Skip Navigation LinksNieuws

https://intern.neprom.nl/Nieuwsafbeeldingen/overig/netwerken.jpg
Nieuws
22 oktober 2014
Het nieuwe doen: leren en innovatie op de werkvloer
Cees Anton de Vries schrijft een tweeluik over het ontwikkelen van nieuwe praktijken: leren en innovatie op de werkvloer.

Bron: ROmagazine

Stad en regio worden duurzamer; geld wordt op nieuwe manieren verdiend. ‘Eerst denken dan doen’ werkt daarbij niet zo goed. Adviseurs hebben het antwoord ook niet. Medewerkers die na de krimp van afgelopen jaren nog over zijn, ontwikkelen zelf nieuwe praktijken. Hoe doen ze dat? Cees Anton de Vries schrijft een tweeluik over leren en innovatie op de werkvloer. In dit eerste deel zijn een provincie, een gemeente, een bouwer en een programma uit de Topsector Energie aan het woord. 

Een rondje langs de velden leert dat het ruwe weer de meeste organisaties genoopt heeft zeilen te reven. Ontwikkelaars, bouwers, ambtelijke diensten, adviseurs en financiers bezinnen zich op taken en processen. Stroomlijnen, lean werken en bezuinigen is het devies. Dat gaat gepaard met pijnlijke en onvermijdelijke beslissingen. Bij sommigen leidde dat ook tot cynisme en dédain. Vele loyale collega’s hebben jaren gewerkt met duidelijke marsroutes en boterbriefjes. De door hen opgebouwde kennis en praktijken worden nu afgebroken. En waarvoor? Een overtuigend alternatief is nog niet uitgekristalliseerd.

Maar er gloort nieuw elan. Er steekt een nieuwe wind op en de zeilen worden bijgezet. Werden ‘ruimte’ en ‘bouw’ in de afgelopen periode vaak geassocieerd met dubieuze constructies, opportunisme en leek de sector op z’n best overbodig; nu komen overal mensen uit hun schuilplaatsen en eisen een nieuwe plaats op in het debat over maatschappelijke thema’s. Ruimte verbinden met zorg, energie, klimaatbeleid, veiligheid, nieuwe economie.

Opvallend is dat veel innovaties beginnen op de grens van de organisaties. Zo worden eigen mensen vrij geroosterd om dagen en soms weken ‘buiten’ nieuwe ervaringen op te doen. “Oncomfortabel productief” zo typeert Jurgen Hoogendoorn van het Amsterdamse ontwikkelbedrijf het. Ton Hillen van Heijmans noemt het ‘durfprojecten’: projecten die relevant zijn, maar zo nieuw dat ze zeker niet meteen goed gaan. Harold Maasen, van het innovatieprogramma Smart Energy Cities gebruikt de term ‘stedelijk ondernemerschap’. En Ronald Kramps van de provincie Noord-Brabant spreekt van ‘oefeningen in middle up down werken’. Bij deze vier partijen treffen we vier vormen van innovatie op de werkvloer. In dit gezelschap bevinden zich de koplopers van het nieuwe ontwikkelen.

Smart energy cities
‘A massive mess’ kopte Der Spiegel onlangs over de Duitse Energiewende. Het had zo mooi kunnen zijn. Gegarandeerd hoge opbrengsten voor energieproductie door windmolens en zonnepanelen bracht de lokale energieproductie in een enorme stroomversnelling. Maar nu blijkt dat het Duitse energienet de capaciteit niet aan kan. Nederland kan hier van leren. Door niet zomaar decentrale opwekcapaciteit bij te plaatsen, maar door dit goed te coördineren met eindgebruikers, MKB, netbeheerders, gemeenten en corporaties. Er komt sowieso een enorme investering in het energienet aan van tientallen miljarden euro’s .

‘Door het net op een slimme manier toekomstbestendig te maken kunnen enerzijds de toekomstige investeringen in het net worden beperkt en anderzijds technologieën ontwikkeld waardoor enorme kansen ontstaan voor de BV Nederland op de exportmarkt.’ Dat verwacht Harold Maasen, één van de kwartiermakers van het programma “Smart Energy Cities”. Een initiatief van het Ministerie van Economische Zaken om stadsdelen met in totaal 100.000 gebouwen  te voorzien van slimme energie. Amsterdam, Arnhem, Enschede, Eindhoven en Groningen doen mee, samen met netbeheerders en innovatieplatforms.

‘Tot nu toe vond de innovatie plaats via lokale pilots van beperkte omvang,’ vertelt Maasen. ‘Nu is het zaak te gaan opschalen. De uitdaging is om robuuste oplossingen uit de ene regio te combineren met slimme componenten van elders in het land. Zo moet een netwerk ontstaan van steden die er beter van worden qua werkgelegenheid, qua kwaliteit van de woningvoorraad, maar die ook samen organiseren dat het wiel niet steeds opnieuw wordt uitgevonden. Nergens op de wereld zijn smart grids al op grote schaal gerealiseerd’.

Voor de steden snijdt het mes aan meerdere kanten, maar voor de netbeheerders ook. Als de benodigde investeringen in slimme duurzame energieoplossingen door veel partijen gezamenlijk worden opgepakt, ontstaat een heel nieuw verdienmodel. Juist dan wordt het voor aanbiedende partijen interessant om nieuwe producten en diensten te ontwikkelen. Als kwartiermaker ondersteunt Maasen het organiseren van lokale en nationale matchmaking events waar bedrijven versneld toegang krijgen tot een grotere markt. Zo hoopt hij de ‘vally of death’, die altijd dreigt na een succesvolle kleine pilot, te vermijden. ‘Lastig is dat ik de innovatie niet af kan dwingen. Ik kan alleen de urgentie onder de aandacht brengen en de condities creëren voor de versnelling’. Deze innovatievorm brengt met zich mee dat de werkvormen in de loop van het proces met de betrokkenen ontworpen worden.

Kennisonderneming SPARK
‘Naast de belangrijke verbeterprogramma’s richten we ons bij Heijmans op échte vernieuwing. In 2020 zijn ál onze projecten energieleverend, recyclebaar en bijdragend aan betere ruimtelijke kwaliteit’. Ton Hillen, lid RvB Heijmans spreekt met toewijding. ‘Deze enorme uitdaging begint bij ons zelf. Daarom bezoeken we met de hele Raad van Bestuur (RvB) elke maand een ander bedrijf, zoals DSM of Philips. Met andere bestuurders kijken we dan naar de wereld om ons heen. En samen bespreken we kansrijke maatschappelijke thema’s, zoals ‘langer gezond leven in de wijk’, of veilig werken en de impact van technologie.

We zijn de omslag aan het maken naar een kennisonderneming. Dat betekent open source werken, durf-projecten beet pakken en accepteren dat nieuwe concepten niet in één keer slagen. Zo zijn we afgelopen januari samen met de TU/e, Avans Hogeschool, gemeente ’s-Hertogenbosch en Provincie Noord-Brabant gestart met SPARK. De open innovatiecampus voor de bouw. En dat gaat verder dan Heijmans.’

Cassandra Vugts kwartiermaker van SPARK, vult aan: ‘De nieuwe manier van werken is moeilijk van de grond te krijgen binnen de bestaande structuren. Dat is zo bij ons, maar ook bij andere organisaties. Daarom bieden wij met SPARK ruimte voor nieuwe initiatieven. Net zoals de high tech campus Eindhoven dat voor elektronica doet, maken de vijf partners hier een begin met een high tech campus voor de bouw. Elke partner stelt mensen en kennis ter beschikking en nodigt ook weer andere partijen uit dat te doen. Zo bouwen we aan een netwerk. Kleine teams werken dan intensief, ondernemend, open source aan verschillende innovaties. Zoals op het gebied van gezondheid, lichtgewicht materialen of vergroening van de bouw. Denk aan concrete producten zoals de smart highway, composieten sluisdeuren, 3d printing en verplaatsbare woningen.

Ton Hillen is er stellig van overtuigd dat dit de toekomst is. ‘De combinatie van maatschappelijk relevante thema’s, technische kennis, expliciete sturing op innovatie door de leiding en het willen leren in de praktijk: dát is ons venster op de toekomst. Innoveren is leren, dat is kern van onze deelname. Zo werken we nu bijvoorbeeld heel concreet aan de Glowing Lines 2.0, onderdeel van het smart highway concept. We steken onze nek uit en doen proeven in de praktijk. Het is belangrijk dat onze omgeving dat ook herkent en bereid is met ons samen te leren’.

‘Als bedrijf word je trots als je project met Daan Roosegaarde bij Zomergasten wordt uitgelicht, of bijvoorbeeld wanneer TEDx er ruimte voor maakt, zoals onlangs bij de Hydrea Thermpipe’, vertrouwt Cassandra Vugts ons toe. ‘De jonge mensen in het bedrijf die al lang goede ideeën hadden, kunnen er nu mee voor de dag komen. Dat leidde bijvoorbeeld tot de eerste verplaatsbare woningen. En nu voeren we de eerste gesprekken met bedrijven die hun high potentials niet naar een cursus in Frankrijk sturen, maar hier een jaar laten meewerken: SPARK als nieuwe vorm van management development.’

Open-mind
Deze vier voorbeelden geven aan dat de grote organisaties steeds een specifieke werkruimte creëren met eigen spelregels en ambities. Met deze innovaties op de werkvloer lijken de organisaties twee doelen te dienen. Ze doen er toe als maatschappelijk relevant. En ze profileren zich als aantrekkelijke werkgever of werkomgeving. Dat werkt van binnen naar buiten (voor de eigen medewerkers) maar even duidelijk van buiten naar binnen (voor hun omgeving). 

Duidelijk is ook dat de innovatieve ‘werkplaatsen’ een functie hebben om de organisaties in positie te brengen in nieuwe netwerken. Daarbij worden nieuwe producten en diensten ontwikkeld; er wordt geoefend met prototypen, co-makership en nieuwe waarde modellen. Maar er wordt ook geleerd dat er behoefte ontstaat aan nieuwe typen sturing. In de vier voorbeelden gaat het over stimuleren van ondernemerschap, persoonlijke ontwikkeling en ‘conditiesturing’.

Intrigerend is ook de veranderende blik op communicatie. Wanneer mag je trots zijn op een nieuw initiatief en wanneer moet je nog even bescheiden en terughoudend zijn? Dat blijkt een terugkerend dilemma. Opmerkelijk bij de vier innovatie-omgevingen is de open mindset. Ton Hillen (Heijmans): ‘We nodigen andere partijen uit hier mee te doen, ook onze concurrenten, de grote bouwbedrijven’, En Jurgen Hoogendoorn (Amsterdam) zegt: ‘Elke andere stad is welkom hier te komen kijken, ze mogen alles kopiëren. Maar de betrokkenen geven ook aan hoe belangrijk het is, de juiste vorm te vinden voor je eigen innovatie opgave’.

Cees Anton de Vries

Het volledige artikel stond in ROmagazine 6, juni 2014. Cees Anton de Vries is als docent nauw betrokken bij de NEPROM Masterclass Duurzaamheid in de Gebouwde Omgeving (MCDO).

Ook interessant voor u?
De NEPROM Concept Circle, netwerk voor innovatieve vastgoedprofessionals, gaat 2 december op bezoek bij tapijtbedrijf Desso in Waalwijk. Bij het bedrijf staat duurzame innovatie centraal. Kijk hier voor meer informatie.

Over ROmagazine
ROmagazine is hét onafhankelijke vakblad op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, infrastructuur en milieu. ROm brengt nieuws, achtergronden en meningen die er toe doen, laat zien hoe het beleid in de praktijk werkt of niet werkt, en is een podium voor discussie op het gebied van ruimte, infra en milieu. ROm is voor de professional op het gebied van ruimtelijke omgeving, infrastructuur en milieu een onmisbare bron van informatie.

Als u werkzaam bent bij een NEPROM-lidbedrijf ontvangt u 25% korting op ROm. Voor meer informatie hierover kunt u mailen naar info@romagazine.nl.