Nieuws
20 oktober 2015
ZEN Platform van start met 40 deelnemende bedrijven
Het platform ‘Zeer Energiezuinige Nieuwbouw’ (ZEN) stimuleert een kanteling in de woningmarkt: energie als unique buying point.

Vanaf 2021 moet nieuwbouw bijna energieneutraal zijn. Tegelijkertijd komt de bewoner in de komende jaren meer dan ooit centraal te staan. Om de consequenties hiervan voor ontwerpers, ontwikkelaars en bouwers te onderzoeken, en om de uitdagingen, knelpunten en oplossingen met elkaar te bespreken, werd eind mei het platform Zeer Energiezuinige Nieuwbouw (ZEN) opgericht.

Het ZEN-Platform is een initiatief van de vier brancheverenigingen in het Lente-akkoord: Aedes, Bouwend Nederland, NEPROM en NVB-Bouw. ZEN stelt de bewoner centraal; met zijn wensen op het gebied van wooncomfort, gezondheid, binnenklimaat en betaalbaarheid. En passant moet dit binnen de bouwbranche zorgen voor een soepele overgang naar de nieuwe eis van bijna-energieneutrale nieuwbouw (BENG) per 2021.

Sinds eind mei hebben al ruim 40 bedrijven zich aangemeld bij het platform, zegt Jan Fokkema, directeur van NEPROM. ‘Meer bedrijven zullen volgen om de komende jaren de ambitie te realiseren waarbij niet langer de regelgeving centraal staat, maar de mens de maat der dingen wordt’, aldus Fokkema.

In de chique ambiance van Buitenplaats Amerongen kwamen op 13 oktober ca. 75 deelnemers bijeen voor de tweede ZEN-Platformbijeenkomst. Omdat tevreden bewoners in een betaalbare woning met comfort en een gezond binnenklimaat centraal staan, zijn ook consumentenorganisaties Vereniging Eigen Huis en VACpunt Wonen bij deze bijeenkomsten van de partij.

Het opdoen van ervaringen met de nieuwe energienorm en deelname in het platform is niet vrijblijvend. Als toelatingseis geldt dat deelnemers vóór 1 januari 2018 een concreet nieuwbouwproject zullen starten waarin de ambitie voor ‘bijna energieneutraal’ wordt gerealiseerd. ‘Bedrijven moeten ook bereid zijn bij de oplevering een toets op energieprestatie en ventilatie te verrichten, kennis te delen en in een klanttevredenheidsonderzoek minstens een 7,5 te scoren’, aldus Fokkema.