Nieuws
11 juni 2013
Help de bouwsector om concurrerend te blijven
Als er iets is wat bouwers niet willen, dan is dat steun vragen bij het Rijk. Ze willen door innovatie en ondernemerschap waarde toevoegen en zo hun bestaansrecht verdienen.

Dit artikel is op 11.06.2013 gepubliceerd op de opinie-pagina van het FD

Als er iets is wat bouwers niet willen, dan is dat steun vragen bij het Rijk. Ze willen door innovatie en ondernemerschap waarde toevoegen en zo hun bestaansrecht verdienen. Maar ze kunnen de radicale omwenteling op de woningmarkt niet bijhouden, met een kaalslag en massawerkloosheid tot gevolg. Daar kan en moet de politiek meer aan doen.

De sector omarmt de doelstellingen van het woningmarktbeleid van het kabinet — minder overheidsbemoeienis, minder overheidsbijdragen en meer marktwerking. Timing en tempo zijn echter uiterst ongelukkig. Door midden in de crisis ‘rücksichtslos’ te hervormen zonder compenserende maatregelen is de schade vele malen groter dan nodig.

De hervormingen terugdraaien zou onverstandig zijn. Een stimuleringsbeleid met de bouw als buitenboordmotor of een allesomvattend herstelplan zijn niet realistisch. Toch kan investeren in woningen aantrekkelijker worden gemaakt. Door huishoudens met een restschuld die willen verhuizen en dat kunnen betalen, een garantievoorziening te bieden zodat ze hun restschuld kunnen financieren en versneld aflossen. Door ouders, die via schenking hun kinderen willen helpen om te kopen, ruimer te faciliteren. Door de hypotheekvoorwaarden voor energiezuinige woningbouw te verruimen. Door de btw op grond tijdelijk te verlagen van 21% naar 6%.

Ook gemeenten kunnen en moeten hun bijdrage leveren. Door grondprijzen overeenkomstig de structureel lagere woningprijzen te verlagen. Door het gemeentelijk beleid te ontslakken en te versnellen, door bouwleges te verlagen, door planbegeleidingskosten te reduceren en door klantvriendelijker te werken.

Koopwoningen zijn structureel 20% goedkoper geworden. De nieuwbouw moet slimmer, sneller en goedkoper, wil die concurrerend zijn met de bestaande voorraad. Dat is een gezamenlijke opgave van markt, Rijk en gemeente. De bouw hoeft niet gesteund te worden, maar achterover leunen mag niemand.

Jan Fokkema, directeur NEPROM