Nieuws
21 september 2016
Kostenverhaal onder nieuwe Omgevingswet: losse eindjes en risico’s
De Aanvullingswet grondeigendom lag ter inspraak. De NEPROM heeft in het kader van de consultatie gereageerd op het ontwerp.

De Aanvullingswet grondeigendom lag ter inspraak. De NEPROM heeft in het kader van de consultatie gereageerd op het ontwerp. Specifiek het onderwerp ‘kostenverhaal’ verdiende daarbij aandacht. Niet alleen omdat het bij uitstek belangrijk is voor de leden, maar ook omdat het concept majeure wijzigingen bevat, ten opzichte van de huidige Wet ruimtelijke ordening (en het onderliggende besluit).

Met een aantal leden hebben we het voorstel besproken met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Ook de VNG en de Vereniging van Grondbedrijven waren vertegenwoordigd tijdens de bijeenkomst. We zien de vereenvoudiging die in het voorstel besloten ligt en dat is eigenlijk ook waar de schoen wringt.

Belangrijke aandachtspunten voor de leden zijn:

1. Nut en noodzaak. Waarom is relatief snel na invoering van de Wro een drastische wijziging nodig? De noodzaak wordt niet herkend en is ook niet gerechtvaardigd op basis van een relevante en lezenswaardige rapportage van het PBL en een motie van de Tweede Kamer over onderzoek naar mogelijkheden voor eenvoudiger kostenverhaal. In de praktijk kan men met het huidige systeem prima uit de voeten. Basis van het succes is de anterieure overeenkomst en de stok achter de deur van het exploitatieplan. Dat systeem is ook geschikt voor faseringen en organische gebiedsontwikkeling;

2. Timing van de consultatie. Het is lastig om een beeld te vormen op basis van de huidige teksten. Het onderliggende Aanvullingsbesluit, rekenregels of voorbeelden van gemeentelijke bepalingen in een Omgevingsplan zijn bijvoorbeeld nog niet bekend;

3. Visualisatie. Zonder deze gegevens en in het algemeen is het lastig om je iets voor te stellen bij een systeem dat niet meer (alleen) van de opbrengsten uitgaat. Kosten en opbrengsten horen bij elkaar. Hoe zou je anders met iets houdbaars kunnen komen?;

4. Contractsvrijheid. Dit staat voor de NEPROM voorop. Wij begrijpen niet waar de onderliggende doelstelling vandaan komt, om privaat en publiek meer op elkaar aan te laten sluiten; 

5. Blijft het wel bij kostenverhaal? Tijdens de bijeenkomst zijn hier duidelijke vraagtekens bij gezet. Afschaffing van de macroaftopping, aanpassing van de kostensoortenlijst (incl. toepassingsbereik) en het los laten van de getaxeerde inbrengwaarde waren hier aanleiding toe. Maar er speelt meer;

6. Decentralisatie. Het nieuwe systeem gaat tot grote verschillen tussen en mogelijk binnen gemeenten leiden. Dit leidt tot rechtsonzekerheid, rechtsongelijkheid en willekeur. En extra werk (regels) voor gemeenten en projectontwikkelaars;

7. Staatssteun. Hoe verhoudt het leerstuk staatssteun zich tot a. de (overigens door de NEPROM gewenste) mogelijkheid tot het afzien van kostenverhaal en b. de mogelijkheid wijziging van de regels over kostenverhaal in het Omgevingsplan? Kom er maar eens om; 

8. PPT-criteria. De NEPROM betwijfelt of deze criteria onder de nieuwe omstandigheden wel voldoende bescherming bieden. Een rechter toetst slechts marginaal;

9. Betalen en terugbetalen. De NEPROM is kritisch over de in het concept opgenomen betalingsverplichting en de bepaling over de eindafrekening. 

10. Noest en nijver. Tot slot. Hoe wordt onder het nieuwe systeem geborgd dat gemeenten efficiënt werken?     

Conclusie en verzoek naar aanleiding van de bijeenkomst is het huidige systeem vast te leggen in het Aanvullingsbesluit en hooguit zeer beperkte ruimte te bieden voor uitzonderingen. 

Lees hier de reactie van de NEPROM