Nieuws
27 mei 2020
Bewonersparticipatie in Amersfoort
NEPROM publiceert een serie artikelen over dit onderwerp en de eerste ervaringen. Dit is artikel vier: een gesprek met de Amersfoortse wethouders Astrid Janssen (GroenLinks, Ruimtelijke Ordening) en Menno Tigelaar (ChristenUnie, Wonen).

​De Corona-crisis raakt de samenleving op allerlei manieren. Ook de wereld van de projectontwikkeling heeft ermee te maken. Zo kunnen buurtbijeenkomsten en inspraakavonden niet doorgaan vanwege de restricties. Digitale middelen worden steeds meer ingezet. Een groot voordeel hiervan: vertraging in de planvorming wordt voorkomen. NEPROM publiceert een serie artikelen over dit onderwerp en de eerste ervaringen. Dit is artikel vier: een gesprek met de Amersfoortse wethouders Astrid Janssen (GroenLinks, Ruimtelijke Ordening) en Menno Tigelaar (ChristenUnie, Wonen).

Tekst: Kees de Graaf [Studio Platz]

In het eerste artikel in deze serie adviseerde Theo Dohle (communicatiebureau De Wijde Blik) gemeenten en ontwikkelaars om volop gebruik te maken van de online mogelijkheden die er zijn c.q. momenteel in een sneltreinvaart worden ontwikkeld. Het is een boodschap die we ook nadrukkelijk terughoorden in de visie van Enrico Kraijo, oprichter van Vereniging Projectmanagement Nederlandse Gemeenten. Aan de publieke kant liggen allerlei mogelijkheden om online kanalen in te zetten en zo de participatie rond projecten gaande te houden. De gemeente Amersfoort is daar een uitstekend voorbeeld van, zo blijkt uit het gesprek met Astrid Janssen en Menno Tigelaar.

Participatiegids
Ook de gemeente Amersfoort zag zich medio maart gesteld voor een lastige opgave: hoe om te gaan met bewonersparticipatie in een tijd dat er geen ‘fysieke’ bijeenkomsten zijn toegestaan? Volgens Astrid Janssen kon daarbij geprofiteerd worden van het feit dat sinds het aantreden van het nieuwe College van BenW er volop aandacht is besteed aan het thema participatie. "In het coalitieakkoord speelt het een voorname rol en we zijn het gesprek aangegaan in de stad over vragen als: wie is wanneer aan zet en wat gebeurt er met de resultaten van participatietrajecten? Met daarbij onderscheid voor de verantwoordelijkheid van publieke en private partijen. Een traject van luisteren, ophalen en ervaringen delen – ook de negatieve." Anderhalf jaar is er met volle inzet aan gewerkt en de Amersfoortse Participatiegids is nagenoeg gereed. "De bedoeling is om elk nieuw project langs deze meetlat te leggen. Ieder project vraagt namelijk een specifieke werkwijze. Het bewustzijn in de gemeente is inmiddels heel hoog; iedereen ziet het belang ervan in. Van onze eigen projectleiders tot en met de externe partijen waarmee we samenwerken."

wethouder vrouw.PNG 

Foto: Astrid Janssen.

Geen bottleneck
En toen kwam de Corona-crisis. Het riep de vraag op: hoe nu verder? Voor alles wilde het gemeentebestuur voorkomen dat zij de bottleneck in de lokale economie zou worden, aldus Astrid Janssen: "We willen de participatie niet afschaffen maar ook de woningbouw niet. Amersfoort heeft een grote bouwopgave, we willen door in het goede tempo dat er inmiddels in zit. Hoe konden we dat oplossen?" Menno Tigelaar kan de complexe vraagstelling onderschrijven: "In het begin ging alle aandacht – en terecht – uit naar de bestrijding van het virus. Alle bijeenkomsten die waren uitgeschreven, zijn platgelegd. Inmiddels zijn we onderweg naar het nieuwe normaal, wat dat ook moge betekenen. Met elkaar gaan we een andere invulling geven aan de maatschappij. En inderdaad proberen we daarbij onze bouwprogrammering overeind te houden en processen niet te frustreren. Dat is een zoektocht waarbij we constant leren met elkaar." Een van de dilemma’s is bijvoorbeeld de ambitie om iedereen in de bevolking in staat te stellen een inbreng te leveren, wetende dat het in deze tijd lastiger is om mensen te bereiken. "Naast digitale sessies proberen we daarom ook op andere manieren met onze inwoners het contact te onderhouden."

Per post
Ook in de huidige crisistijd geldt in Amersfoort dat per project wordt bekeken hoe de participatie het beste invulling kan krijgen. Astrid Janssen benadrukt het belang van de fase waarin een project verkeert: "We gaan in gesprek met onze projectleiders en kijken wat de mogelijkheden zijn. Een project dat net van start gaat, stelt andere eisen dan een ontwikkeling die al langer loopt. Sowieso hadden we in Amersfoort al langer ervaring met een werkwijze die we “Starten voor de Start” hebben genoemd. Daarbij gaan onze medewerkers in gesprek met de belanghebbenden rond een bepaald initiatief, om te achterhalen wat er allemaal speelt op de betreffende locatie in de stad. Op die kennis kan worden voortgebouwd bij de keuze voor bepaalde methoden van digitale participatie."

Een goed voorbeeld van de inzet van moderne middelen is het webinar dat de gezamenlijke ontwikkelaars van het project Zonnehof hebben georganiseerd, waarbij in een talkshow-achtige formule de nieuwe plannen werden gepresenteerd. De uitnodiging om aan het webinar deel te nemen, werd echter wel ‘ouderwets’ per post verspreid, aldus Menno Tigelaar: "Dat is een goed voorbeeld van ons streven om ook rekening te houden met de mensen die niet gewend zijn aan digitale communicatie. Los van de projecten in de stad helpen we ook onze inwoners – als zij dat willen – met het wegwijs worden in de digitale wereld. Voor ons is dat een belangrijk aspect van toegankelijkheid en mee kunnen doen."

wethouder man.PNG 

Foto: Menno Tigelaar.

Online blijft
Vooralsnog wordt er in de Keistad zeer terughoudend omgegaan met het herintroduceren van fysieke bijeenkomsten met de anderhalve meter-regels, aldus Menno Tigelaar: "Je wilt mensen de gelegenheid geven om onbeperkt deel te nemen, maar het maximum wordt vooralsnog gesteld op 30 deelnemers: dat lijkt weinig werkzaam. Wij verwachten dus ook dat fysieke bijeenkomsten pas later gaan spelen; online zal voorlopig blijven." Astrid Janssen spreekt de hoop uit dat de ervaringen die nu met digitale communicatie worden opgedaan een vervolg krijgen in de toekomst: "Voordeel van zo’n webinar is bijvoorbeeld dat iedereen het nog eens terug kan kijken. Plaats de uitzending daarom op de website van het betreffende project. En beter nog: zend het ook uit op de lokale TV. Zo wordt het bereik van dergelijke middelen direct veel groter."


Delen via Social Media