Skip Navigation LinksNieuws

https://intern.neprom.nl/Nieuwsafbeeldingen/events/VanWijnen.jpg
Nieuws
20 juni 2018
Hoe creëren we toekomstbestendige plekken die bijdragen aan de kwaliteit van leven?
Verslag van het Provada-rondetafelgesprek op 6 juni 2018, georganiseerd door Van Wijnen en NEPROM.

Verslag van het Provada-rondetafelgesprek op 6 juni 2018, georganiseerd door Van Wijnen en NEPROM.

Gespreksleider Annemarie Jol (Directeur Klant en Markt Van Wijnen) heet iedereen aan de ronde tafel welkom; met name speciale gasten Jan Latten (bijzonder hoogleraar Sociale Demografie Universiteit van Amsterdam en hoofddemograaf CBS) en Robin Berg van het Utrechtse Lomboxnet/We Drive Solar. Er wordt afgetrapt met een filmpje. Vervolgens komen er vijf stellingen voorbij, waar de deelnemers telkens kort op reageren.
  
Stelling 1: Door de opkomst van nieuwe mobiliteitsvormen (misschien zelfs wel de hyperloop?) worden krimpgebieden in Nederland weer interessanter als woongebied.

Mobiliteitsdeskundige Robin Berg is het niet eens met de stelling. “Deelauto’s zijn een succes, maar de snelweg wordt er niet breder van. Uiteindelijk lopen we toch vast. Ook de populariteit van de stad verandert er niet door, maar de mobiliteit in de stad zelf wordt door nieuwe mobiliteitsvormen wél anders.” Ook Jan Latten meent dat hyperloop-achtige snelle verbindingen niet werken voor krimpgebieden. “Het werkt wel als connectie tussen de grote steden.” De Intercity Direct tussen Rotterdam en Amsterdam doet het uitstekend. Maar krimpgebieden zijn een ander verhaal. Plekken als Leiderdorp en Zoetermeer gaan wél veranderen, en voor mensen die wonen op het platteland wordt nieuwe mobiliteit vooral een manier om het leven te veraangenamen.

Stelling 2: De traditionele eengezinswoning maakt in de toekomst plaats voor nieuwe woning typologieën.

Jan Latten meent dat je eigenlijk niet meer moet spreken van een eengezinswoning. Het is bijna een politiek incorrecte term geworden, we hebben het straks gewoon over ‘woningen’. Jan Fokkema (Directeur NEPROM) gelooft niet dat we kleiner moeten gaan bouwen omdat er meer alleenstaanden komen. Oudere alleenstaanden gaan niet weg uit hun grote woningen. Grondgebonden eengezinswoningen blijven populair. Je moet vooral kijken naar de veranderende behoefte in het middensegment en het dure segment en dan niet meteen denken aan nieuwe typologieën. Is er op lange termijn ook nog behoefte aan kleine woningen? Daar wordt aan getwijfeld - maar een derde deel van de samenleving heeft het over twintig jaar financieel moeilijk. Daar moeten we ook rekening mee houden.

Stelling 3: De toename van het individualisme leidt tot een verlies aan sociale cohesie. Het creëren van ruimte voor ontmoeten is daarom het belangrijkste bij het realiseren van toekomstbestendige leefomgevingen.

Deze stelling is van alle tijden. Als je bijvoorbeeld Van Eesteren erop naslaat maakte hij zich ook al zorgen over ‘sociale ontbinding’. Je krijgt wel heel veel nieuwe gezinssamenstellingen door relaties die worden verbroken en nieuwe gezinnen met kinderen uit meerdere huwelijken.

In de gemeente Delft is de woontevredenheid het laagst in wijken die uitsluitend een woonfunctie hebben. Je kunt er wonen maar verder is er niks te doen. Daarvan kun je leren dat je goede voorzieningen moet bieden. De invulling daarvan is erg doelgroep-afhankelijk. Ook toenemende vergrijzing leidt tot meer sociaal isolement. Aan de andere kant creëren nieuwe technische ontwikkelingen ook nieuwe mogelijkheden om mensen te ontmoeten: social media en deelauto’s bevorderen het leggen van nieuwe contacten. Onze kinderen zijn niet asocialer, ze doen dingen op hun eigen manier, en online. Daarom is een mate van flexibiliteit in je ontwerp het grootste goed.

Stelling 4: Moeten we sturen op een betere vermenging van bevolkingsgroepen of juist zorgen voor meer gelijkgestemden bij elkaar bij het creëren van een fijne leefomgeving?

De gemeente Delft heeft een sterke ambitie om haar jaren zestig wijken met alleen sociale woningbouw flink te laten verkleuren. Bewust sturen op blokniveau lijkt een stap te ver, maar op wijkniveau moet je inclusief ontwerpen. Overigens is het ook zo dat professionals vermenging vaak belangrijker vinden dan consumenten, zie het artikel van Jan Latten over deze kwestie

Stelling 5: Het verduurzamen van de bestaande gebouwde omgeving is onze grootste gezamenlijke verantwoordelijkheid op het moment.

Het woord 'verantwoordelijkheid’ is niet het juiste woord. Je kunt dit soort zaken maar in beperkte mate sturen. Je kunt wel op zo’n manier ontwikkelen dat je er voldoende flexibiliteit in bouwt.

Door tijdgebrek kan het laatste onderwerp niet verder worden uitgediept. Na afloop van het gesprek vatten Annemarie Jol en Jan Fokkema de essentie nog even kort samen voor de camera van Van Wijnen.

Tags