Nieuws
8 december 2015
‘Eigen grond eerst’ niet bewezen
Naar aanleiding van Kamervragen over het ‘eigen grond eerst’ principe heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken hiernaar een onderzoek laten uitvoeren.

Naar aanleiding van Kamervragen over het ‘eigen grond eerst’ principe heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken hiernaar een onderzoek laten uitvoeren. De onderzoekers hebben, behoudens enkele incidentele gevallen, geen harde aanwijzingen gevonden dat gemeenten hier in het keuzeproces nadrukkelijk op sturen.

In de crisisjaren is vanuit verschillende hoeken gewaarschuwd voor cq. geklaagd over ‘eigen grond eerst’. Mede door toedoen van de NEPROM heeft de Tweede Kamer hier vragen over gesteld. Dit heeft ertoe geleid dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft laten onderzoeken of het waar is dat sinds 2008, als gevolg van de verslechterde economische marktsituatie, er meer woningen worden gerealiseerd op gronden waarbij de gemeente een financieel belang heeft dan op gronden waarbij andere spelers financiële belangen hebben.

Kwalitatieve analyse
Het onderzoek is uitgevoerd door BVH Ruimte, Newland Kennistransfer en Rogeo. De onderzoekers hebben het onderzoek benaderd vanuit kwantitatief en kwalitatief oogpunt. Vanwege het ontbreken van gestructureerde databestanden met gegevens over de historische eigendomssituatie en van inzicht in de zachte ontwikkelvoorraad en ontwikkelvoornemens van alle betrokken partijen, leverde de kwantitatieve invalshoek leverde geen snel en betrouwbaar antwoord op de onderzoeksvraag. Het resultaat van het onderzoek berust dan ook op de kwalitatieve analyse. Zoals de onderzoekers aangeven, gaat het dus om een impressie en niet om een wetenschappelijke duiding.

De onderzoekers hebben, behoudens enkele incidentele gevallen, geen harde aanwijzingen gevonden dat gemeenten zodanig voorsorteren in het keuzeproces dat de eigen grondposities per definitie als eerste in ontwikkeling worden gebracht. Het beeld is gemengd, er is geen eenduidig antwoord op de vraag te geven. Het criterium ‘eigen grond eerst’ zijn ze in ieder geval niet tegengekomen als zelfstandige afweging in de locatiekeuzes bij de onderzochte gemeenten. Gemeenten lijken geen vooropgezet doel te hebben om eigen gronden als eerste tot ontwikkeling te brengen. Dit kan wel de uitkomst zijn van een integrale afweging  op een combinatie van criteria (privaatrechtelijk, publiekrechtelijk, financieel en maatschappelijk).

Dunne scheidslijn
Een inventarisatie onder NEPROM-leden in het voorjaar wees erop dat het probleem wel meevalt en dat er – uitzonderingen daargelaten – meestal wel begrip bestaat voor de keuzes die gemeenten maken. Het onderzoek bevestigt dit beeld. Tegelijk illustreert het onderzoek de dunne scheidlijn tussen verstandig beleid waarvan onze leden ‘toevallig’ hinder ondervinden en het vooropgezette doel van een gemeente om haar eigen gronden eerst tot ontwikkeling te brengen. Dit onderscheid is door noch ons noch door onze leden goed te maken.

Smart formuleren
De onderzoekers hebben geconstateerd dat gemeenten hun afwegingscriteria vaak niet erg ‘smart’ geformuleerd hebben. Ook vinden zij de toepassing van de criteria niet altijd transparant en objectief. De NEPROM verwacht dat mede hierdoor het gevoel van ‘eigen grond eerst’ is ontstaan. Door afwegingscriteria ‘smart’ te formuleren en objectief en transparant toe te passen kunnen gemeenten deze schijn vermijden.

Ontwikkelaars steken ook de hand in eigen boezem. Zij maken soms ook afspraken met gemeenten om hun investeringen te beschermen. Zij nemen bijvoorbeeld bij omvangrijke gebiedsontwikkelingen grote voorinvesteringen voor hun rekening, waarbij zij er op vertrouwen dat de betreffende gemeente concurrerende ontwikkelingen kritisch bejegent, omdat anders de ontwikkeling niet van de grond kan komen. “Over dat soort afspraken moeten wij ook transparant zijn.” vinden de leden van de commissie Woningmarkt van de NEPROM.

Prioritering loslaten
Wij vinden dat het prioriteren van woningbouwplannen in sommige regio’s is doorgeschoten, waardoor de balans tussen prioritering en concurrentie verstoord raakt. In enkele zwakkere woningmarktgebieden blijft de noodzaak tot prioritering bestaan, maar in algemene zin, en zeker nu de woningmarkt weer aantrekt, moet in grote delen van het land de prioritering worden losgelaten. Concurrentie vormt immers een prikkel voor kwaliteit. En dat is goed voor de consument.

Het onderzoeksrapport is op 25 november naar de Tweede Kamer gestuurd, als een van de bijlagen bij de brief van Minister Schultz over grondbeleid.

Download het rapport ‘Gemeentelijke prioritering van woningbouwlocaties’


Wilt u het NEPROM-nieuws via e-mail ontvangen? Meld u dan aan voor de tweewekelijkse NEPROM Update.