Nieuws
11 juni 2020
Eerste schrik over corona weggeëbd
In de week van 18 mei is de eerder onder de NEPROM-leden uitgezette enquête over projectontwikkeling, bouw, beleggen en corporatie-activiteiten herhaald. De eerste schrik en onzekerheid over de gevolgen van corona lijken weggeëbd. Echte problemen verwacht men pas op middellange termijn.

In de week van 20 april is een enquête uitgezet onder de NEPROM-lidbedrijven. Deze is herhaald in de week van 18 mei. De belangrijkste resultaten van deze tweede meting en de veranderingen ten opzichte van de eerste zijn hierna samengevat aan de hand van een aantal vragen.

Wie hebben de enquête ingevuld?
In totaal hebben 33 bedrijven de enquête ingevuld, waarvan 30 (een deel van) de vragen over projectontwikkeling, 8 over de bouw, 6 over beleggen en 1 over corporatie-activiteiten. De laatste zijn vanwege het beperkte aantal antwoorden buiten deze rapportage gelaten. Wat opvalt is dat vooral de vragen over de bouw door minder bedrijven zijn ingevuld dan de vorige keer.

Wat is het belangrijkste verschil met de vorige meting?
De eerste schrik en onzekerheid over de gevolgen van corona lijken weggeëbd. Gemiddeld geven projectontwikkelaars en bouwbedrijven in de tweede meting aan minder hard geraakt te worden door de gevolgen van corona, zowel op het moment van invullen als drie maanden daarna. Wel verschillen de individuele meningen soms wat meer dan in de eerste meting.

Ten opzichte van de vorige meting zijn respondenten positiever over de (verwachte) verkoop van woningen aan particulieren, corporaties en beleggers in alle prijsklassen, nu en over drie maanden. In beide metingen wordt de actuele situatie gunstiger beoordeeld dan de verwachte situatie drie maanden later. Wel is men in de tweede meting een stuk somberder over verwachte extra moeite die de afzet van dure woningen aan beleggers over drie maanden zal kosten. Beleggers verwachten over drie maanden ook minder interesse te hebben in acquisitie van dure huurwoningen dan op dit moment. In middeldure huurwoningen denken zij over drie maanden juist meer interesse te hebben.

Ook naar de verhuur en verkoop van commercieel vastgoed kijkt men in de tweede meting over het geheel genomen iets minder negatief dan in de eerste. Men voorziet nog steeds een beperkte verslechtering over drie maanden. Tussen de segmenten zijn er wel verschillen. Vooral het sentiment over de verkoop van vastgoed voor foodretail aan beleggers is fors verbeterd. Het gemak waarmee foodretail verhuurd wordt blijft daarbij achter.

Het beeld rond problemen die men intern en in samenwerking met andere ondervindt, is vergelijkbaar met de eerste meting. Deze vielen toen al mee en zijn nog iets afgenomen. Alleen de bouwactiviteiten ondervinden intern meer hinder.

Welke activiteiten worden het meest geraakt?
Er zijn in alle disciplines meer bedrijven die op dit moment (totaal) niet geraakt worden door de gevolgen van corona dan bedrijven die (zeer) ernstig geraakt worden. Alleen voor de projectontwikkelingsactiviteiten verwacht men dat dit over drie maanden andersom zal zijn. Deze discipline lijkt zowel in de eerste als in de tweede meting op dit moment het meest geraakt te worden door de gevolgen van corona. In beide metingen geeft een kwart aan op het moment van invullen (zeer) ernstig geraakt te worden en verwacht men een verslechtering in de drie volgende maanden. Positief is dat het aandeel projectontwikkelaars dat aangeeft ten tijde van het invullen van de enquête (totaal) niet geraakt te worden, is gegroeid van 35% tot 60%. Men waarschuwt dat de gevolgen van de recessie pas op middellange termijn zichtbaar worden.

De bouwbedrijven zijn nu opvallend veel positiever over de vooruitzichten voor over drie maanden dan in de eerste meting. Toen gaf geen enkel bouwbedrijf aan ernstig of zeer ernstig te worden geraakt door de gevolgen van corona, terwijl ruim 60% voor drie maanden later (zeer) ernstige problemen voorzag. Bij de tweede meting denkt nog geen 15% over drie maanden (zeer) ernstig geraakt te worden. Wel denkt men nog steeds dat de situatie over drie maanden minder rooskleurig zal zijn dan nu.

Bij de beleggers die reageerden, is het beeld in beide metingen wisselend. De situatie op dit moment wordt gemiddeld iets negatiever beoordeeld dan bij de vorige meting. Sommigen zien het over drie maanden zonniger in dan nu, anderen juist somberder.

In hoeverre wordt de gemeenschappelijke verklaring nageleefd?
Projectontwikkelaars zijn over het algemeen nog (zeer) ruim bereid en in staat om te investeren/betalingen te doen in lopende en toekomstige projecten. Ten opzichte van de vorige meting is dit wel iets afgenomen. Hoe verder in de toekomst cq, hoe risicovoller de investeringen, hoe beperkter de bereidheid tot investeren. Tot investeren in grond, gebouwen en verplichtingen voor lange termijn is ruim 55% is nog maar (zeer) beperkt bereid en in staat, bij de vorige meting was dit ruim 30%.

Om te blijven investeren, zoals afgesproken in de gemeenschappelijke verklaring ‘Samen doorbouwen aan Nederland’ hebben ontwikkelaars op verschillende vlakken voldoende zekerheid en snelheid nodig. Het gaat om een zekere mate van gegarandeerde afzet aan corporaties, beleggers en eventueel een achtervang voor onverkochte woningen. Verder wijst men met name op de snelheid van besluitvorming bij gemeenten. Daarbij horen heldere en duidelijke afspraken die vervolgens ook worden nagekomen.

Over het algemeen vindt men dat alle partijen zich redelijk tot goed gedragen zoals afgesproken in de gemeenschappelijke verklaring waar het gaat om zaken als financiële risico’s niet eenzijdig bij andere partijen neerleggen, goed onderling overleg wanneer contractuele afspraken niet tijdig kunnen worden nagekomen en wederzijds coulance betrachten. Om aan deze afspraken te kunnen (blijven) voldoen, is blijvend commitment, onderling begrip en vertrouwen van alle partijen nodig. Daarnaast blijven vanuit het Rijk stapsgewijze versoepelingen en evaluatie daarvan nodig in combinatie met steunmaatregelen.


Delen via Social Media