Nieuws
19 maart 2019
"Veiligheid verlangt veel meer aandacht"
De bouw is de branche met de meeste ernstige en dodelijke ongelukken. De noodzaak om intensiever met veiligheid aan de slag te gaan staat buiten kijf en is een verantwoordelijkheid van de hele keten, dus ook van opdrachtgevers.

Verslag van de bijeenkomst van de Tijdelijke Werkgroep Veiligheid, 7 maart 2019 - NEPROM verkent verantwoordelijkheid en rol opdrachtgever

De bouw is de branche met de meeste ernstige en dodelijke ongelukken. De noodzaak om intensiever met veiligheid aan de slag te gaan staat buiten kijf en is een verantwoordelijkheid van de hele keten. Ook opdrachtgevers dienen verscherpte aandacht aan de dag te leggen. NEPROM-leden denken na over wat ze concreet méér kunnen doen aan veiligheid.

Binnen de NEPROM buigt een werkgroep van leden zich over het thema veiligheid. Op de eerste bijeenkomst op 7 maart jl. schetst voorzitter Job Dura (Dura Vermeer) de aanleiding. Er gebeuren te veel ernstige ongelukken op en rond de bouwplaats. In 2018 zijn 4500 ernstige ongelukken geregistreerd, waarvan twintig met dodelijke afloop. Dit is een toename ten opzichte van het jaar ervoor. Het thema wordt verder geactualiseerd door een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), publicatie van de Landelijke Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid en een aanscherping van Arbo-wetgeving.

Voor de toename van het aantal ongelukken zijn allerlei oorzaken aan te wijzen. Het toegenomen aantal manuren, door het sterk aantrekken van de bouw, is er één van. De vele zzp’ers vormen een verhoogde risicofactor en datzelfde geldt voor het grote aantal buitenlandse werknemers (communicatieproblemen). Deze verklarende factoren zijn uiteraard geen argumenten om niets te hoeven doen, ze vormen eerder een extra uitdaging.

Drie soorten veiligheid
Het thema veiligheid in de bouw laat zich onderscheiden naar drie aandachtsvelden:
1. veiligheid op de bouwplaats (Arbo), o.a. valbeveiliging, helm dragen e.d.;
2. veiligheid van het bouwwerk, met name constructies inclusief tijdelijke hulpconstructies;
3. veiligheid in de omgeving van de bouwplaats.

Het OVV-rapport heeft betrekking op constructieve veiligheid naar aanleiding van een ingestorte vloer van een parkeergarage in Eindhoven. De belangrijkste conclusies van het rapport luiden:

• (constructieve) veiligheid is een verantwoordelijkheid van de gehele bouwketen;
• op veiligheid dient niet te worden geconcurreerd bij het verwerven van opdrachten;
• partijen in de bouw moeten meer lering trekken uit incidenten.

Verder roept het rapport op tot grotere helderheid over wie waarvoor verantwoordelijk is, en om hierop coördinatie toe te passen. Er is behoefte aan een regierol. Wat constructieve veiligheid betreft is het volgens het rapport zaak een eindverantwoordelijke aan te wijzen die gedurende het gehele bouwproces verantwoordelijk is voor het ontwerp en de constructies. Ten slotte beveelt de Onderzoeksraad aan te komen tot een level playing field voor alle sectoren van de bouw (infra, civiel, utiliteit) door normen, regels, standaarden en procedures eenduidig te maken.

Hoe aanhaken?
Hoe moeten de leden van de NEPROM aanhaken bij deze aanbevelingen en richtlijnen? Het is een quick win om de Gedragscode constructieve veiligheid van de NEPROM hernieuwde aandacht te geven, maar dit betreft slechts een van de drie aandachtsvelden. Gaat het erom veiligheid op de agenda te krijgen bij de leden en zo het bewustzijn ervan te verhogen? Als er meer wordt verlangd, wat dan en hoe?

Om te beginnen moet beseft worden dat de projectontwikkelaar, die niet zelf bouwt, inmiddels wettelijk een grotere verantwoordelijkheid draagt dan voorheen. Dit vloeit voort uit een wijziging in het Arbeidsomstandighedenbesluit: als opdrachtgever geldt niet meer alleen “degene voor wiens rekening...” maar ook “degene op wiens initiatief een bouwwerk tot stand wordt gebracht.” Je mag als projectontwikkelaar gewend zijn niet zelf op de bouwplaats rond te lopen, en verantwoordelijkheden vast te leggen in contracten met aannemer en constructeur, maar dit laat onverlet dat de inspectie je voor bijvoorbeeld ontbrekende V&G-documenten op de bouwplaats een boete kan opleggen. De aandacht van de Arbeidsinspectie zou vooral naar feitelijke misstanden op de bouwplaats uit moeten gaan. Ernstige situaties verdienen een harde aanpak. Als opdrachtgever heb je beslist ook een rol: je moet weten met wie je in zee gaat. Leg het risico en de verantwoordelijkheid dus neer bij een professionele aannemer, ook al blijf je medeverantwoordelijk. Zonder meer geldt dat elke partij in de bouwketen de verplichting heeft, indien daar kennis van bestaat, een andere partij te wijzen op een onvolkomenheid of strijdigheid, ook indien men geen toezichthoudende rol vervult.

De landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid
Omgevingsveiligheid is een prominent aandachtspunt bij binnenstedelijk ontwikkelen. Het is daarom aan te bevelen tenminste in de fase van voorlopig ontwerp naar definitief ontwerp met de gemeente en de stakeholders om de tafel te gaan. Bij voorkeur schuiven ook de aannemers die naar de opdracht dingen aan. Ingeval van een bouwteam, spreekt dat vanzelf.

Het is zeer wenselijk dat er snel een discussie over de Richtlijn bouw- en sloopveiligheid gevoerd wordt. Tot nu toe is daar vooral in de gemeente Den Haag ervaring mee opgedaan. De vraag is hoe veiligheid met behulp van dit document goed gemanaged kan worden. Met name op drukke locaties midden in de stad, in de buurt van drukke verkeerspunten of een station bijvoorbeeld.

Bouwveiligheidsadviseur
Een ander punt van zorg betreft de precieze rol van de bouwveiligheidsregisseur, die per 1 januari 2020 een plek krijgt in het Bouwbesluit. Probleem: gekwalificeerde mensen zijn er nog niet en de opleiding moet nog starten. De vraag is ook nog hoe we de veiligheidsregisseur precies moeten zien. Iemand die het bouwproces van initiatief tot overdracht overziet – is dat een persoon, een rol, of een concept?

Levend veiligheidsbewustzijn
Als organisatie kun je een stevig veiligheidsbeleid voeren maar het blijft lastig om het veiligheidsbewustzijn bij de mensen levend te houden. Het afvinken van checklists is niet genoeg. Intussen worden er zo verschrikkelijk veel hulpmiddelen en tools aangeboden dat je als veiligheidsmanager door de bomen het bos niet meer ziet. Er is dringend behoefte aan overzicht en standaardisatie. Intussen is het zaak als projectontwikkelaars standaardcontracten te blijven toetsen aan wettelijke veranderingen en onderling formats en voorbeelden ter beschikking te stellen.

De leden van de werkgroep dragen een flink aantal ideeën en suggesties aan:

• De BNA is een belangrijke partner als het om veiligheid gaat. Architecten kunnen in het ontwerp al in een vroeg stadium rekening houden met veiligheid.
• Zou op basis van inspectierondes een benchmark voor veiligheid op de bouwplaats reëel zijn?
• In het tenderproces kan veiligheid al meegenomen worden als een item.
• Een omslag van een schuldcultuur naar een leercultuur is wenselijk.
• Via opleidingen mag meer aandacht besteed worden aan veiligheid.
• Veiligheidscultuur in een organisatie is vooral een kwestie van leiderschap.
• Waak ervoor veiligheid tot een zaak van specialisten te maken: organiseer de collectieve verantwoordelijkheid niet weg.
• Veiligheid heeft een kostenkant die aan de onderhandelingstafel nog wel eens onder druk komt te staan; dit versterkt de noodzaak om niet op veiligheid te concurreren.
• Sommige omringende landen, met name het Verenigd Koninkrijk, kennen een groter budget voor bouwveiligheid, strengere regels en procedures, en ook minder ongelukken.
•  Wees duidelijk over wie verantwoordelijk is voor het onderwerp constructieve veiligheid.
• Aangezien de praktijk van de NEPROM-leden zich vooral richt op binnenstedelijke locaties, is omgevingsveiligheid een belangrijk onderwerp. Hoe gaan we hier zorgvuldig en realistisch mee om?

Genoeg punten om over na te denken: óf en hóe de NEPROM deze operabel moet maken. Af te wegen is welke rol de NEPROM, als brancheorganisatie voor professionele opdrachtgevers en gezien hun rol in de bouwketen, op veiligheidsvlak past.

Duidelijk is wel dat veiligheid binnen de bouw om een cultuur en werkwijze vraagt die veel verder gaat dan het afvinken van lijstjes. In de opleidingen valt ook nog veel te verbeteren. De bottom line is dat er in de bouw veel te veel ongelukken gebeuren. De NEPROM wil het onderwerp daarom hoger op de agenda van de vereniging. En wil door bijvoorbeeld kennis te delen de bewustwording bij de leden bevorderen.