Nieuws
2 februari 2017
Versnellen door kleinschalige ontwikkelingen
Het debat over de binnenstad versus de randen van de stad is volop gaande. De gemeente Utrecht heeft een hele heldere keuze gemaakt vóór het ontwikkelen van de bestaande stad.

Het debat over de binnenstad versus de randen van de stad is volop gaande. De gemeente Utrecht heeft een hele heldere keuze gemaakt vóór het ontwikkelen van de bestaande stad. Reden om wethouder Paulus Jansen uit te nodigen om in de nieuwjaarsbijeenkomst van de NEPROM op 25 januari zijn visie te geven en de plannen van de stad Utrecht te delen met de aanwezigen. De bijeenkomst is in de KANTIEN in Utrecht. Ooit de kantine van de gemeente, nu een ‘eigenwijs stadsrestaurant’.

NEPROM-voorzitter Bart van Breukelen leidt de presentatie en discussie in. Meer consumenten dan vroeger willen in de stad wonen. Veel bedrijven staan te popelen om in de stad woningen te ontwikkelen, ondanks de langere doorlooptijden en grotere complexiteit. De keerzijde is dat, als er te weinig ruimte is of te weinig snelheid wordt gemaakt, de schaarste groeit en de prijzen exploderen. De NEPROM vindt het daarom heel belangrijk om een goed debat te voeren over de voors en tegens van bouwen in de stad versus bouwen aan de randen van de stad. Van Breukelen: “De gemeente Utrecht heeft een hele heldere keuze gemaakt vóór het ontwikkelen van de bestaande stad. Daarom hebben we wethouder Paulus Jansen uitgenodigd om zijn visie te geven en de plannen van de stad Utrecht met ons te delen.”

Zorgvuldigheid is geboden
Utrecht was de afgelopen vijftien jaar de snelst groeiende stad in Nederland. En de prognose is dat deze druk nog wel tien tot vijftien jaar aanhoudt. Jansen: “Dat willen we graag faciliteren, maar we willen niet ons eigen succes kapot maken. We moeten daar als stad dus heel zorgvuldig in zijn.” De afgelopen jaren is de groei met name in Leidsche Rijn gerealiseerd. Ongeveer 60% van alle nieuwbouw vond in dit stadsdeel plaats en 40% binnen de ruit. Dit verschuift nu snel naar meer nieuwbouw binnen de ruit.

Genoeg ruimte in de stad
 “We hebben als college gekozen om sterk het accent te leggen op bouwen in de bestaande stad,” zegt de wethouder. “Dat is deels een gevolg van onze analyse die laat zien dat de vraag zich steeds meer binnen de ring concentreert.” Daarnaast is het ook een praktische keuze. Een groot deel van de omgeving is immers al bebouwd of beschermd met Nieuwegein aan de zuidkant van de stad, de ecologische hoofdstructuur in het oosten en een park aan de noordzijde. “Rijnenburg is het laatste kwadrant wat we zouden kunnen volbouwen, maar dat vindt het college onverstandig. Er is nog voldoende ruimte in Leidsche Rijn en in de bestaande stad,” vindt Jansen.

Minder gezinnen in de stad accepteren
Door de ontwikkeling van Leidsche Rijn zijn er meer gezinnen met kinderen in de stad komen wonen. De komende jaren komt hun aandeel onder druk te staan, verwacht de wethouder. “Dat moeten we accepteren als gevolg van onze keuze voor inbreiding in plaats van uitbreiding,” erkent hij. Houten-Zuid, Nieuwegein en IJsselstein liggen allemaal ongeveer op dezelfde afstand van het centrum van Utrecht als Leidsche Rijn. Daar kunnen gezinnen met kinderen ook goed terecht. Tegelijk moet de stad ook ruimte blijven bieden voor deze doelgroep. “Zij zijn het cement in de buurt.”

Versnellen bouwproductie op plotniveau
Anders dan de projectontwikkelaars gelooft Paulus Jansen niet dat grote locaties nodig zijn om de woningproductie te versnellen. Overzichtelijke locaties en transformatieprojecten kunnen veel sneller tot stand komen dan grote package deals. De wethouder ziet regionale partijen kleine onopvallende locaties aankopen en in korte tijd ontwikkelen. Hij noemt een recent voorbeeld van 250 woningen die binnen twee jaar van plan naar bewoning gingen. Dat was wel een record, geeft hij toe, maar feit is dat een heel gebied ontwikkelen een stuk ingewikkelder is dan de ontwikkeling van een plot.

Binnenstedelijk bouwen op lange termijn verstandig
Dat neemt niet weg dat Utrecht ook een aantal grote locaties binnen de stad in ontwikkeling heeft. “Binnenstedelijk bouwen is op korte termijn een dure hobby, maar op lange termijn is het verstandig,” vindt Paulus Jansen. Het college heeft besloten om extra geld te reserveren om haar groeiambities waar te maken. Deze pot is samen met andere potten in principe voldoende om de noodzakelijke investeringen in de binnenstedelijke groei op te brengen. De kwaliteit van de stad zou wel gebaat zijn bij extra investeringsruimte, dus ook voor Utrecht zouden eventuele Rijksbijdragen zeer welkom zijn. De Utrechtse wethouder is zich er desondanks van bewust dat zijn stad in een luxe positie verkeert: “Elders is het verdienmodel veel ingewikkelder.”