Nieuws
5 november 2014
Omgevingswet: slowjuicer of pulseknop?
Op 29 oktober vond het congres Omgevingswet 2014 van de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft plaats in stadion Galgenwaard te Utrecht. Een deelverslag.
het gaat om meer dan wetgeving alleen

Op 29 oktober vond het congres Omgevingswet 2014 van de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft plaats in stadion Galgenwaard te Utrecht.

Wetsvoorstel omgevingswet: fundament gestort, hoe verder?
Chris Kuijpers, Directeur-Generaal Milieu en Internationaal Ministerie van IenM deed de aftrap. Hij is (ambtelijk) eindverantwoordelijk voor het voorstel zoals dat nu bij de Tweede Kamer ligt. De betrokken kamerleden hebben inmiddels een Verslag ingediend. Dat kun je hier nalezen.

Het idee is dat de Minister voor het einde van het jaar door middel van de Nota n.a.v. het Verslag reageert, de gestelde vragen beantwoordt en ingaat op gemaakte opmerkingen. De parlementaire behandeling zou voor de zomer plaats moeten vinden.

Chris Kuijpers licht de achtergrond, reden en voordelen van de nieuwe wet toe aan de hand van het thema ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. De wet biedt een overzichtelijke basis met behulp waarvan procedures in samenhang, flexibeler en sneller doorlopen kunnen worden. Het gaat daarnaast ook om een andere cultuur, risico’s durven nemen en digitalisering. Dat laatste aspect wordt opgepikt en uitgewerkt in de zogenoemde ‘Laan voor de Leefomgeving’.

Het doel van de nieuwe aanpak is verkokering tegengaan. Positief is dat deze Nederlandse ontwikkelingsgerichte visie op het Omgevingsrecht zo zoetjes aan haar weerklank vindt in Brussel; in de zin van vermindering van regeldruk en niet zozeer in termen van nieuwe integrale en overkoepelende Europese regelgeving.

De crux zit hem nog in de vier bijbehorende Algemene Maatregelen van Bestuur waar dit moment aan gewerkt wordt. Het gaat om:
  1. procesnormen; 
  2. materiele normen (omgevingswaarden);
  3. wat nu het bouwbesluit heet;
  4. wat nu het activiteitenbesluit heet.
Bovendien komt er (naast de Invoeringswet) nog wetgeving over onder andere bodem, geluid en grondbeleid die opgaat in de Omgevingswet.

Wetsvoorstel op weg naar de praktijk
In het daarop volgende gesprek onder leiding van Geurt van Randeraat bevestigt Carla Moonen (Dijkgraaf Brabantse Delta) het verhaal van Chris Kuijpers over de leerruimte die de Crisis- en herstelwet al geboden heeft en (nog steeds!) biedt. Onder het motto “als ik maar op tijd aan tafel zit, dan komt het wel goed’’ gaat zij in op het dilemma ‘rechtszekerheid versus maatwerk’.

Jan Fokkema (NEPROM) spreekt de zorg uit dat de Omgevingswet onder de vlag van ‘verandering’ geen ruimte moet bieden om conserverende krachten binnen te halen. Zoals het raamwerk er nu uitziet, is het in zijn visie namelijk ook geschikt voor het tegenovergestelde van flexibiliteit: alles kan ermee dichtgetimmerd worden. Volgens Arjen de Snoo (Houthoff) is dat vooral ook een kwestie van cultuur. De een heeft meer interesse voor bepaalde onderwerpen en zal meer genegen zijn deze proactief op te pikken dan de ander.

Jan Fokkema licht zijn stelling aan de hand van twee actuele thema’s toe.
Ten eerste de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. In de praktijk wordt deze vaak te rigide toegepast. Josan Meijers (Lid IPO-bestuur, Gedeputeerde Provincie Gelderland) vindt ook dat de Ladder moet leiden tot een goed gesprek, en niet tot de vorming van contingenten. Die mening wordt breed gedeeld in het panel en ontvangt instemmende geluiden vanuit de zaal.

Ten tweede de voorgenomen decentralisatie van duurzaamheidsvoorschriften. Jan Fokkema vindt dat hier de introductie van de Omgevingswet misbruikt zou kunnen worden om “lokale hobby’s” te faciliteren. Duurzaamheid is in de meeste gevallen bij uitstek een aspect van nationaal belang. Inhoudelijk zijn er vanuit nationaal beleid geen argumenten te bedenken waarom gemeenten daarvoor strengere eisen zouden moeten stellen.

Jop Fackeldey (voorzitter Fysieke Pijler G32, Wethouder gemeente Lelystad) vindt dat de Omgevingswet ook op dit punt recht moet doen aan lokale verschillen en de bijbehorende lokale belangenafweging. De discussie hierover zal voorlopig niet verstommen.

Na dit gesprek volgde onder andere nog een belangwekkende presentatie van Friso de Zeeuw over 'Gebiedsontwikkeling en de Omgevingswet' en een aantal interessante parallelsessies. Als je meer wilt weten hierover, kijk dan op de site Gebiedsontwikkeling.nu.

Dit deelverslag is gemaakt door Nicolette Zandvliet (NEPROM)