Nieuws
30 juni 2020
"Moedige wethouders maken het verschil"
​Wat schieten de stedelijke gebiedsontwikkeling, woningbouw en infrastructuur op met het eindrapport van de Commissie Remkes? Eigenlijk niets.

Door: Friso de Zeeuw (adviseur Gebiedsontwikkeling en emeritus hoogleraar TU Delft).

Wat schieten de stedelijke gebiedsontwikkeling, woningbouw en infrastructuur op met het eindrapport van de Commissie Remkes? Eigenlijk niets. Wel wijdt Remkes larmoyante woorden aan de bouwsector. De commissie erkent dat de stikstofcrisis de bouw - die 0,6% van de stikstofuitstoot veroorzaakt - onevenredig heeft benadeeld. Bovendien onderstreept zij dat anticyclisch investeren in bouwprojecten kan bijdragen aan economisch herstel na corona. Het zijn krokodillentranen, want in het eerste advies heeft Remkes de (woning)bouw en infra namelijk volkomen links laten liggen. In het eindadvies komt Remkes met de aanbeveling voor een drempelwaarde voor de bouwfase (en dus niet voor gebruiksfase). Maar wel op voorwaarde dat de (toch al minimale) stikstofemissie tijdens de bouwfase in de komende tien jaar met 80% moet worden teruggedrongen. Dat betekent onder meer dat men machines en materieel versneld moet afschrijven. Dure maatregelen waar de natuur helemaal niets opschiet. De monomane redenering van Remkes gaat zelfs zo ver dat de stikstofreductie een ‘doorslaggevende’ voorwaarde moet worden bij overheidsaanbestedingen. Het kabinet neemt dit advies over. Nou ja, het gaat ‘onderzoek’ doen.

We leven nu al langer dan een jaar na vernietiging van de PAS door de Raad van State. We moeten constateren dat kabinet en provinciebesturen de stikstofcrisis niet doortastend aanpakken, zeker als het gaat om de gevolgen voor woningbouw en infrastructuur. We hebben tot op de dag van vandaag te maken met stagnatie van veel plannen, vooral in Zuid-Holland, Noord-Holland en Gelderland. Sommige provincies en Omgevingsdiensten zitten bij vergunningaanvragen ook nog enorm te mierenneuken over de detaillering van de Aeriusberekeningen en compleetheid van de aangeleverde stukken.

En de gemeentebesturen? Het regelkader dat rijksoverheid, provincies en jurisprudentie bieden, bepalen in hoge mate hun manoeuvreerruimte. Toch zien we opvallende verschillen. Sommige wethouders tonen zich ware angsthazen. Zelfs als overduidelijk geen natuurvergunning nodig blijkt, omdat geen sprake is van ‘significante effecten’ voor het nabijgelegen natuurgebied, durven zij pas een bouwvergunning af te geven als de provincie met een ‘positieve afwijzing’ zwart op wit bevestigt dat geen natuurvergunning nodig is.

Andere wethouders - zoals in Ede, Schagen, Beverwijk - nemen het voortouw en daarmee ook enig risico. Zij zijn creatief met intern salderen, gebruiken de ‘ecologische voortoets’ of vinden een echt ‘natuur-inclusieve’ gebiedsontwikkeling belangrijker dan een micro-stikstofdepositie, vergelijkbaar met een zakje Pokon. Zij riskeren een nijdige provincie of een zeperd bij de bestuursrechter. Zo ontstaat wel jurisprudentie die weer wat juridische helderheid geeft.

Nu van Remkes, de rijksoverheid en de provincies niet veel te verwachten valt, moeten we de blik richten op de ‘gebiedsgerichte aanpak’. Daar is veel over gesproken, maar zonder veel tastbare resultaten. De beweging moet hier van onderop komen. Bijvoorbeeld met een regionale depositiebank. In mijn biotoop, Noord-Holland, verkennen we met een aantal gemeenten naar de opzet van zo’n bank. De ‘inleg’ bestaat uit de weg te nemen stikstofbronnen (waaronder te saneren agrarische bedrijven). Na afroming van 30% voor de natuur, zorgen bouwplannen die de gemeenten de komende jaren willen vergunnen voor de ‘uitname’. Binnen deze opzet wordt de instelling van een drempelwaarde van 0,5 mol/ha. per bouwplan haalbaar (bouwfase en gebruiksfase). Betrokkenheid van de regionale natuur-en milieubeweging, ontwikkel- en bouwpartijen en de gereorganiseerde landbouw maken de slagingskans groter.

Resumé: wacht niet op de besluitvorming over ‘Remkes’, onderneem zelf actie.      
                            
 

Delen via Social Media