Nieuws
21 februari 2019
Olie in de motor van gebiedstransformatie
Bijna 500 deelnemers waren op Valentijnsdag aanwezig in het Evoluon in Eindhoven voor het tweede Jaarcongres Stedelijke Transformatie. Een verslag.

Bijna 500 deelnemers waren op Valentijnsdag aanwezig in het Evoluon in Eindhoven voor het tweede  Jaarcongres Stedelijke Transformatie. Hoewel binnenstedelijke gebiedsontwikkeling op zichzelf al complex genoeg is, moeten we er niet voor weglopen om ook andere opgaven te integreren. Maar, zo waarschuwt Desirée Uitzetter: “We moeten wel blijven zorgen voor olie in de motor”.

Kei trotse gedeputeerde
‘Kei trots’ dat hij gastheer mag zijn van het tweede Jaarcongres Stedelijke Transformatie heet Erik van Merrienboer, gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant, de deelnemers welkom in het Evoluon. Een iconisch gebouw, voor een flink aantal aanwezigen nog bekend uit hun jeugd. Van Merrienboer haalt een uitspraak aan van Frits Philips bij de opening van het Evoluon 53 jaar geleden: “Het zou prachtig zijn als het Evoluon een ontmoetingsplek zou worden waar mensen hun kennis, ervaringen, bevlogenheid en inspiratie kunnen delen en uitwisselen op een wijze die op meerdere fronten loont, maatschappelijk en bedrijfseconomisch.” Dat is precies wat de congresbezoekers  op 14 februari doen.

Transformatie is van alle tijden
“Stedelijke transformatie is niet iets van nu, dat zijn we altijd al gewend. Het wordt steeds ingewikkelder, maar wij kunnen dat. Het zit in onze genen,” houdt Co Verdaas (praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling TU Delft) zijn publiek voor. Hij neemt de zaal mee in de geschiedenis, maakt uitstapjes naar het buitenland en relativeert wat je met beleid kunt doen. Dat is geenszins een oproep om dan maar achterover te leunen. We kunnen met elkaar de stip op de horizon zetten. We moeten blijven werken aan transformatie van de stad, nieuwe opgaven integreren in onze oplossingen en daarbij de kennis die er is meer benutten, vindt hij. Tegelijk is Verdaas ook realistisch: “We kunnen niet alles overal. We moeten kiezen: wat doen we nu hier niet? Dat is heel legitiem.”


Prioriteren en doorpakken

Het panel, onder leiding van Jop Fackeldey (voorzitter programma Stedelijke Transformatie), is het daar zeer mee eens. Paul de Beer (wethouder Breda) beaamt: “Op plan- of plotniveau is het noodzakelijk om scherp te prioriteren, anders kom je niet tot realisatie.” Desirée Uitzetter (voorzitter NEPROM) vult aan dat ontwikkelaars en beleggers de grote vraagstukken zeker willen inpassen in hun projecten, maar wel met de nodige realiteitszin. “We moeten blijven zorgen voor olie in de motor en geen zand in de raderen strooien.” Ze spoort met name gemeenten aan: “Maak gebruik van het momentum. Als er een plan is, moet je ook doorpakken.” In de praktijk ziet ze helaas vaak gebeuren dat gemeenten gedurende de rit nog allerlei eisen toevoegen, zoals extra sociale woningen, meer parkeerplaatsen of een hogere duurzaamheidsscore. Dan ontstaan er problemen met haalbaarheid en loopt het project vertraging op.

Samen uit samen thuis
Uitzetter pleit er niet voor om ontwikkelingen vooraf compleet in beton te gieten. Als voorbeeld noemt Uitzetter Waalfront in Nijmegen. Een klassieke PPS waarin de ontwikkelaar en de gemeente al zeker vijftien jaar en misschien nog wel vijftien jaar samenwerken. In zo’n periode wisselt de kleur van de coalities en veranderen inzichten. Daar moet je dan steeds samen een mouw aan passen. Zo was de tijdelijke invulling van de Honigfabriek zo succesvol dat men deze wilde behouden, maar er moet ook een waterkering komen. De PPS-partners hebben samen met de provincie en het waterschap een oplossing gevonden in gedeeltelijk behoud en gedeeltelijke herontwikkeling tot industrieel dwaalgebied waar de waterkering een plek krijgt. De PPS is een goede basis om samen door de pieken en dalen te komen. Tegelijk is het belangrijk om ook open te staan voor en te leren van nieuwe partijen die toetreden voor deeloplossingen.

Eén overheid
Een andere succesfactor is wanneer verschillende overheden zich als één geheel gedragen. De Beer ervaart dat gezamenlijk programmeren helpt om de ‘waste’ in het planproces te minimaliseren. Marja Appelman (directeur Woningmarkt ministerie van BZK) heeft een mooi voorbeeld van Sloterdijk waar Rijkswaterstaat een sleutelrol speelde. Door een Rijksweg het karakter te geven van een stedelijke weg ging de geluidsbelasting omlaag en kwamen er mogelijkheden om meer woningen te realiseren.

Mensen en relaties
Uiteindelijk gaat het om mensen en relaties. “Als je elkaar niet vertrouwt, werkt het niet zo lekker,” stelt Verdaas. “Het gaat lopen als je met elkaar hetzelfde verhaal aan het schrijven bent, als je elkaar vindt in een gedeeld beeld. Dan ga je elkaar helpen om problemen op te lossen in plaats van je eigen belang na te streven.”
Dat is wat het programma Stedelijke Transformatie ook beoogt, elkaar beter begrijpen en samen de problemen oplossen bij complexe binnenstedelijke transformatieopgaven. De vele parallelsessies tijdens het congres bieden volop mogelijkheden om ervaringen te delen en nieuwe inzichten op te doen rond allerhande onderwerpen. En in het diverse gezelschap met gemeenten, provincies, rijksoverheid, marktpartijen, adviseurs en een enkele woningcorporatie zijn er kansen genoeg om iemand te vinden die jou verder kan helpen of andersom. Alle gelegenheid dus om in te gaan op de uitnodiging van Marja Appelman ter ere van Valentijnsdag: “Ga vandaag niet weg zonder date!”

Meer informatie
Op de website van het Programma Stedelijke Transformatie is een terugblik op het jaarcongres te vinden. De verslagen van de deelsessies zullen de komende weken ook op de site worden geplaatst.