Skip Navigation LinksNieuws

https://intern.neprom.nl/Nieuwsafbeeldingen/rechter%20(1).jpg, https://intern.neprom.nl/Nieuwsafbeeldingen/rechter%20(1).jpg
Nieuws
15 maart 2022
Kort geding: uitspraak in relatie tot Didam-arrest
Het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten oordeelde op 28 januari 2022 dat de vordering tot levering van zes percelen in erfpacht niet kon worden toegewezen, ondanks dat het besluit tot uitgifte dateert uit 2016.

Het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten heeft op 28 januari 2022 in kort geding een vonnis gewezen, waarin verwezen werd naar het Didam-arrest van 26 november 2021. De uitspraak is 4 maart 2022 gepubliceerd. De voorzieningenrechter oordeelde in dit vonnis dat de in 2016 geplande transactie vooralsnog niet uitgevoerd kan worden om redenen genoemd in het Didam-arrest.

Overweging
De voorzieningenrechter vertrouwt en respecteert de bestaande afspraak niet. De transactie kan geen doorgang vinden in afwachting van een onherroepelijke uitspraak in de bodemzaak.

In rechtsoverwegingen 4.27 en 4.31 van de uitspraak wordt aandacht besteed aan de werking van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en specifiek het gelijkheidsbeginsel, bij de uitgifte in erfpacht van schaarse overheidsgronden. 

In rechtsoverweging 4.28 geeft de rechter aan waarom hij de gemaakte afspraak niet vertrouwt:
"Het Gerecht is ermee bekend dat opeenvolgende ministers van VROMI van het Land domeingronden zonder enig hieraan ten grondslag liggend gepubliceerd beleid uitgeven, althans (hebben) willen uitgeven. Het Gerecht kan zich niet aan de indruk onttrekken dat opeenvolgende ministers van VROMI van het Land hun discretionaire bevoegdheid om domeingronden van het Land in erfpacht uit te geven optimaal uitponden. Ambtelijke notities die ter behartiging van het algemeen belang worden opgesteld worden ongemotiveerd terzijde geschoven. De reden hiervan laat zich raden, maar dat zal in het bijzonder samenhangen met ministeriële inbreuken op de openbare orde en goede zeden. Deze inbreuken moeten dan regelmatig met het door het GHvJ geïntroduceerd 'afscheidsbeleid' en door het Gerecht geïntroduceerd 'welkomstbeleid' worden hersteld, zodat het Land niet aan deze (kostbare) rechtshandelingen wordt gebonden."

Wat betekent dit?
Voor zover bekend, is dit de eerste relevante uitspraak die naar aanleiding van het Didam-arrest is gewezen. Het laat de vertragende werking zien die ervan uitgaat en de mogelijk vergaande gevolgen voor bestaande afspraken. Deze casus is wel specifiek, omdat de rechter expliciet refereert naar de voorkeursbehandeling en willekeur die bij de uitgifte van grond in erfpacht werd gehanteerd. Voor zover wordt beoogd daar een stokje voor te steken, is de uitspraak in lijn met het Didam-arrest.  


Tags