Nieuws
7 augustus 2015
De Omgevingswet: ook een eenvoudig beter grondbeleid?!
Een pleidooi voor meer realiteitszin bij de totstandkoming van nieuwe wetgeving rondom grondexploitatie.

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Omgevingswet. Op het gebied van grondexploitatie zijn er drie belangrijke wijzigingen.

De kostenpost ‘ruimtelijke ontwikkelingen’ verdwijnt en het kostenverhaal kan doorgeschoven worden van het Omgevingsplan naar het moment van de vergunningverlening, waarbij een (grond)exploitatietekort als weigeringsgrond kan dienen. In een Algemene Maatregel van Bestuur moet het onderwerp nog verder uitgewerkt worden. Mogelijk dat dit resultaat nog tot wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie leidt.

Daarnaast wordt op het gebied van grondbeleid nog een aparte wet voorbereid, die tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking zou moeten treden. Daarin komen onder andere het wettelijk voorkeursrecht van gemeenten, onteigening en stedelijke herverkaveling aan bod.

Gevoelig onderwerp
Grondbeleid betreft van oudsher een gevoelig onderwerp. Zo is het kabinet Den Uyl in maart 1977 ten val gekomen vanwege een grondpolitiek-crisis; over de vergoeding bij onteigening van agrarische grond.

Het was voor de Minister en de leden van de Tweede Kamer bij de behandeling van de Omgevingswet soms lastig niet al te veel vooruit te lopen op het komende wetsvoorstel (werktitel onbekend). Desalniettemin is het onderwerp aan bod geweest. Zo is er een motie aangenomen over zelfrealisatie. Tevens is er een motie aangenomen over het niet uit elkaar laten lopen van vraag en aanbod van koopwoningen, bedrijventerreinen en kantoren. Een motie over een meer fundamentele overweging van het grondbeleidinstrumentarium is verworpen.

Geen verdere baatafroming
De NEPROM hoopt dat het debat over grondbeleid niet opnieuw leidt tot pogingen om de discussie over baatafroming te heropenen. Dat is zonde van alle tijd en geld die met deze discussie, en de daaraan ten grondslag liggende onderzoeken gemoeid zijn. De aannames in deze onderzoeken berusten bovendien op een misvatting; namelijk dat grond als een soort flappentap gebruikt kan worden, waarbij de extra kosten geen nadelige consequenties hebben voor een project.

NEPROM-leden wordt tegenwoordig regelmatig verzocht vooraf disproportionele bedragen te voldoen, zonder dat daarvoor een grondslag of onderbouwing aanwezig is. De kosten-batenanalyse valt voor initiatiefnemers dan vaak negatief uit, waardoor maatschappelijk gewenste projecten en innovaties niet tot stand kunnen komen.

Bovendien leidt dit tot suboptimale en kwalitatief laagwaardige oplossingen, waarvan de burger en de bewoners van de nieuwe woningen uiteindelijk de dupe zijn. Daarnaast komen er ook nu al veel belastingen en kosten ten laste van een project; onder andere op grond van leges en anterieure overeenkomsten. En dan hebben we het nog niet eens over binnenstedelijke projecten, waar de kosten zodanig zijn dat er in de meeste gevallen met een vooraf gecalculeerd tekort gestart wordt.

Realiteitszin
Het is dus zaak om te voorkomen dat de druk om af te romen niet verder oploopt. Realiteitszin voor wat betreft grondopbrengsten, risicoperceptie en kwaliteit dient uitgangspunt te zijn in het wetgevingstraject. Wij vinden het wenselijk dat binnen deze randvoorwaarden verder gewerkt wordt aan een eenvoudig en beter grondbeleid.