Nieuws
12 oktober 2016
Rondetafelgesprek AMvB’s voor de Omgevingswet
Op maandag 10 oktober schoof de NEPROM in de Tweede Kamer aan bij het Rondetafelgesprek over de AMvB’s voor de Omgevingswet.

Op maandag 10 oktober schoof de NEPROM in de Tweede Kamer aan bij het Rondetafelgesprek over de AMvB’s voor de Omgevingswet.

De NEPROM gaf mee dat de concepten langs vier lijnen kunnen worden beoordeeld. Deze vier lijnen zijn gerelateerd aan de oorspronkelijke bedoeling van het nieuwe stelsel.

1. De eerste lijn is lokale afwegingsruimte versus onderzoekslasten. Valt een verruiming van de bestuurlijke afwegingsruimte te combineren met een daling van de onderzoekslasten? Dat zal op sectoraal niveau moeilijk blijken. Als we bijvoorbeeld naar het onderwerp luchtkwaliteit kijken, raken waarden en bevoegdheden versnipperd. Dat leidt eerder tot een vermeerdering van onderzoekslasten dan een vermindering.

2. De tweede lijn vormen de thema’s flexibiliteit en rechtszekerheid. Daar zitten voor de praktijk zowel kansen als bedreigingen. Namelijk de kans op ruimte voor dynamiek aan de ene kant en de bedreiging van een mogelijk gebrek aan uniformiteit aan de andere kant. Bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid kan dat landelijk opererende bedrijven belemmeren en innovaties in de weg staan.

3. De derde lijn zijn het aantal planfiguren en de rol van programma’s. Door de wijze waarop het planfiguur programma’s nu in de wet en de AMvB’s geregeld is, vrezen we dat het straks zal wemelen van de overbodige en uitgebreide programma’s. Gemeenten moeten die nogal snel inzetten, wanneer ze hun eigen doelstellingen niet dreigen te halen. Bedoeling van de wet was juist het aantal planfiguren terug te dringen.

4. Tot slot: maatwerk en Europese normen. De keuze om op lokaal niveau expliciet een kop op Europese regelgeving toe te staan en daarop te sturen, is onwenselijk. Decentralisatie is geen kwaliteit op zich en leidt niet per definitie tot een betere kwaliteit van de leefomgeving. Daar is schaalgrootte voor nodig.

Handhaving van het huidige beschermingsniveau en 'ontwikkelingsgericht' waren bovendien belangrijke uitgangspunten. Ons advies is om deze niet los te laten, behalve als er zeer zwaarwegende argumenten zijn vanuit het belang van de lokale omgevingskwaliteit.

Conclusie
Al met al ziet de NEPROM gedurende het wetgevingsproces een verschuiving van eenvoudig naar beter. Door het zo te stellen, geven we gelijk aan dat dit niet per definitie slecht is, maar het betere is wél de vijand van het goede. We staan met elkaar voor een belangrijke nieuwe opgave (huisvesting, bereikbaarheid, groen) en als altijd alles beter moet, gebeurt er uiteindelijk heel weinig.

Lees hier de position paper van de NEPROM over de AMvB’s.