrisico's te minimaliseren en zoveel mogelijk door te kunnen blijven bouwen. Veel Oost-Europees bouwplaatspersoneel is naar het geboorteland teruggekeerd en terugkeer vanuit het buitenland is niet altijd mogelijk. De bezetting op de bouwplaats is daardoor voor een aantal leden uitdagend. Het schuiven met personeel over projecten heen leidt vervolgens weer tot meer inefficiëntie.

Door richtlijnen van de RIVM en overheid kan minder efficiënt gewerkt worden, zowel thuis als op de werkplek/bouwplaats. Het effect op de arbeidsproductiviteit is hoog, met name in de bouw kan door 1,5 meter afstand te houden met minder mensen aan bijvoorbeeld een bekisting en daardoor minder snel gewerkt worden. Het werken op afstand en het gebruik van nieuwe technieken vraagt voor velen een omslag, in het eigen bedrijf en bij samenwerkingspartners. Niet iedereen is daar even bedreven is, dus daarmee gaat tijd verloren. Daarnaast zijn mensen op de thuiswerkplek ook om andere redenen niet 100% inzetbaar (bijv. vanwege de zorg voor kleine kinderen).

Hoe de overheid kan helpen:
- overwegen om nieuwe regelgeving (Omgevingswet, Wet Kwaliteitsborging, TO-juli onderdeel BENG) uit te stellen, zodat er nu geen capaciteit hoeft te worden ingezet op een goede voorbereiding van de implementatie hiervan: goed voorbereiden.
 
Financieel-economische gevolgen
De financieel-economische gevolgen zijn op dit moment nog grotendeels onduidelijk. Vertragingen en vraaguitval gaan tot financiële schade leiden, maar hoeveel is nu nog niet te zeggen. De beleggers zien al wel problemen ontstaan met hun (met name commerciële) huurders en zetten nieuwe acquisities on hold in verband met onzekerheid rondom vraag- en prijsontwikkeling en beleggingswaarde. Zij zien aanvragen voor uitstel van huur, wegvallen van kasstroom door niet betalende huurders, en verwachten daardoor (vooral na enkele kwartalen) dalende beleggingswaarden en moeilijkere verkoop van dispositieprojecten. 

In de bouw is er onduidelijkheid over aanneemsommen. Veel bedrijven kijken naar mogelijke kostenbesparingen (bijv. opleidingen), en focussen op liquiditeit. Een enkel bedrijf houdt al rekening met gedwongen ontslagen als de noodmaatregelen langer aanhouden.

Hoe de overheid kan helpen:
- op zeer korte termijn verlenen van steun (uitkeringen) vanuit de toegezegde maatregelen om de kans op faillissementen te verkleinen;
- banken stimuleren om werkelijk steun te geven en niet te snel de stekker eruit te trekken.

Bouwplaats / werkplek
Problemen die worden ervaren bij de uitvoering van bouwprojecten zijn vooral:
- (dreigend) tekort aan materiaal door vertraging in (buitenlandse) leveranties, buitenlandse handel gaat op slot, inkopen producten stokt, geen toegang meer tot internationale toeleveranciers, (prefab) fabrieken produceren op lager tempo of zijn gesloten;
- (te) beperkte bezetting bouwplaatsen door uitval van personeel (zie boven), beperkte mobiliteit bouwplaatsmedewerkers, inefficiëntie door personeel dat wordt ingezet op andere bouwplaatsen om gaten op te vullen;
- vertraging en stilvallen projecten door uitvallen van cruciale partners, focus op alleen bedrijfskritische processen en voltooien lopende processen, staken van acties met een lange termijn horizon, terughoudendheid bij nutsbedrijven om het werk voort te zetten (m.n. problematisch bij projecten die tegen opleverfase aan zitten);
- renovatie en onderhoudswerkzaamheden in bestaande bouw gaan vaak voorlopig niet door (wordt uitgesteld door opdrachtgever of men krijgt geen toegang).

Wat bedrijven zelf kunnen doen:
- het ontwerpen van een organisatieplanning en het verruimen van de tijd dat er op een dag gewerkt kan worden op de bouwplaats kan met name bij de afbouw van woningen voorkomen dat er veel mensen van meerdere bedrijven op hetzelfde moment bezig in relatief kleine ruimten;
- zouden we de bouwproductie kunnen opschalen door meer seriematig ontwikkelen en hierover vanuit een groep samenwerkende grotere opdrachtgevers investeringsafspraken maken voor een langere termijn? Maar we zien ook fabrieken sluiten;
- uitvoeren van onderhoudswerk aan bewoonde woningen beperken tot de buitenkant en daarnaast focussen op binnen- en buitenonderhoud aan scholen, kantoren, winkels en andere gebouwen die niet in gebruik zijn, evenals aan infrastructuur;
- afspraken maken over verruiming van oplevertermijnen;
- wellicht dat nutsbedrijven extra ondersteund kunnen worden door bouwpersoneel bij het uitvoeren van werkzaamheden bij nieuwbouwprojecten.

Hoe de overheid kan helpen:
- de grenzen en internationale handelsroutes open houden, zodat materiaal en personeel doorgang kan vinden;
- opdrachten blijven verstrekken voor onderhoud aan maatschappelijk vastgoed en infrastructuur en investeren in nieuwe infrastructuur; 
- zo lang als mogelijk de bouw op een veilige manier laten doorgaan om faillissementen, uitstroom van werknemers en ophoping van werk te voorkomen; 
- duidelijke richtlijnen geven voor veilig werken in de bouw en bij renovatie en onderhoud.

Planvorming
In de planvorming is vooral de communicatie een probleem, deels vanwege de techniek en deels vanwege verminderde beschikbaarheid van personen. Daardoor stagneert eigenlijk het hele proces, zowel aan de kant van de overheid, o.a. in de juridische en RO procedures, als bij onze leden als in het samenspel tussen leden en andere organisaties en met (potentiële) kopers en/of huurders. Participatieprocessen vormen hierbij een bijzonder aandachtspunt. Het feit dat de rechtspraak grotendeels stilligt, is een bron van zorg. Het leidt tot onduidelijkheid en onzekerheid over de status en voortgang van plannen en de reeds bestaande achterstanden nemen verder toe.

Beslissingen worden uitgesteld, door gemeenten, maar ook door marktpartijen en particulieren. Ook dat leidt tot vertragingen in de aankoop van locaties, vertraagde planvoorbereiding, dalende verkoop, moeilijker verkrijgen van financiering, etc. Ook hier geldt dat de focus ligt op de korte termijn en dat plannen voor de langere termijn op een laag pitje worden gezet.

Wat bedrijven zelf kunnen doen:
- investeringsbesluiten door beleggers opknippen in kleinere, behapbare stappen om de voortgang te kunnen waarborgen;
- meer gedifferentieerd woonproduct ontwikkelen. Inzetten op een groter deel van het aanbod in een lager geprijsd segment om de verschuiving van de vraag te bedienen (minder vraag van doorstromers, relatief meer vraag door starters).

Hoe de overheid kan helpen:
- het ontwerpen en versneld implementeren van volledig digitale procedures voor inzage- en inspraakprocedures, college- en raadsvergaderingen, participatietrajecten, etc.;
- het ondersteunen van de vraag van potentiële kopers naar nieuwbouwwoningen door de voorwaarden voor het verkrijgen van een hypotheek niet verder aan te scherpen en het maximale leenbedrag niet naar beneden bij te stellen. Eventueel ook een tijdelijke verhogingvan de NHG-grens.

Voor meer informatie, zie ook onderstaande berichten: 
​