Skip Navigation LinksNieuws

https://intern.neprom.nl/Nieuwsafbeeldingen/events/synchroon.jpg
Nieuws
20 juni 2018
Biodiversiteit in de stad
Verslag van het Provada-rondetafelgesprek op 5 juni 2018, georganiseerd door Synchroon en NEPROM.
Verslag van het Provada-rondetafelgesprek over biodiversiteit op 5 juni 2018, georganiseerd door Synchroon en NEPROM

Jan Fokkema (Directeur NEPROM) leidt het gesprek in en geeft aan dat het thema biodiversiteit een integraal onderdeel vormt van de NEPROM-visie ‘Thuis in de Toekomst’, de routekaart voor duurzame verstedelijking. Verdichting is een kans om binnenstedelijk te vergroenen en te verduurzamen, en versleten groene plekken in de stad met elkaar te verbinden en op te waarderen.

Jaques Vink (De Natuurlijke Stad) geeft een inleiding over biodiversiteit. Hij illustreert de urgentie van het thema aan de hand van een bekend model van de Zweedse onderzoeker Johan Rockström over planetaire grenzen. Hieruit blijkt dat vooral de genetische diversiteit achteruit holt. Vink typeert op basis van deze sombere cijfers het belang van het onderwerp: “de natuur heeft ons niet nodig; wij hebben de natuur nodig”.

Speciale gast Steven Delva (Delva Landscape Architects) gaat in op de vraag: waarom natuurinclusief, en waarom juist in de stad? Terwijl het groen buiten de stad steeds saaier en minder divers wordt - mede als gevolg van intensieve landbouw en veeteelt - heb je juist in de stad genoeg kansen om diversiteit te bevorderen. Sterker nog: het is nu al zo dat de stad vaak meer biodiversiteit te bieden heeft dan het platteland. Kijkend door de scherpe ogen van een valkje zie je in de stad geen hoogbouw maar een rotslandschap. De stad is in feite een enorm cluster van verschillende soorten biotopen, maar ze zijn wél klein en vaak onderling niet goed verbonden, omdat ze worden doorsneden door infrastructuur. De stad is dus enerzijds rijk, maar anderzijds ook een kwetsbaar biotoop. We kunnen biodiversiteit echter versterken door de nieuwe kennis en ervaringen die hierover beschikbaar zijn te koppelen aan wat we nu al doen bij binnenstedelijke transformatie.

Jan Fokkema stelt het scherp: is het dan zo dat ontwikkelaars en bouwers bij uitstek de partijen zijn die als “redder van de biodiversiteit in de stad” kunnen optreden? Dat lijkt slechts ten dele waar. De essentie van natuurinclusief ontwikkelen is dat je grotere natuurgebieden én haarvaten maakt, en zorgt dat alles goed op elkaar is aangesloten. Voor ontwikkelaars en bouwers geldt dat ze wél goed zijn in het creëren van plekken, maar minder goed in het maken van netwerken. Bovendien moet je oppassen voor symbolische projecten en greenwashing. Simpel gezegd: “vogelkasten werken alleen als er ook insecten zijn voor de vogels”. Anderzijds: kastjes voor vleermuizen zijn beslist geen doekje voor het bloeden. Het zet echt zoden aan de dijk (zolang de bewoners ermee akkoord gaan, want je hebt helaas ook mensen die denken dat vleermuizen gevaarlijk zijn en bijten). Eigenlijk moet de gemeente een centrale rol pakken inzake biodiversiteit, vooral als het gaat om beheer. Daar gaat het nu nog vaak mis. Een standaard pluk gras met wat bomen is te duur om te onderhouden en bovendien: we hebben er niks aan vanuit het oogpunt van biodiversiteit. Gemeenten hebben hier dus een mooie taak en er is letterlijk en figuurlijk veel laaghangend fruit. Als je het in competitie-eisen opneemt krijg je bovendien ook concurrentie op dit onderwerp. Prima toch?

Jan Fokkema wil weten of biodiversiteit gecombineerd kan worden met beleving, en vanaf het begin van een project kan worden ingezet om draagvlak te krijgen. Een uitgangspunt is dan dat je de natuur niet te ruig kunt maken (zie de angst voor vleermuizen en andere enge beesten). Het mag wél wat kosten, want het levert ook wat op. Het onderwerp is onder andere te koppelen aan de manier waarop mensen sporten en recreëren. En in het verlengde daarvan is gezondheid een belangrijk thema voor ontwikkelaars, bijvoorbeeld bij energieneutraal bouwen. 

Ten slotte: Synchroon gaat zelf investeren in biodiversiteit, maar er niet direct van profiteren? Dat vinden de ontwikkelaars van Synchroon veel te kort door de bocht. “Het is voor ons een intrinsieke waarde geworden. We koppelen groen aan welbevinden van de bewoners. Kijk maar eens naar onze recente projecten. Het komt echt uit het DNA van Synchroon. Net als gasvrij ontwikkelen, dat deden we vier jaar geleden al. Nu pas is het voor iedereen een no brainer.”

Tags