Nieuws
6 juli 2017
Vraagtekens rond woningproductie Noord-Holland
Volgens de provincie Noord-Holland zijn vraag en aanbod “min of meer in evenwicht” wat betreft de woningproductie. De NEPROM wil echter een confrontatie zien tussen plancapaciteit en woningbehoefte.

De provincie Noord-Holland en Bouwend Nederland hebben een samenwerkingsagenda, waarvan het belangrijkste doel is om met de productie van woningen kwantitatief en kwalitatief te voldoen aan de vraag op middellange en lange termijn. In dit kader hebben zij het EIB opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren naar risico’s op vertraging in de plannen tot 2025. In twee bijeenkomsten zijn de tussenresultaten van dit onderzoek gepresenteerd.

Het EIB-onderzoek geeft waardevolle inzichten in mogelijke risico’s en vertraging in de woningproductie in Noord-Holland. De NEPROM is echter van mening dat er een cruciale stap ontbreekt om te kunnen bepalen of er sprake is van een urgent probleem, of dat met de huidige plannen kan worden voorzien in de vraag. Om deze kwestie goed te kunnen beoordelen is een confrontatie tussen de plancapaciteit en de woningbehoefte onmisbaar. De NEPROM heeft de Provincie Noord-Holland schriftelijk verzocht om dit beter inzichtelijk te maken. 

Min of meer in evenwicht?
Volgens de provincie zijn vraag en aanbod wel “min of meer in evenwicht”. Er werd door de provincie zelfs gemeld dat er een overschot is aan plancapaciteit. Kortom, uit deze reacties spreekt geen gevoel voor urgentie. Dat baart de NEPROM zorgen, aangezien wij herhaaldelijk van onze leden signalen ontvangen dat de vraag naar woningen oploopt en dat de prijzen stijgen, zeker in het zuidelijk deel van de provincie Noord-Holland.

Op grond van de tot dusver gepresenteerde resultaten is het onmogelijk om gefundeerd te beoordelen of er een probleem dreigt of niet. Wij vinden het dan ook dringend noodzakelijk dat inzichtelijk gemaakt wordt hoe groot de vraag is (per regio) tot en met 2025, hoe groot de plancapaciteit is waarvan oplevering in deze periode is gepland en welk deel daarvan mogelijk uitvalt.

Daar waar tekorten worden voorzien is het zaak om als overheid en markt te bekijken hoe de risico’s zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Indien dat onvoldoende soelaas biedt, vindt de NEPROM dat er vaart gemaakt moet worden gemaakt met het versnellen van locaties die pas na 2025 aan bod komen, en met het beschikbaar maken van nieuwe locaties.

Lees de volledige reactie van de NEPROM op het EIB-onderzoek