Nieuws
13 maart 2019
​Uitwerking bouw middeldure koopwoningen tot 297.000 euro in Amsterdam
De gemeente Amsterdam wil koopwoningen toegankelijker maken voor huishoudens met een middeninkomen. Voor veel huishoudens met een middeninkomen is het de laatste jaren moeilijker geworden om door te stromen naar een koopwoning.

De gemeente Amsterdam wil koopwoningen toegankelijker maken voor huishoudens met een middeninkomen. Uit onderzoek dat de gemeente heeft laten verrichten blijkt dat het bijbouwen van marktconforme middeldure koopwoningen de meest kansrijke optie is om koopwoningen toegankelijk te maken voor huishoudens met een middeninkomen.

Voor veel huishoudens met een middeninkomen is het de laatste jaren moeilijker geworden om door te stromen naar een koopwoning. Starters op de koopmarkt met een middeninkomen van circa € 60.000 kunnen maximaal € 297.000 (VON) lenen voor een koopwoning (inclusief afkoop erfpacht).

Van de nieuwbouwprojecten die gerealiseerd worden wil het gemeentebestuur dat 40 procent bestaat uit sociale huur, 40 procent uit middensegment woningen, en 20 procent geen maximumprijs heeft. Ten aanzien van het middensegment is vastgesteld dat in projecten met meer dan 800 woningen naast huur ook ruimte is voor middeldure koop. Het uitgangspunt voor de bouw van deze middeldure koopwoningen is dat ze marktconform gerealiseerd worden in de prijsklasse € 175.000 tot € 297.000 VON (prijspeil 2019). De gemeente kan deze prijs jaarlijks aanpassen aan de hand van de inflatie en stijging of daling van het gemiddelde inkomen in Amsterdam.

De gemeente Amsterdam wil verder minimale woninggroottes kunnen laten vastleggen voor deze woningen om te voorkomen dat nieuwe middeldure koopwoningen te klein worden. Hier ontstaat wel een spanningsveld, omdat prijzen van grotere woningen in een aantal wijken in Amsterdam al snel tegen het gestelde prijsplafond van € 297.000 aanlopen. In sommige gebieden in de stad ligt de prijs echter gemiddeld lager en is er meer ruimte voor de ontwikkeling van grotere middeldure woningen (zie afbeelding voor een indicatie).



Projecten waarbij reeds contractuele afspraken zijn gemaakt worden niet onderworpen aan de nieuwe regels. Bij nieuwe projecten kunnen middeldure koopwoningen onderdeel zijn van het investeringsbesluit. In dat geval worden afspraken hierover vastgelegd in de erfpachtvoorwaarden. Projecten in de beginfase van een ontwikkeling waarbij nog geen contracten met de gemeente zijn gesloten kunnen dus negatieve effecten ondervinden van de nieuwe regel.

Jan Fokkema (Directeur NEPROM) reageert in het Parool positief op de plannen van het gemeentebestuur van Amsterdam. "Wij hebben iets soortgelijks zelf voorgesteld. We snappen dat de druk in Amsterdam groot is en dat de huizenprijzen oplopen tot onbereikbare hoogten voor middeninkomens." De NEPROM wil graag met de gemeente in gesprek om te praten over de randvoorwaarden om de ontwikkeling van meer middeldure koopwoningen mogelijk te maken. Jan Fokkema: "Het zou toch mooi zijn als mensen uit de sociale huur op deze manier aan een betaalbare koopwoning komen. Dan stroomt het een beetje door."   

Vastgelegd wordt verder dat de woningen niet doorverkocht mogen worden aan bv’s, maar alleen aan natuurlijke personen. Daarnaast wil de wethouder binnenkort een verhuurverbod instellen om duur doorverhuren te voorkomen: wie een huis koopt, moet daar zelf wonen. Een tweede koper van de woningen betaalt overigens wel weer het volle pond. De maatregel heeft dus een tijdelijk effect. Omdat het wettelijk nog niet mogelijk is om koopwoningen toe te wijzen aan een doelgroep kan momenteel nog iedereen, ongeacht inkomen, in de nieuwe middeldure koopwoningen komen te wonen.   

Voor de NEPROM is van belang dat Amsterdam daadwerkelijk openstaat voor overleg en voor maatwerk. In gezamenlijk overleg is het goed mogelijk om nieuwbouw zoveel mogelijk toegankelijk te maken voor ook de middeninkomens, waarbij flexibiliteit tussen de verschillende categorieën én in de programmering van belang is. Randvoorwaarde is ook dat de gemeente oogt houdt voor de haalbaarheid van de businesscase en niet met eenzijdige dictaten komt.