Skip Navigation LinksNieuws

Nieuws
13 april 2017
Beter samenwerken rond nutsvoorzieningen
Verslag van een bijeenkomst over samenwerking met netwerkbedrijven. Het doel: onderling begrip vergroten door ervaringen en ingezette verbeteringen te delen en verdere aandachtspunten te verkennen.

Verslag van een kleinschalige bijeenkomst op 15 maart 2017 - door Margriet Schepman

Het is een zonnige woensdagmiddag. Aan tafel zitten Anne Fokke de Vries van Bouwend Nederland, Robbert Ephraim (Mijnaansluiting.nl) en een select groepje NEPROM-leden. Aanleiding zijn de terugkerende verhalen van leden over de uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd in hun samenwerking met netwerkbedrijven. Doel: het onderlinge begrip vergroten door ervaringen en ingezette verbeteringen te delen en verdere aandachtspunten te verkennen.

Met gevoel voor understatement opent Jan Fokkema (NEPROM) de bijeenkomst. “Wij gaan er altijd vanuit dat moeilijkheden met nutsbedrijven niet aan de leden liggen, maar aan de nutsbedrijven. Maar daar kun je natuurlijk wel vraagtekens bij zetten.” Bouwend Nederland blijkt samen met de stichting Mijnaansluiting.nl al goede stappen te hebben gezet richting oplossingen. Om de aanwezigen hierover bij te praten, zijn Anne Fokke de Vries en Robbert Ephraim uitgenodigd.

Verbetertraject met drie pijlers
Anne Fokke is bij Bouwend Nederland verantwoordelijk voor het dossier nutsvoorzieningen. “Een dossier met historie,” noemt hij het. “Van oudsher is er weinig communicatie tussen de partijen en is er heel veel discussie over details.” De KOMAT Commissie Bouwplaats Inrichting van Bouwend Nederland is samen met Netbeheer Nederland een verbetertraject gestart dat steunt op drie pijlers:

  1. het ontwikkelen van één website (Mijnaansluiting.nl) voor alle aanvragen;
  2. het maken van eensluidende afspraken over bouwkasten en meterkasten;
  3. het verbeteren van de communicatie, via gesprekken zoals vandaag.

De stichting Mijnaansluiting.nl heeft als doel gezamenlijke ICT-faciliteiten te ontwikkelen voor het aanvragen van aansluitingen om het proces voor de aanvragers overzichtelijker te maken en digitale communicatie tussen alle betrokken partijen te stimuleren.

Eén website en gestandaardiseerde informatie-uitwisseling
Robbert is vanuit Evides gedetacheerd als operationeel manager bij Mijnaansluiting.nl. Inmiddels heeft hij vijf of zes van dit soort gesprekken gehad. “Vandaag treffen we elkaar voor het eerst in een zaal met een spiegel,” vertelt hij. “Het is goed om die te gebruiken. Knelpunten beginnen namelijk vaak bij jezelf.” Mét elkaar praten in plaats van over elkaar, is dan ook zijn devies.

Netwerkbedrijven hebben de Stichting Mijnaansluiting.nl opgericht naar aanleiding van de vele klachten die zij ontvingen en hun eigen onvrede over het proces. Inmiddels zijn al twintig netwerkbedrijven aangesloten. En er volgen er meer. Het doel van de samenwerking:

  • klanttevredenheid verhogen;
  • doorlooptijden verkorten;
  • proces efficiënter afhandelen.

Een animatiefilmpje laat zien hoe de samenwerking voor en achter de schermen vorm krijgt.

Samenwerking in ICT en uitvoering
De verbeterde samenwerking gaat verder dan een gemeenschappelijke ICT-oplossing. Ook in de uitvoering werken partijen nauwer samen. Verschillende netwerkbedrijven besteden hun werkzaamheden gezamenlijk aan, in plaats van individueel. De volgende stap is om ook aan de voorkant meer samen op te trekken, bijvoorbeeld bij het aanvragen van vergunningen en het uitvoeren van bodemonderzoek.

Aansluiting binnen zes weken
Door betere samenwerking zijn kortere doorlooptijden haalbaar. Het streven van de netbeheerders is om een nieuwe aansluiting binnen zes weken na de aanvraag gerealiseerd te hebben. Voorwaarden hiervoor zijn:

  • er is een hoofdnet aanwezig;
  • de bodem is niet vervuild;
  • er geldt geen vergunningplicht.

Als aan één van de voorwaarden niet wordt voldaan, wordt de doorlooptijd onherroepelijk langer. Zo kosten voorbereiding en ontwerp van een nieuw hoofdnet al snel vijftien weken extra.

Blik op de nabije toekomst
Het ingezette traject is nog volop aan de gang. Robbert en Anne Fokke lichten verschillende concrete onderwerpen toe waaraan gewerkt wordt:

  • verbetering Mijnaansluiting.nl;
  • groei aantal gebruikers;
  • vergunningaanvragen bundelen;
  • slimmer bodemonderzoek;
  • uniformering bouwkasten;
  • verbeteren communicatie.

Niet snel genoeg
Het gaat de ontwikkelaars allemaal nog niet snel genoeg. De bouw- en ontwikkelsector is de afgelopen jaren veel efficiënter gaan werken. Netwerkbedrijven hebben die slag nog onvoldoende gemaakt, vinden ze. Robbert is het hiermee eens en neemt hij tegelijkertijd voor de netwerkbedrijven op. “Je hebt te maken met veel grote partijen met een ambtelijke achtergrond. Het kost nu eenmaal tijd om de koers te verleggen.” De afgelopen jaren is het wel snel gegaan. Mijnaansluiting.nl werkt als een vliegwiel.

Verantwoordelijkheid uit handen geven
Jan Fokkema werpt het idee op om ontwikkelaars en bouwbedrijven opdrachtgever te maken voor de nutsaannemers. Robbert legt uit: “Na afloop van de bouwfase houden de netwerkbedrijven de netwerken nog 80 tot 100 jaar in beheer. Vanuit die verantwoordelijkheid stellen ze eisen aan ontwerp, materiaalgebruik enzovoort.” De bouwers en ontwikkelaars zien het probleem niet zo. “Als de netbeheerders een goed Programma van Eisen hebben, kunnen wij de verantwoordelijkheid voor realisatie daarvan prima dragen. Vroeger mochten we ook niet aan de riolering komen, maar tegenwoordig regelen we dat gewoon zelf.” Volgens Anne Fokke vinden beheerders het moeilijk om verantwoordelijkheid uit handen te geven. “Je moet steeds kijken wat de nieuwe stap is. Wat is haalbaar?”

Drie belangrijke aandachtspunten
De aanwezigen signaleren drie belangrijke aandachtspunten:

  1. er zijn (meer) accountmanagers nodig bij de netbeheerders en combi bedrijven;
  2. goede voorbereiding moet beter bij gemeenten op het netvlies komen;
  3. de totale woningbouwprogramma’s moeten tijdig centraal inzichtelijk gemaakt worden.

De NEPROM, Bouwend Nederland en de stichting Mijnaansluiting.nl gaan hier de komende tijd verder mee aan de slag.

Dit is een ingekorte versie van het verslag. Het volledige verslag is opvraagbaar bij Margriet Schepman.

Delen via Social Media