Nieuws
5 december 2016
Natuur, erfgoed en bodem: nu en onder de nieuwe Omgevingswet
De juridische commissie van de NEPROM is recent bijgepraat over de belangrijkste aspecten van de voorgenomen stelselwijziging.
De juridische commissie van de NEPROM is recent bijgepraat door Dolf Logemann (Arcadis), Boudewijn Goudswaard (The Missing Link) en Martijn van Gelderen (BPD) over de belangrijkste aspecten van de voorgenomen stelselwijziging. 

Hoewel nog niet alle uitvoeringsregelgeving bekend is en veel afhangt van hoe provincies en gemeenten de regels straks toe zullen passen, hebben de mogelijke implicaties zeker de interesse en aandacht van de deelnemers gewekt.

Ecologie en economie gaan samen
Op 1 januari 2017 treedt de nieuwe wet Natuurbescherming in werking; vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet. Via het Aanvullingswetsvoorstel natuur Omgevingswet gaat hij uiteindelijk (beleidsneutraal) opgenomen worden in de Omgevingswet. De Aanvullingswet is technisch van aard.

In de wet natuurbescherming worden de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en Boswet gebundeld, gemoderniseerd en vereenvoudigd. Voorts worden de bevoegdheden ten aanzien van natuurbescherming gedecentraliseerd naar provincies. De provincie is straks het bevoegd gezag (nu nog de Rijksdienst voor ondernemend Nederland). Er is straks voor iedere aanvraag één loket voor gebieden en soorten. De besluitvormingstermijn is straks maximaal 20 weken (13 + 7) tegen nu 26 weken (13 + 13). Waar aanhaken op de omgevingsvergunning mogelijk is, kan dat (in het geval van een reguliere procedure) sneller zijn (8 + 6 weken) mits die aanvraag niet op het aspect natuur struikelt. Mede op verzoek van de NEPROM blijft de bevoegdheid over Gedragscodes bij het Rijk rusten.

Zorgplichten worden geïntegreerd en bestuursrechtelijk gehandhaafd. Als het om soortenbescherming gaat, komt er een nieuwe indeling in soorten. Voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten (Europees beschermd) verandert er weinig. Voor nationaal beschermde soorten wordt het regime soepeler.

Via de Aanvullingswet worden de Natuurbeschermingswet en de specifieke, aanvullende bescherming van bijzondere natuurwaarden die daarin opgenomen zijn gekoppeld aan de Omgevingswet.

Inzetten op je eigen geschiedenis
In de Erfgoedwet zijn 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen. Het voor projectontwikkelaars belangrijke deel (het ruimtelijk spoor) landt in de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving. In het Besluit kwaliteit leefomgeving is bijvoorbeeld de regeling terug te vinden over voorwaarden die (in verband met archeologische waarden) aan de omgevingsvergunning verbonden mogen worden.

De belangrijkste verandering voor archeologen is de vervanging van de opgravingsvergunning door een wettelijk geregelde certificering. Tijdens de bijeenkomst werd benadrukt dat in de Omgevingswet veel nadruk ligt op een integrale benadering. Gemeenten krijgen veel bestuurlijke afwegingsruimte; ook bij beantwoording van de vraag wat de identiteit van de stad of het dorp bepaalt. Is dat bijvoorbeeld natuur, erfgoed en/of een sterke economie? Het gaat dus meer om procedures/afwegingen dan inhoudelijke normstellingen. Het hoeft dus minder te gaan over de vraag of ‘de Romeinen of de Middeleeuwen belangrijker zijn’ (en meer of minder bescherming behoeven).

Voor ontwikkelingen die het verhaal van (de omgevingsvisie) van de gemeente vertellen, zou er ruimte moeten kunnen zijn. In het omgevingsplan van de gemeente worden de waarden vastgelegd. Bedoeling is, dat archeologische waarden door gemeenten zoveel mogelijk met kaarten vooraf onderbouwd worden. Een punt waar de NEPROM op heeft aangedrongen.
                 
Voor projectontwikkelaars is het belangrijk om aan de voorkant van dit proces (van het opstellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan) erbij betrokken te raken. 

Bodem: geen race to the bottom
Bodemkwaliteit wordt geregeld in de Aanvullingswet bodem, die opgaat in de Omgevingswet. En in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Exacte waarden zijn nog niet vastgesteld. Deze volgen nog. Gemeenten worden het bevoegd gezag (één loket). Duidelijk is wel dat er een systeem komt waarbij gemeenten (per functie) eigen bodemwaarden mogen bepalen en vastleggen in het omgevingsplan; binnen bepaalde bandbreedtes. Ook hier is dus sprake van meer bestuurlijke afwegingsruimte. Het is nog niet duidelijk hoe hoog of laag de wettelijke normen worden, waarbinnen gemeenten kunnen bewegen. En gemeenten wijzen aan waar er wel of geen (nader) onderzoek nodig is. Het is zaak voor een projectontwikkelaar om per omgevingsplan goed te bekijken hoe het onderwerp bodem geregeld is en zoveel mogelijk betrokken te raken bij de vaststelling aan de voorkant.

Het nieuwe stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe verontreinigingen, functiegericht saneren en duurzaam bodembeheer. Saneringen vinden zoveel mogelijk plaats op een natuurlijk moment. Er zijn geen ‘spoedgevallen’ meer.

Er komen meer algemene regels en minder vergunningen. Het huidige legesverbod voor eventuele beschikkingen vervalt. De NEPROM vindt dit niet passend omdat het legesstelsel aan modernisering toe is.
 
De NEPROM heeft verzocht grote verschillen tussen gemeenten en extra grondafvoer (en daaraan verbonden hoge kosten) te voorkomen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de lokale afwegingsruimte alleen van toepassing te laten zijn (op gehalten) boven de huidige interventiewaarde, maar onder het maximaal toelaatbaar risico, de risicogrens die nu ook wordt gehanteerd om spoed vast te stellen.