Nieuws
1 november 2017
Verstedelijkingsopgave Zuid-Holland mist 'sense of urgency'
Tot 2040 zijn er ongeveer 250.000 nieuwe woningen nodig in de provincie Zuid-Holland. Een forse opgave. Welke rol pakt de provincie?

Tot 2040 zijn er ongeveer 250.000 nieuwe woningen nodig in de provincie Zuid-Holland. Een forse opgave, die flexibele en betaalbare woonruimte moet bieden aan een toenemend aantal kleinere huishoudens, gezinnen en internationale doelgroepen. De concept-discussienota ‘Verstedelijking Provincie Zuid-Holland’ biedt de eerste richtlijnen voor realisatie van die opgave.

Patrick Joosen, directeur van de regio Zuid-West bij gebiedsontwikkelaar BPD (foto), reageerde namens de NEPROM en BPD tijdens de werkconferentie Verstedelijking Zuid-Holland: “Het gevoel van urgentie voor de korte en langere termijn ontbreekt. Door te sturen op programma en coördinatie kan de provincie gemeenten ondersteunen om plannen weer op de kaart te krijgen en ze te realiseren.”

Verstedelijking is niet alleen een doel, maar ook een middel om de provincie Zuid-Holland ‘samenhangend, sociaalinclusief en schokbestendig’ te maken. Zo kan de provincie inspelen op maatschappelijke transities op het gebied van energie, klimaat en economie. De volgende zes ambities zijn daarbij richtinggevend:

  1. Een levendige, meerkernige metropool met sterke economische concurrentiepositie.
  2. Vitale steden en wijken, robuuste landschappen en goede stad-land verbindingen.
  3. Sterke verbindingen en anticiperen op innovatie in mobiliteit.
  4. Afbouwen van energiegebruik uit fossiele bronnen en opbouwen van gebruik hernieuwbare bronnen.
  5. Klimaatadaptieve leefomgeving (bestendig tegen hevige regen, droogte, hitte, overstroming).
  6. Faciliteren transitie naar nieuwe economie (globalisering, digitalisering, verduurzaming).

Kansrijke interventies
De provincie wil een actieve rol spelen in het realiseren van voldoende woningbouwproductie en het bouwen van de juiste woning op de juiste plek. Volgens de nota zijn kansrijke interventies: inzetten op transformatiegebieden, ontwikkelen van HOV-knooppunten, slechten van barrières, groene aders en gouden randjes en toekomstbestendige wijken en dorpen. De rol van de provincie kan gericht zijn op realiseren, samenwerken, meewerken of voorschrijven. Kennis, arrangementen, regels en financiering zijn mogelijke ‘tools’.

Gevoel van urgentie ontbreekt
“Het is heel goed dat de provincie serieuze stappen wil zetten met de Verstedelijkingsnota,” reageert Joosen, “maar het gevoel van urgentie, voor korte en lange termijn, zou er nog meer uit mogen spreken. Tijdens de crisis heeft de provincie voortvarend plannen van tafel geveegd. Nu zou de provincie het tegenovergestelde mogen doen: plannen juist op de kaart krijgen en gemeenten ondersteunen om van plan tot uitvoering te komen. Zeker als het gaat om binnenstedelijke ontwikkelingen, waar veel weerstand vanuit de omgeving te overwinnen is.”

Sturende rol provincie

De provincie kan een duidelijker rol pakken door te sturen op programma en coördinatie. Joosen: “Nu oogt het alsof de provincie algemene ambities en globale kaarten opstelt en de invulling daarvan aan de afzonderlijke gemeenten overlaat. Naar twee kanten toe zou het actiever kunnen: naar gemeenten en marktpartijen, en richting het Rijk.” De provincie zou beter inzicht moeten krijgen en geven waar binnenstedelijk ontwikkelpotentie aanwezig is, in welke woonwijken verdichting mogelijk is en welke buitenstedelijke locaties de voorkeur verdienen – onder andere vanuit werkgelegenheidsontwikkeling, bereikbaarheid en mobiliteit. “Ook mag de provincie de ‘harde’ en ‘zachte’ planvoorraad op kaart inzichtelijk maken, potentie en plannen confronteren en ook kwalitatief de aansluiting in beeld brengen,” vindt Joosen.

Veranderende woonwensen
In de concept-discussienota wordt veel binnenstedelijk ingezet, maar Joosen vraagt zich af hoe het zit met de ontwikkeling van woonwensen in de komende jaren en of dat in de tijd matcht met de geplande woonmilieus. De woonbelevingsonderzoeken ‘Thuis in mijn stad’, die BPD onlangs samen met woningcorporaties in Rotterdam en Den Haag heeft uitgevoerd, laten zien dat aandacht voor de menselijke maat, rust, levendigheid, veiligheid, bereikbaarheid en mogelijkheden tot ontmoeting belangrijk zijn. Dat kan zowel binnenstedelijk als in de buitenwijk. Joosen: “Ook iemand die in Den Haag Ypenburg woont, voelt zich stedeling. Het ‘stedelijke woonmilieu’ bevat dus een heel scala aan woonsferen. Voor de woonwensen van die diverse bewoners is in deze nota te weinig aandacht.”

Betere samenwerking
Vanuit de provincie wordt de wens geuit om betere afspraken met de markt te maken over de realisatie van de 250.000 woningen, die liefst voor 2030 gebouwd moeten worden. Joosen: “Ik stel voor om dit niet in de vorm van ‘prestatieafspraken’ voor bijvoorbeeld aantallen aardgasloze woningen te gieten, maar eerder met elkaar te bekijken hoe de samenwerking kan verbeteren.” De City Deals in het kader van Agenda Stad op thema’s als klimaatadaptie, energietransitie en E-mobility kunnen daarbij een voorbeeld zijn. De NEPROM kan eventueel een coördinerende rol vervullen in het over-en-weer detacheren van personeel, om elkaars vragen en opgaven beter in beeld te krijgen en elkaar beter te verstaan. “Zo kunnen marktpartijen, gemeente en provincie effectief samenwerken aan realisatie van de verstedelijkingsopgave in Zuid-Holland,” stelt Joosen.